ECN bepleit wijziging in subsidiebeleid voor energie

AMSTERDAM, 17 JUNI. De directeur van het Energie-onderzoek Centrum Nederland (ECN) prof. Van den Kroonenberg vindt dat het Nederlandse energiebeleid moet worden aangepast om een beter gebruik te maken van technische mogelijkheden voor besparing, meer efficiënt gebruik van brandstoffen en het sneller ontwikkelen van zonne- en windenergie en andere duurzame bronnen.

De energiescenario's die het ECN gisteren publiceerde, bieden volgens Van den Kroonenberg goede aanknopingspunten voor een beleid dat de milieudoelstellingen van de regering dichter bij realisering brengt. In geen van die scenario's blijkt een stabilisering van de CO2-emissies in het jaar 2000, zoals door de EG-landen bepleit op de conferentie in Rio de Janeiro haalbaar, laat staan een reductie met drie tot vijf procent in 2000, zoals de Nederlandse regering nastreeft.

Van den Kroonenberg meent dat het ministerie van economische zaken de beste uitkomsten van de ECN-berekeningen kan gebruiken om het energiebeleid te “optimaliseren”. Hij denkt aan een verlegging van subsidiestromen om bij voorbeeld de procesindustrie te stimuleren tot een omzetting van proceswarmte in elektrische warmte die veel doelmatiger is. “Zo'n verandering zou zeer positief voor het milieu zijn en zodra ondernemers ontdekken dat er een markt voor is, dat ze op den duur goedkoper kunnen produceren, nemen ze het over.”

Een van de mogelijkheden die de ECN-directeur ziet is het verminderen van de overheidssubsidie voor kernfusie. Die techniek zal pas over vijftig tot zeventig jaar toe te passen zijn. Een vertraging met tien jaar is volgens Van den Kroonenberg acceptabel. Hij legt er de nadruk op dat een periode van zeker veertig jaar moet worden overbrugd om de energievoorziening grotendeels uit duurzame (onuitputtelijke) bronnen te bereiken, waarmee een “duurzame samenleving” dichterbij komt.

ECN-onderzoeker P.G.M. Boonekamp erkende gisteren dat de scenario's die uitgaan van een forse mondiale CO2-heffing op brandstoffen nu enigszins theoretisch zijn, omdat de politieke weerstand tegen zo'n heffing groot is, zoals in Rio de Janeiro bleek.

Bij een stijging van de energieprijzen en introductie van een CO2-heffing op brandstoffen, ook als dit een bescheiden heffing op Europees niveau zou zijn, worden technische vernieuwingen als warmte-krachtkoppeling bij de elektriciteitsopwekking en kolenvergassing aantrekkelijker. Nederland heeft de keuze tussen meer of minder kolenvergassing en kernenergie als belangrijkste bronnen voor grootschalige elektriciteitsopwekking. Maar ook worden bij hogere energieprijzen en -heffingen structurele aanpassingen in de economie sterk gestimuleerd. Volgens een van de scenario's zou de industrie in het jaar 2015 tweemaal zoveel kunnen produceren bij hetzelfde energieverbruik.

De Nederlandse doelstellingen voor reductie van de SO2 (zwaveldioxyde) zijn volgens het ECN wel haalbaar. Maar de beoogde vermindering van CO2 (kooldioxyde) en NOx (stikstofoxyde) kan pas bereikt worden bij een combinatie van veel meer duurzame energiebronnen, kernenergie, kolenvergassing, warmte-krachtinstallaties, aardgas als brandstof in de elektriciteitscentrales en in de verkeer- en transportsector en het opslaan van CO2 in aardgasvelden die na het jaar 2000 leeg zijn.