Spectaculaire muziek op Slagwerkfestival

Slagwerkfestival Den Haag. Concerten, masterclasses, workshops, lezingen en slagwerkbeurs. Gehoord: 14/16-6 in Philipszaal en Korzo theater, nog t/m 21/6 in Philipszaal, Korzo theater, Koorenhuis, Haags Gemeentemuseum en Het Paard.

De saaie residentie swingt: karavanen bussen voor de Floriade, een vrijmoedige Erotica Beurs en een spectaculair Slagwerkfestival. De jubilerende Slagwerkgroep Den Haag in een bundeling van krachten met Anton Philipszaal en Korzo theater opteert voor een niet-elitair gebeuren. Zondagmiddag in Spui en Houtmarkt opende de Universe Symphony van David Moss, een compositie voor diverse drumbands en in zijn titel verwijzend naar Charles Ives, het festival. De bedoeling was om drums en stemmen te laten opgaan in één lied. Dat dit verwaaide, lag aan een misrekening die een andere Ives-fanaat, Henri Brant, niet zou zijn overkomen. Want Brant laat in zijn buitengebeurens voor diverse ensembles de amateur altijd in zijn waarde, hij schrijft in het eigen vertrouwde idioom, slechts de ontmoeting van volstrekt heterogene klankbronnen schept een eigentijds karakter.

Het aardige van het slagwerkfeest is de confrontatiegedachte, zoals die zondagavond tot uiting kwam in de ontmoeting van de Senegalese meesterdrummer Ali N'diaye Rose met de Slagwerkgroep Den Haag, overigens geen gelegenheidskoppel, want men werkt al sinds 1989 samen.

Vooral nieuwsgierig was ik naar weer een andere confrontatie, die tussen vader en zoon dinsdagmiddag in Korzo onder de titel "Stockhausen & Stockhausen'. Het begon met de première van de soloversie voor slagwerk en elektronica van Nasenflügeltanz (1983-1992), gecomponeerd door Stockhausen sr. als onderdeel van Luzifers Tanz, de derde acte van de opera Sammstag aus Licht. De titel Neusvleugeldans herinnert aan de opstelling: in de opera wordt het orkest opgesplitst in de vijf verdiepingen van een reusachtig gezicht, en de slagwerker neemt plaats in de neus.

John Cage wil de muziek zo spontaan als een opkomende nies, maar sinds Mantra laat Stockhausen liever niets meer aan het toeval over. Wat David Moss niet lukte, te weten het combineren van slagwerk en stem, speelt ook hier een belangrijke rol: het gaat van Juch huch. Pang. Tsasch. Poi. Wake take prrr. Psch-psss-pfff! In zijn slagwerkhuisje is de solist geheel ingebouwd door donderplaten, gongs en bekkens, de natrillende springveer heeft het laatste woord. Het neusspektakel - perfect gedoseerd door Andreas Boettger - is niet alleen maar een grotesk gebeuren, want uit de klankchoreografie spreekt een groot gevoel voor timing.

Dit nu bleek het zwakke punt in de compositie van de 25-jarige Simon Stockhausen: ... in sich/ausser sich ...: twintig minuten muziek voor band, midi-trombone en slagwerk (trommels, tamtams, bekkens, gongs en KAT-systeem), gebaseerd op chaostheorieën en fractal-analyse. De diagonaal uitgewerkte viersporenprojectie biedt veel te veel dicht opgepropt materiaal en dat dwingt trombone en slagwerk om uit te pakken als heavy-rockmusici. Toch herkent men in de twaalf delen, die weer gefragmentariseerd zijn tot twaalf minideeltjes, wel degelijk afwisselend materiaal, dat door allerlei objecten aangegeven wordt. De musici drinken champagne (voor bubbelende klankkleuren), breken glas (versplinterende klanken), mengen frambozenkwark (voor luchtige geluiden op de tape) enzovoort. Dit soort archetypische ideeën herinneren sterk aan de muziek van zijn vader.

Simon Stockhausen lijkt geen last te hebben van de druk om een beroemde vader op te volgen - ik denk aan Johann Sebastian jr., zoon van Carl Philip Emanuel Bach en voorbestemd tot musicus, die besloot schilder te worden -, maar als hij een krachtmeting aan wil gaan, dan wacht hem nog een lange weg. Aan roesachtige vitaliteit en verbeeldingskracht ontbreekt het hem niet, maar aan concentratie en timing valt te werken.

In het Slagwerkfestival biedt vrijdagavond de Anton Philipszaal nieuwe composities van Cage, Ishii, Ford, Rijnvos, Brophy, Becker, Nörgard en Reich; zaterdagavond traditionele slagwerkmuziek uit Senegal, Japan en Mozambique; zondagavond speelt er het Residentie Orkest werken van Maki Ishii, geïnspireerd door Japanse trommelmuziek, maar ook door die van de Afrikaanse Senufo-stam en pygmeeën; bovendien wacht Den Haag aansluitend een spectaculaire finale als buitengebeuren.