Briefjes van scholieren

Onlangs werd op een scholengemeenschap in Nederland een verzameling unieke documenten ontdekt. Ze geven een onthullend beeld van de machtsstructuren binnen de brugklas. Een analyse.

Op woensdag 15 april 1992 tijdens het zesde uur gaf ik in lokaal H124 Grieks aan 5 en 6 gymnasium samen, toen mijn leerlingen Jaap Boersma en Remco Visser een bijzondere vondst deden. Ze hebben deze bereidwillig aan mij afgestaan, waarvoor ik hen zeer dankbaar ben. Onder tegen het tafelblad van de achterste bank deurkant van de middelste rij troffen ze acht briefjes aan, die daar met druppels witte correctievloeistof tegenaan geplakt zaten. Ze waren helemaal volgeschreven met een correspondentie tussen vier leerlingen uit een andere klas.

De briefjes waren duidelijk bedoeld om gevonden te worden door anderen.

Daarom, en omdat de daders op het kerkhof liggen, wil ik hun nagedachtenis eren met een wetenschappelijke publicatie van hun fascinerende correspondentie.

Helaas heb ik op één plaats censuur moeten plegen: een niet ongeestige woordspeling op vak en naam van een leraar heb ik vervangen door puntjes, omdat die als kwetsend zou kunnen worden ervaren en daarmee dit stuk onpubliceerbaar zou maken.

De briefjes komen allemaal van hetzelfde ongelinieerde witte handblocnootje, ze meten 9,1 x 4 cm, en zijn langs een perforatie netjes afgescheurd. Zulke blocnootjes worden vaak in de winkel en op de markt gebruikt voor optelsommen. De achterkant van briefje 8 is ook feitelijk voor wat rekenwerk gebruikt, dat kennelijk geen verband houdt met de correspondentie.

De manier waarop ze onder de bank bevestigd waren, met het uitnodigende briefje 8 als vlag, zou doen vermoeden dat ze een briefjeswisseling bevatten tussen leerlingen uit verschillende klassen, die met grote tussenpozen gevoerd werd. Uit de inhoud van de briefjes blijkt echter dat ze allemaal in hetzelfde lesuur zijn volgeschreven. Bij briefje 1 ging dat nog voorzichtig: het is drie keer gevouwen tot een formaat van 2 x 2,5 cm en met een plakbandje ergens aan vastgeplakt geweest. De overige briefjes zijn maar één keer gevouwen. Er is dat uur 54 maal een briefje doorgegeven.

Vier meisjes

Uit de tekst blijkt dat de deelnemers aan de Briefje 3V correspondentie vier meisjes zijn; in de tekst heb ik hen genummerd in volgorde van opkomst van 1 tot 4, vet gedrukt. De handschriften, in balpen en fijnschrijver, zijn interessant. 1 schrijft vrijwel steeds in hoofdletters, en voorziet alleen de i en de j van punten, waardoor het kleine letters worden. Het zijn de letters waar je "jij' mee schrijft.

2 en 3 schrijven willekeurig hoofd- en kleine letters door elkaar. 4 schrijft vooral in kleine letters, maar schrijft wel eens A waar ze a bedoelt. In de tekstuitgave heb ik dit lettergebruik en doorhalingen gevolgd. Een regel wit in de tekst van een briefje geeft aan waar de voorkant (V) eindigt en de achterkant (A) begint. Na de tekst geef ik twee relatieschema's oftewel sociogrammen en een commentaar.

Briefje 1

1 GAAN

JULLIE

NAAR

HET

SPEELTUINTJE?

2 Nee, ik Moet

Mijn Frans

Maken

3 dat kan je nu

toch ook doen.

2 Nee want dat

Maakt herrie

1 GEEF MAAR

TOE DAT JE

HET VAN

MIJ WIL OVER-

SCHRIJVEN!

DAT MAG HOOR!

