Intellectuele no nonsense-bestuurder; Academicus Alexander Rinnooy Kan moet behoudend VNO moderniseren

It takes two to tango, zegt Alexander Rinnooy Kan. De ontzuiling van Nederland is nog niet zover dat VNO en NCW fuseren. Maar daar is op dit moment ook geen behoefte aan. Ruim een jaar na zijn aantreden als voorzitter van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen toont Rinnooy Kan zich ingenomen met de samenwerking met het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond.

Sinds zijn entree in de wereld van ondernemers, vakbondsbestuurders en politici klinken enthousiaste geluiden over hem. Na de politicus mr. Van Veen en de ondernemer mr. Van Lede stonden de leden van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen aanvankelijk sceptisch tegenover de professor Rinnooy Kan. Maar het adagium "veni, vidi, vici' is op hem van toepassing.

De voorzitter opereert vanuit een heel andere achtergrond dan zijn voorganger Van Lede. “De hoogbegaafde academicus versus de pragmatische ondernemer”, schetst J.J.H. Jacobs, algemeen directeur van het VNO. “We hebben bewust voor iemand gekozen die geen kloon is van zijn voorganger. En met Rinnooy Kan hebben we iemand die perfect in het huidige tijdsbeeld past.” Het VNO wilde het imago van een behoudende, weinig innovatieve organisatie moderniseren. De "stem' van ruim tienduizend ondernemingen moest een intellectuele no nonsense-bestuurder zijn.

Om zich Den Haag en de wereld van de ondernemer snel eigen te maken, liet Rinnooy Kan zich het afgelopen jaar dikwijls rondom Het Binnenhof zien en bezocht hij veel bedrijven. De nieuwe VNO-voorzitter is toegankelijk, praat met iedereen en is nieuwsgierig. “Een fantastische baan”, zegt Rinnooy Kan (42 jaar, gehuwd, drie kinderen) “en binnen de mogelijkheden van de organisatie kan ik mijn eigen geluid laten horen”.

Een heel eigen - onconventioneel - geluid liet de VNO-voorzitter horen tijdens zijn eerste vergadering van de Sociaal-Economische Raad. In het zenuwcentrum van de overlegeconomie - “een groot goed voor ons land, maar het behoeft een opknapbeurt” - klapte hij bij de bijeenkomst over het WAO/Ziektewet-advies uit de school. Volgens Rinnooy Kan was tijdens informeel overleg met CNV en MHP gebleken dat deze twee vakcentrales een verlaging van de WAO-uitkeringen zouden gedogen. Het kwam hem op een reprimande van CNV-voorzitter Hofstede te staan. Daarna heeft hij deze “unieke, ongeschreven gedragscode van de overlegeconomie” niet meer geschonden, constateert SER-voorzitter Quené.

Het VNO geldt voor de buitenwereld als een centraal geleide, ambtelijke organisatie met aan het hoofd "secretaris-generaal' Jacobs. De multinationals zetten een zwaar stempel op het beleid en daardoor is de vrijheid van het secretariaat beperkter dan bij het NCW. In tegenstelling tot het NCW heeft het VNO geen personen als lid en ontbeert het daardoor het netwerk van persoonlijke contacten.

Direct na zijn aantreden liet Rinnooy Kan er geen twijfel over bestaan dat het VNO dè spreekbuis is van het bedrijfsleven; uit hoofde van zijn functie is hij ook voorzitter van de Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties waarin alle zeven werkgeversorganisaties samenwerken. Tijdens gezamenlijke persconferenties formuleert Rinnooy Kan scherp en uitputtend. Onno Ruding - de vorige voorzitter van het NCW - kon zich er moeilijk bij neerleggen dat hij de tweede viool moest spelen. Onder het regime van Van Lede kon de NCW-voorzitter wel eens een solo-partij opeisen.

In de discussie over de stelselwijziging in de gezondheidszorg speelde het NCW een minder prominente rol dan het VNO. Rinnooy Kan draagt goeddeels de verantwoordelijkheid voor het uitstel van het plan-Simons. Volgens Tweede-Kamerlid Kohnstamm (D66) heeft Rinnooy Kan de discussie over de stelselwijziging “op een niveau getild waarop wij het niet hebben kunnen krijgen”.

In oktober daagde de staatssecretaris van volksgezondheid de werkgeversvoorzitter uit voor een publiek debat want hij had “de schurft” aan diens berekeningen waaruit bleek dat de kosten van de gezondheidszorg door het plan-Simons eerder stijgen dan dalen. En de meeste inkomensgroepen zouden er volgens de VNO-berekeningen op achteruit gaan, som fors.

Tijdens het debat zette Rinnooy Kan de toon met zijn opmerking dat Simons “een OV-jaarkaart voor de gezondheidszorg” wil verstrekken. Achteraf beklaagde de PvdA-staatssecretaris zich erover dat zijn opponent het debat “op een gemakkelijke, studentikoze wijze” had gevoerd en “zich door een paar grote bedrijven (heeft) laten inhuren om mijn plannen neer te sabelen”. Daarbij doelde hij op de "soufleur'-activiteiten van Van Lede die nu bestuurder bij het chemieconcern Akzo is.

Na de christen-democratische voorzitters Van Veen en Van Lede baarde de nieuwe werkgeversvoorzitter opzien met zijn opmerking dat hij “snurkend D66-lid” is. Volgens leden van de D66-fractie is de "snurker' inmiddels een wakker partijlid en wordt hij regelmatig geconsulteerd. “Hij verkondigt dan niet het traditionele werkgeversstandpunt”, meent het Kamerlid Schimmel. “Hij is een heldere, creatieve, ondogmatische denker.”

VNO-directeur Jacobs onderstreept dat de toenadering tot D66 ook te maken heeft met de “toppositie” van die partij in de opiniepeilingen. “En de capaciteiten van Rinnooy Kan zijn niet alleen bij ons bekend, dus je loopt een zeker risico.” De intellectuele en organisatorische talenten van Rinnooy Kan zijn volgens D66-fractievoorzitter Van Mierlo - die regelmatig met hem praat - van dien aard dat hij voor de democraten “absoluut ministeriabel is, maar dat is op dit moment volstrekt niet aan de orde.”

Toespelingen op een ministerschap voor D66 wimpelt Rinnooy Kan af. “Ik heb een afspraak van twee keer drie jaar en daar wil ik mij aan houden”, zegt hij resoluut. Om er in één adem op te laten volgen: “behoudens zeer onvoorziene gebeurtenissen.”

Loopbaan dr. A.H.G. Rinnooy Kan (1949)

1972 doctoraal wiskunde Rijksuniversiteit Leiden 1972 kandidaats econometrie Universiteit van Amsterdam 1976 doctoraat in de wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam 1977-1991 hoogleraar operationeel onderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam 1983-1986 directeur econometrisch instituut Erasmus Universiteit 1986-1989 rector-magnificus Erasmus Universiteit 1988 lid raad van commissarissen Mees & Hope en Perscombinatie 1991 lid raad van commissarissen Dura Bouw BV en Dura International BV 1991-hedenvoorzitter Verbond van Nederlandse Ondernemingen