Mexico razend na uitspraak Hof VS; Amerikaans Hooggerechtshof dekt "juridische variant kanonneerbootdiplomatie'

MEXICO-STAD, 17 JUNI. Met grote verontwaardiging is in Mexico gereageerd op de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof dat de ontvoering uit Mexico van de arts Humberto Alvarez Machain door Amerikaanse agenten legaal was. Unaniem wordt de beslissing van de Mexicaanse regering toegejuicht om de activiteit van de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA op Mexicaans grondgebied voorlopig te verbieden.

De negen leden van het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelden maandag in meerderheid dat de VS gerechtigd zijn om buitenlandse onderdanen op het grondgebied van hun land te ontvoeren en in Amerika voor het gerecht te brengen. Aanleiding tot de uitspraak vormde de zaak van de Amerikaanse DEA-agent Enrique Camarena, die in 1985 in Mexico door drugssmokkelaars werd gemarteld en gedood. De gynaecoloog Humberto Alvarez Machain was volgens de Amerikaanse autoriteiten betrokken bij de foltering van Camarena. Alvarez werd in 1990 door DEA-agenten met behulp van Mexicaanse oud-politiefunctionarissen in zijn woonplaats Guadalajara ontvoerd en naar de VS overgebracht. Hij zit nu in Los Angeles gevangen.

De ontvoering leidde tot grote commotie in Mexico, dat destijds sprak van een flagrante inbreuk op de nationale soevereiniteit van het land. De zaak-Camarena/Alvarez is een van de uiterst tere punten in de vaak moeizame relatie tussen de VS en Mexico.

De Mexicaanse politiek is unaniem in haar veroordeling van het vonnis. Oppositieleider Cuauhtémoc Cárdenas van de Revolutionaire Democratische Partij (PRD) sprak van een “schending van het internationale recht” door de VS, die in deze zaak “hun meest cynische gezicht” laten zien. Senator Porfirio Muñoz Ledo van de PRD meent dat Mexico een krachtig protest tegen de Amerikaanse handelwijze moet aantekenen bij internationale organisaties als de VN en de Organisatie van Amerikaanse Staten.

De uitspraak van het Hooggerechtshof in de zaak-Alvarez zal ongetwijfeld gevolgen krijgen voor het uit 1978 stammende uitleveringsverdrag tussen de twee landen. In hun meerderheidsvonnis wijzen de zes rechters van het Hooggerechtshof erop dat nergens in het verdrag wordt gesproken over ontvoeren van elkaars onderdanen op het grondgebied van het andere land. Mexicaanse commentatoren zien in deze uitspraak een vrijbrief voor DEA-agenten om door te gaan met ontvoeringen en zelfs moorden in Mexico te plegen, omdat deze ook niet expliciet in het verdrag worden genoemd. Manuel Becerra, een deskundige op het gebied van internationaal recht aan de Nationale Autonome Universiteit van Mexico, meent dat Mexico nu de mogelijkheid heeft om het uitleveringsverdrag eenzijdig op te zeggen en schadevergoeding te eisen wegens schending van het verdrag.

De zaak-Camarena/Alvarez is niet het enige geval van ontvoering van Mexicaanse staatsburgers op Mexicaans grondgebied door de Amerikaanse autoriteiten. Met name in het grensgebied komt het herhaaldelijk voor dat Amerikaanse politiefunctionarissen Mexicaanse verdachten (bij voorbeeld mensen- of drugssmokkelaars) tot over de grens achtervolgen en hen na gevangenneming terugbrengen naar de VS. Ook de terdoodveroordeling van Mexicanen in de VS leidt hier regelmatig tot grote opschudding en tot demarches van Mexicaanse diplomaten in de VS.

Met het vonnis heeft het Hooggerechtshof de Mexicanen tweemaal op de ziel getrapt. Niet alleen is nationale soevereiniteit een heilig goed in Mexico, dat zich opstelt als de voorvechter van het non-interventionisme in Latijns Amerika, ook het goedkeuren van een ontvoering is iets dat haaks staat op de onbuigzaam-legalistische opvattingen hier. Het argument waarmee de Amerikanen destijd de ontvoering motiveerden - “Mexico zou toch niet hebben gereageerd op een officieel uitleveringsverzoek” - was in Mexicaanse ogen mogelijk realistisch, maar vooral volstrekt in strijd met de gedachte van het verdrag.

Het oordeel van de Mexicaanse regering is dan ook dat de uitspraak “ongeldig en onacceptabel is”. Een soortgelijke reactie kwam gisteren uit verscheidene andere Latijns-Amerikaanse landen, alle bezorgd dat hun landen een vrij jachtgebied worden voor Amerikaanse wetshandhavers, met name waar het gaat om verdachten van drugsmisdrijven.