Afdaling in de onderwereld

Highway to Hell. Regie: Ate de Jong. Met: Chad Lowe, Kristy Swanson, Patrick Bergin, Richard Farnsworth. In: Amsterdam, City 7.

Als Highway to Hell niet toevallig geregisseerd zou zijn door de in Aardenburg geboren Ate de Jong, zou de film hier waarschijnlijk net zo verborgen zijn gebleven als in de Verenigde Staten en Engeland. Ten onrechte, want De Jongs in 1989 opgenomen Hollywooddebuut, dus voorafgaand aan het wel redelijk succesvolle Drop Dead Fred, is een heel aardige, soms ook heel geestige horror-road-movie met aangenaam bescheiden pretenties.

Het scenario van Brian Helgeland (Nightmare on Elm Street 4) is een vergaarbak van grapjes en verdraaide clichés over het oord, dat Dante bezong en Camus in Amsterdam situeerde. De weg erheen wordt in de film geplaveid met de lichamen van mensen, wier hooggestemde smoesjes niet deugen; ze worden uitgespuwd door de cementmolen van de Good Intentions Paving Company.

Op een afgelegen woestijnweg wordt de aanstaande bruid van Chad Lowe, die haar zonder ouderlijke toestemming wil huwen in Las Vegas, geschaakt door een monsterlijke politieagent, Hell Cop, als presentje voor zijn duivelse broodheer. Lowe rest slechts de optie van Orpheus: een vrijwillige afdaling in de Hades.

De bonte bevolking van het desolate wegennet in de brandende hitte bestaat onder meer uit Hell's Angels, een boomlange veerman met driekoppige hond, een met de dood schakende ridder en een koffie schenkende Danaïde in de snackbar "Pluto's Donuts'. De meest wellevende bewoner van de hel is een behulpzame wegenwachter (Patrick Bergin), die luistert naar de omineuze naam Beezle.

Lang niet alle trouvailles in Highway to Hell zijn sterk; soms weet De Jong zich niet goed raad met de spitsvondigheden van het script, bij voorbeeld in de tamelijk obligaat uitgewerkte scène die beroemde slechteriken uit de wereldgeschiedenis in hetzelfde etablissement verenigt. Het verhaal verraadt weinig dramatische consistentie en zou zonder veel moeite een uur langer of korter kunnen duren. Wat vooral naar voren komt uit deze heksenketel van ideetjes is een groot plezier in filmische vormgeving. Je ziet De Jong genieten van het werken in Amerika, waar zelfs een low-budgetfilm als Highway to Hell nog grote mogelijkheden biedt voor het spelen met lokaties, trucages en het casten van de juiste acteur. Tot in de kleinste rolletjes zijn namen gekozen die iets betekenen in Hollywood, of die De Jongs carrière verder kunnen helpen. De ster van Patrick Bergin en die van Anne Meara (de koffieschenkster) is bij voorbeeld in drie jaar tijd al aardig gerezen.

Bij recente bezoeken aan Nederland ontpopte de ooit voor verlegen versleten De Jong zich als een causeur vol anekdotes en een handige bespeler van het Hollywoodmechaniek. In een film als Highway to Hell, waarbij weinig meer op het spel stond dan het in stelling brengen van visitekaartjes, komen die kwaliteiten van de regisseur het best tot hun recht.