Economie groeit 1,1 pct in eerste kwartaal; Twijfel over groei Japan, beurs Tokio in mineur

TOKIO/AMSTERDAM, 17 JUNI. De beurs van Tokio sloot vanmorgen op een nieuw dieptepunt voor 1992. Het Nikkei-225-koersgemiddelde sloot 507,73 punten lager op 16.445,80, een daling van drie procent. Belangrijkste reden voor de koersdaling was een groeiend pessimisme over de Japanse economie.

Volgens het Japanse Economische Planbureau is de economie van Japan in het eerste kwartaal met 1,1 procent gegroeid, maar beleggers wantrouwen dit cijfer. “Het beurssentiment is tot een absoluut dieptepunt gedaald. De Nikkei stevent af op nieuwe dieptepunten”, voorspelde een beurshandelaar vanmorgen. “Beleggers zien op het moment geen enkele reden om aandelen te kopen.” Berichten over wankele vastgoedleningen en onzekerheid over de verkiezingen in juli droegen eveneens bij aan de verkoopgolf op de beurs.

Onze correspondent in Tokio meldt verder dat beleggers de positieve kwartaalcijfers, die het Economisch Planbureau heeft bekendgemaakt, wantrouwen . De Japanse economie zou in het eerste kwartaal van dit kalenderjaar tegen aller verwachting spectaculair gegroeid zijn. Het bruto nationaal produkt steeg volgens het planbureau in volume met 1,1 procent, dat is 4,3 procent op jaarbasis. In laatste kwartaal van het vorige jaar was het bnp nog met 0,2 procent op jaarbasis gedaald.

Analisten twijfelen sterk aan de juistheid van het cijfer. Ze zeggen dat statistische spitsvondigheden zijn gebruikt. Bovendien zou de consumptie door een tijdelijke inhaalvraag een geflatteerd beeld laten zien. De voorraden zwellen nog steeds aan; tenslotte dalen de investeringen al voor het tweede achtereenvolgende kwartaal, zo beklemtonen ze.

Een woordvoerder van het planbureau gaf vandaag toe dat de inhaalvraag een rol heeft gespeeld bij de onverwacht sterke kwartaalgroei van 1,1 procent. Daardoor groeide de binnenlandse vraag met 0,9 procent, opgestuwd door een sterke groei van de consumptie met 0,8 procent. De export steeg met 0,2 procent, vooral door de repatriëring van winsten op overzeese activiteiten.

Als de inhaalvraag buiten beschouwing wordt gelaten zou de economische groei in het eerste kwartaal geen 1,1 procent, maar een magere 0,5 procent zijn geweest ten opzichte van het voorafgaande kwartaal. De groei op jaarbasis zou dan niet zijn uitgekomen op 4,3 maar op slechts ongeveer 1,5 procent.

Toch zijn er ook economen die door het nieuwste economische cijfer het gevoel hebben dat de economie terug is op haar groeipad. Ze geloven dat tegen de herfst het ondernemersklimaat sterk zal zijn verbeterd, dank zij het aantrekken van de huizenbouw gevolgd door investeringen in het midden- en kleinbedrijf.

Anderen spreken dit tegen. Zij menen dat al in het volgende kwartaal het bnp weer zal dalen. Zij pleiten voor extra stimuleringsmaatregelen door de regering ter groottte van drie biljoen yen (ruim 40 miljard gulden) - niet meer, omdat anders de inflatie zal aanwakkeren. Verdere renteverlaging door de centrale bank wijzen ze af, dat zou de yen maar verzwakken en het reusachtige handelsoverschot met de rest van de wereld nog verder doen toenemen.

Volgens het planbureau is de Japanse economie in het afgelopen begrotingsjaar, dat eindigde op 31 maart, met 3,5 procent gegroeid, dat is 0,2 procentpunten minder dan door de regering was voorspeld. Daarvan kwam 2,2 procent voor rekening van de binnenlandse en 1,3 procent voor rekening van de buitenlandse vraag. Nominaal (inflatie meegerekend) kwam het bnp uit op 460,445 biljoen yen (ruim 7000 miljard gulden, 14 keer het bnp van Nederland bij een bevolking die acht keer groter is). In 1990 groeide de Japanse economie nog met een robuuste 5,5 procent.

Voor dit begrotingsjaar wordt een economische groei voorzien van 3,5 procent, maar de meeste analisten verwachten hooguit een groei van 2,8 procent.