2 Maar dan leer

(huhu) ik niets

1 NOU EN

3 nou en, dat is

jouw fout, niet

de mijne.

Briefje 2

3 Heb jij je

...les geleerd?

1 NEE, NATUURLIJK

NIET!

2 Ja, ik zal gek

zijn

Nee! Dus

3 Ik toch ook niet.

2 Wat hebben we

straks?

1 AK!

HEB JE DAT

GELEERD

ANONIEMPJE?

2 Nee er was niets

te leren

waterman?

3 Wel je moest

leren wat we

besproken hadden

maar, dat heb ik

niet gedaan voor

die ..., want

ik ben al 4

keer overhoord.

Stom hé. Hoeveel

keer ben jij over-

hoord, zwemstertje?

2 Ik nog nul Maar 1

Keer Gelukkig Maar

vandaag zal het de

2e keer worden

toch waterman?

Briefje 3

1 HOI IK BEN

ER OOK NOG NOEM

MIJ MAAR NOKKE

IK BEN DAAR NOG

GEEN ÉÉN KEER

OVERHOORD! TOF HE!

2 Nou eens moet

de eerste keer

zijn!

Maar hij overhoordt

altijd de verkeerde

lessen altijd te

veel lessen!

1 ZEKER WETEN

WATER VROUW!

3 WEDDEN DAT HIJ

MIJ (Mumsel zo noemt

mijn papa mij

altijd)

WEER overhoord.

Dat wordt dAn de

5e keer. Please

Help me alsjeblieft.

nokke en water-

vrouw.

2 'k zal men best

doen

Maar voorzeggen

kan niet bij Gesch.

lukte dat ook

niet Hè Nokke?

1 SHIT! IK

MOET ENG. NOG LEREN

MUMSEL WIL JIJ ME

OVERHOREN! ALVAST

BEDANKT.

3 Ja hoor

nokke ik overhoor

z.v.b.

Briefje 4

(z.v.b. = zie

volgende blaadje)

je wel IN

de grote en de

kleine pauze.

Mumsel

1 YO!

GROEN BLOESJE.

SCHRIJF JIJ EENS

WAT.

4 Wat moet ik in

godsnaam schrijven?

3 WEET ik veel, dAt

Moet je zelf mAAr

WETen en trouwens

wat is jouw bijNAAM

4 Ik heb

verschillende

bijnAmen bv. Wen-

big mAAr de leuk-

ste vindt ik

Henwen.

3 Oké, dAn

noemen we W.I.

Henwen is dat

goed NOKKE!

1 HARTSTIKKE YO!

PEET SCHRIJF JIJ

EENS WAT AAN

HENWEN!

2 'k zou nie weten

wAt!

1 DiT BV.:

YO

HENWEN!

3 doe nou Maar!

2 O.K.

Briefje 5

1 HOEVEEL MIN NOG

?

NOKKE

2 Nog 26 Min.

zweMsteRtje.

1 DANK JE WEL.

MUMS SCHRijF jij

EENS WAT.

3 oké, iK

schrijf al, even

denken

hoor,(hoor je m'n

hersens al kraken

knars, knars, krak)

Wat is P.I. haar

bijNaam. Jouw

bijNAAm is nokke

de Mijne mumsel

en P.I. weet ik niet

weet jij er wel een

Nokke?

1 DAAR

MOET P.I. OP

ANTWOORDEN.

2 BeDenk MAAR WAt!

3 NEE, dAt doe je

zelf maar water-

hoofd

2 O.K bAbyface

Gewoon P.

3 Dat

is niet drorigigneal

ofzo. Hoe Moet

ik nou weten

hoe je orgineel

Moet schrijven,

ik nkan Namelijk

niet denken met

een waterhoofd.

Briefje 6

3 schrijf jij=Nokke

eens wat naar

Henbdig of hoe

dat mens ook

maar heet.

1 HENNY WiL

jij HET ENG.

PWSO VOOR ME

MAKEN? iK HEB

HET NiET GELEERD.

