Montenegro in conflict met Servië

BELGRADO, 17 JUNI. Tussen Servië en Montenegro, die samen het nieuwe, slechts door weinig landen ter wereld erkende Joegoslavië vormen, hebben zich gisteren spanningen geopenbaard. De Montenegrijnse president Momir Bulatovic verliet ijlings de federale hoofdstad Belgrado om in de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica (het vroegere Titograd) te overleggen over de mogelijke benoeming van Serviërs tot zowel president als premier van de nieuwe federale republiek.

Volgens Bulatovic is dat in strijd met de afspraken bij de totstandkoming van het nieuwe Joegoslavië, eerder dit jaar, waarbij zou zijn overeengekomen dat de president van Joegoslavië een Montenegrijn zou zijn, waarna de premier dan een Serviër kon worden. Het Joegoslavische parlement, waarin Servische afgevaardigden een meerderheid hebben, heeft deze week echter de 70-jarige Servische schrijver Dobrica Cosic tot president uitgeroepen. Daarom zou nu dan ten minste de premier een Montenegrijn moeten zijn, aldus Bulatovic op een persconferentie gisteren. Cosic wil echter de Amerikaanse zakenman van Servische afkomst Milan Panic op deze post benoemen.

Bulatovic wil in Podgorica een politieke "ronde tafel' beleggen waaraan ook de Montenegrijnse oppositie zou moeten meedoen, die tot nu toe - net als de oppositie in Servië - elke medewerking aan de totstandkoming van het nieuwe Joegoslavië heeft geweigerd. Het is een publiek geheim dat onder de regeerders en de bevolking van Montenegro veel onvrede bestaat over het feit dat men door de vereniging met Servië in een nieuwe staat, nu ook onbedoeld wordt getroffen door de sancties van de Verenigde Naties. Die zijn erop gericht de Servische president Slobodan Milosevic te bewegen een eind te maken aan de Servische "agressie' in Bosnië-Herzegovina.

In Belgrado is een grote demonstratie tegen Milosevic, aanvankelijk voorzien voor zondag, voor onbepaalde tijd uitgesteld. Een van de organisatoren, de intellectuele club DEPOS, wil eerst afwachten welke initiatieven de nieuwe Joegoslavische president Dobrica Cosic ontwikkelt. Cosic is als een der auteurs van het "memorandum' over de positie van het Servische volk uit 1986 zeer populair in de kring van DEPOS-leden, over het algemeen nationalistische intellectuelen die op den duur teleurgesteld zijn in Milosevic' uitwerking van de nationalistische politiek.

Andere delen van de Servische oppositie, zoals de Democratische partij en de Servische Vernieuwingspartij van Vuk Draskovic, zien Cosic' benoeming tot president van Joegoslavië slechts als een truc van Milosevic om zijn regering te redden. Ook de studenten die in Belgrado drie faculteitsgebouwen hebben bezet en het aftreden van de Servische president eisen, zetten hun actie voort.