Discussie over loslaten van "knuffelbeleid' minderheden

ROTTERDAM, 17 JUNI. “Waarom moet een discussie over minderheden beginnen met een vraag over sancties”, vroeg FNV-voorzitter J. Stekelenburg aan gespreksleider T. Elias. Toch viel zo'n vraag te verwachten, gezien de eerdere gesprekken gisteren op de manifestatie over de integratie van minderheden op de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

's Ochtends was in werkgroepen al gesproken over het loslaten van het "knuffelbeleid' en over contracten waardoor nieuwkomers zich verplichten te integreren in de Nederlandse samenleving. In een werkgroep die zich bezighield met het voortijdig afhaken van allochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs werd gesuggereerd dat één van de ouders moest worden uitgewezen als hun kinderen te veel spijbelden. Of dat ten minste hun uitkering moest worden ingetrokken. “Alsof alle allochtonen een uitkering krijgen”, stelde R. Pieters, voorzitter van het landelijk inspraakorgaan Antillianen.

De politici die in het kader van het Nationaal Minderhedendebat mee discussieerden waren voorstanders van sancties voor allochtonen die maar niet willen integreren in de maatschappij, tot aan P. Rosenmöller van Groen Links toe. De vertegenwoordigers van de minderhedenorganisaties luisterden verbaasd toe. “Sancties veronderstellen onwil”, aldus A. Najib, directeur van het Centrum buitenlanders Midden-Nederland. En die is er niet. Hooguit, dacht S. Rambocus van het Surinaams welzijnswerk, van de autochtonen, die de “allochtonen moeten accepteren als lid van de bv Nederland”.

In haar toespraak loofde minister Dales van binnenlandse zaken uitvoerig het Nationaal Minderhedendebat. Het debat is vorig jaar door Dales afgekondigd nadat VVD-leider F. Bolkestein zijn twijfels had geuit over de mate van integratie van allochtonen in Nederland. Om die reden hebben verscheidene minderhedenorganisaties zich gedistantieerd van het debat. Volgens het Inspraakorgaan Turken bijvoorbeeld gaat achter “een dikke brei van woorden een gevaarlijke tendens schuil”. De overheid zou een grotere inzet van minderheden verwachten en zelf werkeloos toezien. “Ten onrechte wordt de indruk gewekt dat het geheel van suggesties in samenspraak met minderhedenorganisaties tot stand is gekomen”, aldus het inspraakorgaan. Acht Turkse organisaties hielden daarom gisteren een alternatief symposium.

Ook bij de "officiële' bijeenkomst vielen relativerende woorden. R. Pieters van het inspraakorgaan Antillianen vond dat er te veel "over' en te weinig "met' de minderheden werd gesproken. “Au, dacht ik”, reageerde minister Dales, “ik heb toch vaak genoeg met meneer Pieters aan één tafel gezeten.” Volgens haar zijn de minderheden wel degelijk zelf de belangrijkste deelnemers aan het debat. Dat schept ook verplichtingen: “"Aan ons zal het niet liggen', hebben jullie gezegd”, zei de minister. “Daar houden we jullie aan.”