NOKKE!

4 Het is Henwen

en niet Henbig!

't spijt me, 'k heb

het

zelf ook niet zo goed

geleerd.

3 Hoeveel minuten

nog, waterhoofd?

Mumsel.

2 noG 17 bAby-

fAce.

3 dat is

niet leuk ik

heet Mumsel,

Begrepen?!??!!?!

2 SO whAth bAby-

fAce,

3 Rot toch

op waterhoofd!!!

2 niet voor jou

bAbyfAce!

Briefje 7

3 Hé, wat denk

jij wat je voor

A.k. hebt. Henbig

waterhoofdvrouw en

NoKKe

schrijf het allemaal

eens op.

1 EEN EH... EH..EH

EEN 4 HOOGSTENS

NOKKE!

2 MAXiMAAL een 1

MInIMAAL een 1

4 Ik weet 't niet

maar

met een 4 ben ik

al blij. Beter heb

iK

het echt niet ge-

dAAn. Voor de 2e

KeeR:het is we hen

wen en niet

Henbig.

3 Sorry, ik

ben met een

2 al hardstikke

blij. Ik kap er

voor vandaag

mee.

xxx-jes

mumsel

1 EN NOKKE

Briefje 8

1 ONDER DEZE

TAFEL ZITTEN

NOG

MEER GESPREKKEN!

SOCIOGRAM 1 WIE HELPT WIE?

SOCIOGRAM 2 HOE NOEMEN ZE ELKAAR, EN HOE VAAK?

In de vakjes staan de volgnummers 1-4, de zelfgekozen schuilnamen en de bladzijden waarop dat gebeurt. Nokke noemt zichzelf zo op blaadje 3, voorkant (=3V). Henwen noemt zich zo op blaadje 4, achterkant (=4A). Met pijltjes naar de vakjes: namen die de anderen geven. Letters cursief: men heeft het óver die persoon. Letters rechtop: men heeft het tégen die persoon. Mumsel heeft het op 4A óver W.N., en op 7V heeft ze het tégen Henbig. X = diagonale verbindingen tussen 1-4 en 2-3. Nokke heeft het op 4V tégen groen bloesje.

De onbetwiste leidster van het gezelschap is Nokke. Zij kiest haar schuilnaam op de voorkant van blaadje 3, en niemand waagt het haar anders te noemen. Speciaal Mumsel is een trouwe gebruikster van Nokke's naam. Daarvoor wordt ze beloond door Nokke, die eenmaal de naam Mumsel gewoon gebruikt, en eenmaal er zelfs de troetelnaam Mums van maakt.

Maar Mumsel heeft een probleem: haar schuilnaam wordt niet erkend door Zwemstertje P. Ze kan dat zo slecht hebben, dat ze pal onder de eerste keer dat Zwemstertje zich zo noemt, uitgebreid gaat beweren dat Zwemstertje geen schuilnaam heeft. Net als Nokke maakt Mumsel er geen punt van, de initialen van de andere twee te noemen, waardoor ze herkenbaar zouden zijn als de briefjes in verkeerde handen zouden vallen (en dat zijn ze!; overigens heb ik aan de initialen gemorreld).

Op de achterkant van blaadje 6 komt er een regelrechte machtsstrijd tussen Mumsel en Zwemstertje om de tweede plaats in het groepje. Nokke houdt zich wijselijk afzijdig tijdens die ruzie, want alleen zo hou je de leiding. Ook eerder al heeft ze geweigerd een schuilnaam voor Zwemstertje te verzinnen. Dat Henwen op de vierde plaats staat, daar is iedereen het over eens, ook Henwen zelf. Zij geeft de anderen geen bijnamen, en als ze halverwege de correspondentie erbij gehaald wordt, komt ze onhandig binnen door niet één, maar twee nogal bizarre schuilnamen te noemen. Daar wordt wreed gebruik van gemaakt door Mumsel en Nokke, die meer óver dan áán Henwen schrijven, en áls ze al aan haar schrijven, dan verbasteren ze haar schuilnaam.

