Moeizame onderhandelingen met Suriname

DEN HAAG, 17 JUNI. Tussen Nederland en Suriname blijven na de eerste dag van onderhandelingen grote meningsverschillen over hulpverlening. Toch zijn president Venetiaan en premier Lubbers ervan overtuigd dat morgen een nieuwe raamovereenkomst tussen de twee landen kan worden gesloten.

Dat zeiden beide bewindslieden gisteren aan het eind van de eerste dag van het officiële bezoek aan Nederland van de Surinaamse president. Suriname wil dat naast de 1,3 miljard gulden waarop het land krachtens een verdrag uit 1975 recht heeft, Nederland zich nu al garant stelt voor extra fondsen om de aanpassingsprogramma's mogelijk te maken. De minister voor ontwikkelingssamenwerking is bereid eventueel versneld fondsen ter beschikking te stellen uit de verdragsgelden, maar wil op dit moment geen nieuwe verplichtingen aangaan.

Den Haag redeneert dat de economische verslechtering het gevolg is van twee staatsgrepen in Suriname en dat Nederland daarvoor niet verantwoordelijk is. Daarnaast wordt er in het verdrag zelf op gewezen dat Nederland Suriname zal blijven steunen, ook als de verdragsgelden zijn uitgeput. Den Haag wil niet op voorhand al aangeven over welke bedragen het dan zal gaan.

Tweede discussiepunt vormt het personenverkeer. Paramaribo zou graag zien dat het visumbeleid wordt versoepeld of de visumverplichting wordt afgeschaft. Dat zou het gemakkelijker maken voor Surinaamse Nederlanders terug te keren naar hun land en mee te werken aan de economische wederopbouw. “Als zij zeker weten dat zij naar Nederland kunnen terugkeren dan wordt het gemakkelijk voor hen om naar Suriname te komen. Hun talenten hebben we nodig”, aldus een lid van de 50 man tellende Surinaamse delegatie.

Nederland stelt zich op het standpunt dat een streng visumbeleid moet worden gehandhaafd vooral om de doorvoer van drugs vanuit Suriname naar Europa beter tegen te gaan.

Een derde punt waarover nog niet helemaal overeenstemming bestaat is het mechanisme voor arbitrage. Mocht een van de partijen van het verdrag van mening zijn dat de andere partij zich niet houdt aan de overeenkomst, dan zou een aparte commissie gevormd moeten worden met een buitenstaander als voorzitter om het geschil te beslechten. Bij een gebrek aan overeenstemming daarover zou de president van het Internationale Gerechtshof in Den Haag worden gevraagd een voorzitter aan te wijzen.

In het raamverdrag, dat in concept tien pagina's beslaat, komen beide partijen overeen de rechtsstaat en democratie in Suriname te versterken, de vriendschap tussen beide volkeren te benadrukken en tot nauwere samenwerking te komen. Daarbij is het van belang de internationaal geldende normen voor de rechtsorde na te komen en de bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties. Nederland verklaart zich in het nieuwe verdrag bereid ook na het besteden van de 1.3 miljard gulden waarop Suriname nog recht heeft aanvullende hulp te geven.

Voor de versterking van de rechtsstaat is Nederland bereid mee te werken aan nieuwe wetgeving, aan een betere uitrusting van het justitiële apparaat en aan hervormingen op een aantal ministeries. In een aanvullend communiqué zal Nederland aangeven welke bedragen beschikbaar komen voor hulpverlening op korte en langere termijn uit de verdragsgelden.

“De Surinaamse delegatie heeft zich de afgelopen dagen hard opgesteld en wil aan alle hervormingsplannen meteen een prijskaartje hangen, door Nederland te voldoen”, aldus een Nederlands lid van de onderhandelingsdelegatie. “Zij voelen zich gesterkt door de afwijzing door Indonesië van Nederlandse hulp. Den Haag, zo menen zij, zal willen voorkomen dat zoiets een tweede keer gebeurt. Bovendien staat Suriname sterk, want het verdrag uit 1975 heeft internationale rechtsgeldigheid.”

Foto: President Venetiaan werd gisteren begroet door Surinaamse vrouwen. (Foto NRC Handelsblad/ Vincent Mentzel)