Een wilde roos in Domburg

In de zomer van 1889 arriveerde Elisabeth koningin van Roemenië met haar vorstelijke familie Von Wied in de Zeeuwse badplaats Domburg. De villa waar zij verbleef staat er nog.

Sinds de heilzame werking van het zeewater ontdekt was, had de bevolking van het ooit zo onaanzienlijke vissersdorp al heel wat vorstelijke en vaak excentrieke zomergasten ontvangen. Zij ploeterden met reismanden en parasollen door het mulle zand en lieten zich per badkoets de zee in rijden voor een geneeskrachtige onderdompeling. In de duinen verrezen luxe houten villa's, een Badhotel en een Badpaviljoen. Daar ritselde het op warme namiddagen van gesteven katoen.

De Roemeense vorstin Elisabeth, die onder de naam Carmen Sylva verzen, romans, Franse drama's en folkloristische werken publiceerde, spande onder hen de kroon. Ze was geheel in het wit gekleed. Op haar witte haren droeg zij een witte kanten sluier, die dramatisch wapperde als zij 's avonds op de duinen over zee staarde. Soms zag men haar, omringd door bewonderaarsters, op een van de veranda's van haar villa aan zee liggen. Dan droeg zij voor uit haar laatste bundel "Frauenmuth' of schreef verzen, voor de bundel "Meerlieder'.

Carmen Sylva werd als Elisabeth von Wied in 1843 geboren. Zij was de enige dochter van vorst Herman von Wied en prinses Marie van Nassau. Op haar derde jaar leerde ze lezen en schrijven. Heel jong studeerde ze vreemde talen. Ze ontwikkelde een hartstocht voor poëzie, muziek, schilderkunst en literatuur. Alleen dwaalde ze over de heuvels, door wijngaarden en wouden van Neuwied aan de Rijn. Men noemde haar "de wilde roos van Wied'. Toen ze als meisje aan het Berlijnse hof verbleef, wilde ze volgens haar gewoonte een brede trap afstormen. Maar ze struikelde en werd opgevangen door Karl von Hohenzollern Sigmaringen. De jonge luitenant die haar behoedde voor een beenbreuk of erger, zou haar nooit vergeten. Elisabeth, niet denkend aan een huwelijk, wees aanvankelijk de meest gunstige aanzoeken af. Ruim tien jaar later verscheen Carol kroonprins van Roemenië in Neuwied om haar hand te vragen. Hij bleek niemand anders te zjn dan Karl von Hohenzollern Sigmaringen.

Drie jaar eerder was hij, na de vereniging van Moldavië en Walachije, door de bojaren uitverkoren om de heerschappij over het nieuwe koninkrijk op zich te nemen. Ondanks internationale tegenstand en wantrouwen vertrok de zeer plichtbewuste, koele en hardwerkende Karl naar Boekarest. Na de zware beginjaren besefte Carol, dat hij zich als vorst van Roemenië kon handhaven. Hij had echter een koningin nodig om het volk wat tederheid te tonen en hem troonopvolgers te schenken. Elisabeth von Wied zei "ja' op het aanzoek en reisde met haar echtgenoot per stoomschip over de Donau naar haar koninkrijk, waarover ze 45 jaar zou regeren.

“Onze taak is niet eenvoudig”, schreef ze, “wij komen niet uit een oud geslacht dat hier zijn wortels heeft en we moeten het moeilijkste veroveren dat op aarde bestaat: de gunst van het volk.” Maar de overactieve Elisabeth deed alles om haar taak goed te vervullen: ze leerde Roemeens, stichtte scholen, ziekenhuizen, kinderverblijven en een school waar de oude folkloristische borduur- en weefkunst werd beoefend. Een jaar na haar huwelijk baarde ze haar enig kind. Het was een dochtertje dat drie jaar later aan typhus bezweek. Sindsdien vluchtte Elisabeth in haar poëzie, die in de jaren tachtig in Duitsland, Frankrijk en Roemenië hogelijk werd gewaardeerd. Haar pseudoniem Carmen Sylva verklaarde ze als volgt: “Carmen, de zang, Sylva, het woud. Het prachtige woud zingt zijn lied!”

