Arbeidspartij mag het roer nu overnemen

Als we de berichten mogen geloven, worden de komende parlementsverkiezingen in Israel gekenmerkt door een ongewoon grote apathie van het Israelische electoraat. De Israelische kiezer zou het geloof in de politieke leiders hebben verloren en het standpunt huldigen dat het weinig uitmaakt of men nu door de kat of door de hond gebeten wordt.

Die apathie (of misschien kan beter worden gesproken van politiek defaitisme) is even begrijpelijk als onjuist. De aanstaande verkiezingen voor de Knesset zijn veruit de belangrijkste in de geschiedenis van de vierenveertigjarige joodse staat. Nog nimmer hebben in welke parlementaire democratie ter wereld ook gelijktijdig zoveel kwesties van wezenlijk belang ter beoordeling van de kiezer gestaan.

Inzet van de verkiezingen is onder meer de vraag of Israel de weg naar territoriaal compromis met de Palestijnen dient in te slaan, danwel de bezetting dient te continueren en uiteindelijk een joodse Apartheid-staat moet worden. Het is, zoals de vroegere eminente minister van buitenlandse zaken Abba Eban eens zei, de keus tussen een kleiner democratisch Israel gebaseerd op joodse waarden, of een groter ondemocratisch Israel dat per definitie niet op joodse waarden gebaseerd kan zijn.

Een voortduring van de bezetting zal de Israelische samenleving niet alleen verder corrumperen, het zal deze evenmin veiliger maken. Uit cijfers van de defensie-commissie van het Israelische parlement blijkt onomstotelijk dat de zogenaamde "veilige grenzen' met honderdduizenden opstandige Palestijnen in een door Israel beheerst gebied oneindig veel meer burgerslachtoffers aan joodse zijde heeft gekost dan het geval was voor de Zesdaagse Oorlog.

De Israeliërs dienen niet alleen te kiezen voor een democratisch en joods Israel, maar eveneens voor een veilig Israel. Het is in dit verband curieus dat uit veiligheidsperspectief gezien, het merendeel van de leden van de Israelische generale staf zich in enquêtes bij herhaling heeft uitgesproken voor een territoriaal compromis en het (onjuiste) element van veiligheid juist wordt gehanteerd door diegenen die de gebieden uit ideologische, religieuze en historische overwegingen weigeren op te geven. Alleen al op grond van deze overweging zou Shamir de verkiezingen dienen te verliezen.

Deze conclusie valt mij als (mede-)oprichter van de Nederlandse afdeling van de Likud in het geheel niet zwaar. Ook binnen de Israelische Likud keren steeds meer prominenten zich tegen de ingeslagen koers van Shamir en verlaten om die reden de partij. Dat de revisionistische zionistische ideologie van wijlen Zeev Jabotinsky (leermeester van onder meer Menachem Begin en Shamir ) zich tegen ontruiming van een deel van Erets Yisraeel zou verzetten, is niets anders dan klinkklare nonsens.

Ook Begin ging er als minister zonder portefeuille in het tijdelijke kabinet van nationale eenheid onder wijlen premier Esjkol in 1967 aan de vooravond van de Zesdaagse Oorlog mee akkoord, dat Jordanië buiten de oorlog zou worden gehouden. De Israelische verrassingsaanval richtte zich aanvankelijk alleen tegen Syrië en Egypte. De verovering van de oude stad van Jeruzalem en de westelijke oever van de Jordaan voltrok zich pas nadat het leger van koning Hussein met zware artillerie het vuur op de joodse sector van de hoofdstad had geopend.

Na de Zesdaagse Oorlog ging ook Begin ermee akkoord dat de veroverde gebieden (inclusief de Westoever) inzet van onderhandelingen zouden worden. Anders dan nu het geval was, weigerden de Arabische staten na de topconferentie van Khartoum echter zelfs maar akkoord te gaan met het bestaan van een joodse staat, binnen welke grenzen dan ook.

Nu, vijfentwintig jaar later, is die bereidwilligheid aan Arabische en Palestijnse kant wel aanwezig en zijn de "nee's' van Khartoum vervangen door de "nee's' van Shamir. Die houding heeft Israel in een onmogelijke situatie vis à vis de Verenigde Staten doen belanden, met als gevolg dat Russische immigranten door gebrek aan financiën letterlijk aan de bedelstaf zijn geraakt. Ook dat zou reden genoeg moeten zijn om Shamir naar huis te zenden.

En wat te denken van de stelselmatige uitholling door deze regering van de Israelische rechtsstaat? Wat te denken van een premier in een beschaafd land die publiekelijk zijn spijt betuigt dat Palestijnse daders van moordaanslagen op Israeliërs worden gearresteerd, in plaats van ter plekke door omstanders te worden gedood?

Voor dit alles vindt Shamir in de revisionistische zionistische ideologie geen enkele steun, noch in de politiek en ideeën van zijn partijgenoot en voorganger Menachem Begin.

En last but not least is er een andere overweging van parlementair democratische aard waarom ik vurig hoop Shamir niet meer als premier terug te zien. Dat is het feit dat de Likud sinds 1977 onafgebroken aan het bewind is geweest. Niets is gezonder voor een democratie dan een regelmatige (zij het niet al te frequente) wisseling van de wacht. Anders dan vele critici was ik dan ook verheugd toen, na bijna dertig jaar, in 1977 de Arbeidspartij uit het pluche van de regeringszetels werd verjaagd en Begin de macht overnam. Thans zou ik juichen als die partij op dat pluche zou terugkeren.

Foto: Een Palestijn wordt in Oost-Jeruzalem aangehouden voor ondervraging door de Israelische politie. (Foto AP)