"Holland-Sevilla' zeer tevreden met paviljoen wereldtentoonstelling

ROTTERDAM, 17 juni. Het bestuur van de Stichting Holland-Sevilla is buitengewoon tevreden met het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Sevilla. In een brief aan een aantal dagbladen wijst het bestuur dan ook alle aanmerkingen op vorm en inhoud van het omstreden bouwwerk van de hand.

De afgelopen vier jaar zin er “fikse discussies” geweest met de firma Reco International BV van oud-journalist Henri Remmers, die voor de bouw van het paviljoen verantwoordelijk was. “Maar volgens goed-Nederlandse traditie konden wij steeds consensus bereiken”, aldus het schrijven.

Onder meer in deze krant is ernstige kritiek geuit op de keuze van de uitvoerder, de aanbestedingsprocedure en het uiteindelijke resultaat van het expo-project. Landsadvocaat H. Bouma, die optrad als adviseur van de stichting bij de contractonderhandelingen met Remmers, suggereerde twee weken geleden dat de stichting zich door het maken van ongunstige afspraken teveel zou hebben overgeleverd aan Reco, dat daardoor voor miljoenen meerwerk kon claimen.

Voorzitter Sergio Orlandini, vice-voorzitter H. van der Voet en J. van Basten Batenburg, de directeur van het paviljoen, leggen er in een mondelinge toelichting echter de nadruk op dat zij de gevolgde procedure niet van belang achten. Voor hen telt alleen het resultaat. Volgens Orlandini is de stichting overigens niet verantwoordelijk geweest voor de selectie van de vijf marketingbureaus die in 1989 mochten meedingen naar de opdracht voor de Nederlandse inzending naar Sevilla.

Niet bekend

Toenmalig EVD-directeur Klaas de Jong deed echter al eerder ervaring op met Remmers in de met steun van het ministerie opgerichte onderneming Holland on Satellite, die het Nederlandse bedrijfsleven op de Amerikaanse kabel moest gaan presenteren. Holland on Satellite eindigde in een publicitair schandaal en een faillissement van de onderneming. De Jong, nu: “Net als iedereen had ik natuurlijk wel mijn aarzelingen bij de persoon van Remmers. Maar het bestuur vond het door hem gepresenteerde ontwerp nu eenmaal het beste. Zelf had ik overigens een voorkeur voor een ander ontwerp.”

Het door Reco voorgestelde “masterplan”, dat in de competitie tussen de vijf bureaus werd uitverkoren, beschreef een ambitieuze Nederlandse presentatie met behulp van gevanceerde audio-visuele technieken. Dat hiervan in de uitvoering uiteindelijk weinig is terug te vinden, komt doordat de bij het plan ingeleverde begroting daarop niet was afgestemd. Het bestuur acht dit een normale gang van zaken.

Ook de andere bureaus zouden met “vage kreten” zijn gekomen, aldus Orlandini. Van begin af was duidelijk dat realisering van die voorstellen wegens de hoge kosten onhaalbaar zou zijn, daarom is in overleg voor een goedkopere uitvoering van het Reco-plan gekozen. Orlandini zou “zó weer met Remmers in zee gaan”. Van der Voet geeft als zijn persoonlijke mening dat bij een volgende gelegenheid misschien toch voor een “ouderwetse procedure” zou moeten worden gekozen, waarbij de overheid zelf toezicht houdt op uitvoering van de Nederlandse inzending in plaats van een particuliere stichting. Dit zou kunnen leiden tot “een evenwichtiger resultaat”.

Beide voorzitters stellen echter dat de tien uit het bedrijfsleven afkomstige leden van hun bestuur niet als vertegenwoordigers van hun ondernemingen moeten worden beschouwd, maar uitsluitend het algemeen belang hebben gediend. Zij zijn verontwaardigd over het opstappen van mr. R. Vos, die als vertegenwoordiger van het ministerie van financiën in de financile adviescommissie zitting had. Vos meende dat hij “te weinig sturend heeft kunnen optreden”, aldus een woordvoerder van het departement. Het bestuur stelt dat hij nimmer intern kritiek op de gang van zaken heeft geuit. Om iedere schijn van twijfel weg te nemen heeft de stichting Holland-Sevilla aan de Algemene Rekenkamer gevraagd de boeken te controleren.