Onder de bewonderaars van haar neo-romantische verzen bevond zich Sisi, keizerin van Oostenrijk, zelf een produktief dichteres. De twee "Dichterköninginnen' vonden elkaar in brieven en poëzie. Sisi maakte herhaaldelijk de reis van Wenen naar het jachtslot Pelesch, dat de inmiddels tot Carol I gekroonde koning had laten bouwen. Onder invloed van zijn vrouw werd het 160 kamers tellende slot in Duitse renaissancestijl opgetrokken. Sisi beschreef in verzen hoe Carmen Sylva haar meenam naar de oever van de beek in het woud om haar persoonlijk uit haar bundel "Leidens Erdengang' voor te dragen: “Von Affecte hingerissen, Ist antik fast ihr Gebahren; Aus den weissen Mähnenhaaren, Hat den Kamm sie jetzt gerissen. Diese flattern wild im Winde, Um die königliche Stirne...” Aan het eind van het vers had Sisi zichzelf niet meer in de hand: “...und ergriffen sinkt sie an der Freundin Busen.”

In 1884 bezocht Carmen Sylva het Weense hof. Prinses Marie Valerie, dochter van Sisi, schreef hoe de dichteres haar entree maakte in een grote bontjas met daaronder een nachtjaponachtig gewaad: “Sie trug einen geschlossenen Hut und hatte einen Schleier, über dem sie ihren Nasenzwicker aufgezetst.” Het hof bespotte de Roemeense koningin. Keizer Franz Joseph klaagde: Carmen Sylva heeft me “die Nerven angegriffen!” Sisi, die ongelukkig was in haar huwelijk, voelde zich nog sterker tot haar gaste aangetrokken. Ze hadden ook veel gemeen, zoals hun bewondering voor Sappho en Heine. Ze beoefenden spiritisme en deelden dezelfde politieke mening.

Sisi vond de monarchie een verachtelijke vertoning en Carmen Sylva noteerde in haar dagboek dat ze de republikeinse staatsvorm de enig rationele achtte en zich afvroeg hoe lang het volk hen nog zou dulden. Toen Sisi in 1898 door een anarchist met een vijl dodelijk in het hart was getroffen, besefte Carmen Sylva dat hij een vorstin gedood had, die politiek gezien dicht bij hem stond.

Elisabeth zou in Roemenië de koosnaam Moedertje krijgen. Ze maakte haar volk vertrouwd met de westerse hygiëne, opende kunstgalerijen en stichtte een schildersacademie. Toen Carol I zich aan het hoofd van zijn leger in een strijd tegen de Turken stortte, was de koningin in het veldhospitaal bij de gewonde soldaten te vinden. Herhaaldelijk werden alle inspanningen haar te veel; dan moest ze naar haar vaderland om te kuren.

In de zomer van 1889 werd Carmen Sylva dagelijks in het Domburgse heilzame zeewater ondergedompeld. Ze kon vrijwel genezen naar Boekarest terugkeren. De verblufte burgemeester van het dorp werd bij haar vertrek verheven tot Ridder in de Orde van de Kroon van Roemenië en ontving tweehonderd gulden voor de armen. Koningin Elisabeth zou in 1916 te Boekarest overlijden.

Alleen Domburg heeft Carmen Sylva niet vergeten. De nostalgische villa waarin ze verbleef draagt nog altijd haar naam.

Foto: Van links naar rechts: Prinses Louise, dochter van Willem von Wied; Helena von Waldeck-Pyrmont, zuster van koningin Emma; haar tante Elisabeth von Wied, koningin van Roemenië (Carmen Sylva) en prinses Elisabeth von Wied, zuster van Louise.