Mededinging in pensioenen

Afzonderlijke pensioenregelingen in de verschillende lidstaten van de EG kunnen een belemmering vormen voor het vrije verkeer van werknemers. Ondernemingen organiseren hun bedrijfsactiviteiten steeds meer op internationale grondslag, met personeel in meer dan één lidstaat van de EG. Er zijn ook steeds meer multinationals met dochterbedrijven in Nederland, waarvan men de werknemers wil laten deelnemen in de pensioenregeling van de buitenlandse moeder.

De multinational komt voor problemen te staan als hij voor werknemers in verschillende lidstaten telkens een andere pensioenregeling moet hebben. Een werknemer die een baan aanvaardt in een ander land en dan moet gaan deelnemen in een andere pensioenregeling, ziet zich geplaatst voor een pensioenbreuk.

Op het terrein van het verzekeringsbedrijf heeft de EG de vrijheid om grensoverschrijdend verzekeringsovereenkomsten te sluiten inmiddels in een richtlijn vastgelegd. Het gaat hierbij om de zogenaamde vrijheid van dienstverrichting, wat wil zeggen dat verzekeringsovereenkomsten kunnen worden gesloten met een in een ander land gevestigde verzekeraar. Werkgevers hebben hierdoor de mogelijkheid een pensioenverzekering voor werknemers die in verschillende landen werkzaam zijn via één verzekeringsmaatschappij uit te voeren. Deze vrijheid van dienstverrichting moet volgens de richtlijn per 20 mei 1993 in de Nederlandse wetgeving ten uitvoer zijn gelegd. De Tweede Kamer heeft een hiertoe strekkend wetsvoorstel in behandeling.

Voor pensioenfondsen ligt de vrijheid van dienstverrichting nog niet in het verschiet. De Europese Commissie ziet het regelen van de vrijheid van grensoverschrijdende deelneming in een pensioenfonds wel als een van haar doelstellingen. De uitwerking van deze doelstelling levert echter nog te veel problemen op. Dit komt onder meer door de grote verschillen tussen de pensioenregelingen van de EG-lidstaten, zoals op het punt van de uitkeringsniveaus en de financieringssystemen. Ook zou een recht op grensoverschrijdende deelneming in een pensioenfonds het stelsel van verplichte bedrijfspensioenfondsen - zoals dat in Nederland bekend is - in gevaar kunnen brengen. Het deelnemen in een bedrijfspensioenfonds kan de minister van Sociale Zaken, ingevolge de wet verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds, verplicht stellen voor alle werknemers die in een bepaalde bedrijfstak werkzaam zijn. Deze verplichte bedrijfspensioenfondsen hebben een belangrijk sociaal karakter. Hun functioneren is gebaseerd op solidariteit en verevening van risico's. Hierdoor kan een bedrijfspensioenfonds met doorsnee-premies werken voor jonge en oude werknemers.

Hoewel de Europese Commissie de verplichte bedrijfspensioenfondsen dus wil ontzien, werd in een procedure bij de Kantonrechter Leeuwarden aangevoerd dat het functioneren van verplichte bedrijfspensioenfondsen in strijd zou zijn met het Europese mededingingsrecht, zoals geregeld in artikel 85 van het EEG-Verdrag. Dit artikel verbiedt overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemingsverenigingen en alle onderling afgestemde gedragingen die een belemmering vormen voor de vrije mededinging binnen de EG. Dit mededingingsartikel kwam onlangs nog aan de orde toen het Nederlandse bouwkartel (het Uniform Prijsregelend Reglement) daarmee in strijd werd geacht.

Met betrekking tot de verplichte bedrijfspensioenfondsen heeft de kantonrechter in Leeuwarden echter beslist dat hier geen strijd bestaat met het Europese mededingingsrecht. Volgens het vonnis van de kantonrechter heeft het mededingingsrecht geen betrekking op afspraken op het terrein van de sociale zekerheid en/of arbeidsvoorwaarden, waartoe pensioenregelingen moeten worden gerekend. Toepassing van artikel 85 kan daarom in het geheel niet aan de orde komen.

De verplichte bedrijfspensioenfondsen zijn voorlopig dus gevrijwaard van Europese inmenging. Het lijkt mij ook goed dat het afgewogen sociale stelsel van verplichte bedrijfspensioenfondsen niet in de waagschaal wordt gesteld op grond van aan economische belangen ontleende mededingingstheorieën.