Foto: Frans van Es, duiker / bom- en ...

Foto: Frans van Es, duiker / bom- en mijndemonteur bij de Koninklijke Marine “Er liggen op de zeebodem voor de Nederlandse kust evengoed nog zo'n 400.000 bommen en mijnen.

Omdat de visserijtechnieken zijn geperfectioneerd en ze steeds dieper kunnen vissen, komen nog altijd explosieven naar boven. Meest Amerikaans, Engels en Duits spul, uit de Tweede maar soms ook nog uit de Eerste Wereldoorlog. We werken in twee wachtploegen. Die worden opgeroepen wanneer zich explosieven aan boord van visserschepen bevinden. Dat gebeurt veelal 's nachts; we gaan naar de havenplaats, maar ook wel meteen met een reddingsboot of met de Rijkspolitie te water naar het schip. Time is money voor onze klanten, dus tegenover onze komst staat een kleine vergoeding. Daar heeft het ministerie een klein budget voor beschikbaar gesteld. Maar soms is dat potje leeg en dan donderen die vissers de explosieven gewoon weer overboord. 't Is billijk als het vergoed wordt, al is het nu niet meer dan een fooi. Dit is geen gevaarlijk werk, zolang je het gevaar maar niet bagatelliseert. Er bestaat dan ook geen beschermende kleding voor. Al trek je een betonnen pak aan, als een bom vlakbij jou tot ontploffing komt dan zit jij daarna geheid op Wolk 7 te patiencen. Ik heb één keer een explosie van dichtbij meegemaakt; dat kostte me alle vingertoppen van m'n linkerhand, op die van m'n pink na. Normaal gesproken draag ik het uniform van de adjudant van de nautische dienst. Als we smerig werk op een schip moeten doen, trek ik daar een overalletje over aan. Onze ploeg bekijkt de bom of de mijn op risico. Is hij te riskant, dan wordt hij direct op zee vernietigd. Is de ontsteking in goede staat, dan kunnen we die eruit draaien en de bom veilig stellen. Die explosieven worden meegenomen naar Den Helder, in een speciale bunker opgeslagen en later gezamenlijk buitengaats tot ontploffing gebracht. Dan gaan we met een boot de zee op, brengen een vernielingslading op die rotzooi aan en varen op afstand. Zo'n explosie vind ik nog steeds mooi; ik krijg er nog net zo'n kick van als van m'n eerste bomontploffing. Je moet daar alleen niet te dicht op varen; voor je het weet zit je met een verlichte petveer, of een aureool, zoals de katholieken dat noemen.''