Kwaad

Vandaag gaat het over de onverdraaglijke wanverhouding tussen goed en kwaad.

Neem de jonge dassen die vorige maand werden doodgeslagen op de Meinweg bij Roermond. Ik heb me de foto, die toen in de krant stond, laten toesturen door de Vereniging Das & Boom. Hij ligt naast mijn schrijfmachine: een grijzig knuffelbeestje ontspannen uitgestrekt op een stoeptegel. Aan de rand zie je duim en wijsvinger van iemand die er een meetlint bij houdt. Eénenvijftig centimeter tussen neus en staart.

Stel nu dat honderd mensen in de gelegenheid waren zich aan dit dasje te vergrijpen. Negenennegentig van hen laten het na, hetzij uit liefde voor het dier, of uit onverschilligheid, of uit respect voor de wet, je mag geen dassen doodslaan. Het is er op deze honderd maar één die het doet. Die ene terroriseert dan niet alleen de das, maar ook het gros van zijn medemensen. Het betrokken dier blijft niet voor 99 procent in leven, het is voor de volle 100 procent dood.

De wanverhouding: wat je wilt bewaren moet je altijd bewaren, terwijl je het maar één keer hoeft weg te doen. Wat je liefhebt moet je voortdurend koesteren, terwijl een ander het in één klap kan vernietigen. Er is daarom maar weinig kwaad voor nodig om de wereld te maken zoals zij is.

Het onverdraaglijke: dat het ons niet lukt dat weinige kwaad uit te roeien.