Zwemstertje is het er niet mee eens dat Henwen erbij gehaald is: ze schrijft niet áán haar, ze schrijft niet óver haar. Onder druk van Mumsel en Nokke belooft Zwemstertje aan het eind van briefje 4, dat ze aan Henwen zal schrijven, maar dat doet ze vervolgens niet. Nokke moet zelfs de correspondentie opnieuw openen met briefje 5. Henwen voelt zich er niet lekker bij en verontschuldigt zich een paar keer, iets wat één ander maar één keer doet.

Greep naar de macht

Dat is Mumsel, op het moment dat ze een plannetje bijna ziet mislukken. Mumsel doet namelijk op blaadje 7 een meesterlijke greep naar de macht. Dat doen trouwe volgelingen wel vaker. Na de ruzie van blaadje 6 weet ze weer saamhorigheid te brengen, net zoals die er was op blaadjes 2 en 3, toen ze zich allemaal konden afzetten tegen leraren. Ze brengt die saamhorigheid door alle drie de anderen aan te schrijven met iets waarbij ze kunnen wedijveren wie het slechtst kan leren. Ze is zorgvuldig verzoenend tegen Zwemstertje: eerst schrijft ze haar wederom aan als waterhoofd, bedenkt zich en maakt er neutraal watervrouw van. Door Henwen ook aan te schrijven, neemt Mumsel die weer op in het kringetje en denkt zich zo te verzekeren van Henwens steun in de machtsstrijd tegen Zwemstertje.

Alleen, Mumsel maakt een jammerlijke vergissing: door al die verbasteringen weet ze niet meer hoe Henwens echte schuilnaam luidt. Snel handelen is nu geboden. Het lesuur is bijna afgelopen. Grote letters gebruiken, dan is er geen plaats meer voor de anderen. Sorry! Tijd om te kappen! Kusjes! Nokke heeft het nakijken en kan alleen haar naam nog in een hoekje frummelen. Een welbesteed lesuur. Op naar het speeltuintje!

PS: Deborah Tannen betoogt in haar boek "Je begrijpt me gewoon niet' (verschenen in Amsterdam, 1991) dat mannen praten om hun status te verhogen, en vrouwen om hun verbondenheid uit te drukken. Welnee! Een listig persoon als Mumsel gebruikt verbondenheid om haar status te verhogen!

PPS: We weten allemaal dat machthebbers profiteurs zijn. Kijk maar naar sociogram 1. De onderste twee zijn anders dan de bovenste twee. Zwemstertje, die het liefst haar eigen boontjes dopt, slaat aangeboden steun af, maar biedt wel steun aan aan Mumsel. Haar saldo is dus +1. Henwen is veel te eerlijk op de toch wat vernederende vraag of ze andervrouws schriftelijk wil maken. Haar saldo is 0.

En de machthebsters Nokke en Mumsel profiteren: ze bieden één keer steun aan, en vrágen twee keer. Hun saldo is -1.

De wereld is hard, ook in de brugklas. Want daar zitten ze. Een speeltuintje (1V) is een typische brugklasserslocatie. Elkaar wisselende bijnamen geven is iets van meisjes van 12 of 13. En die briefjes zijn veel te netjes voor hogere klassen, er worden geen jongens in besproken en de dames klinken niet vermoeid. (Al deze rake observaties heb ik niet van mezelf, maar van mijn vierdeklassers, die me ook geholpen hebben met de handschriften.) Bovendien komt de combinatie van echte initialen alleen in een brugklas voor.

En zo heb ik tot mijn schande het laatste raadsel opgelost, terwijl ik het uit de tekst had moeten halen. Wanneer is het zo stil in een klas dat huiswerk maken herrie maken is, en kun je toch ongestoord briefjes doorgeven? Juist. Er werd een uur lang voorgelezen.