Definitief einde fluwelen revolutie; De baarddragende idealisten van toen zijn vervangen door politieke realisten; De huidige crisis radicaliseert vele Tsjechen naar de verkeerde kant

Beleeft de federatie van Tsjechen en Slowaken haar laatste stuiptrekkingen? Wie de ontwikkelingen van de laatste paar maanden in het land volgt kan bijna tot geen andere conclusie komen. De verkiezingen van begin deze maand hebben aan het licht gebracht dat het federale staatsmodel van 1968 niet langer kan functioneren in de veranderde omstandigheden van na 1989. Dat is vooral een gevolg van de communistische grondwet van 1968 die de Slowaken een even sterke vertegenwoordiging geeft in één van de twee Kamers van het parlement, de Kamer der Volkeren, als aan de Tsjechen.

Het paradoxale gevolg daarvan is dat een maatregel die was bedoeld om te voorkomen dat een meerderheid - de Tsjechen met ruim tien miljoen - zonder meer haar wil kan opleggen aan een minderheid - de Slowaken met ruim vijf miljoen -, nu, dat wil zeggen in democratische verhoudingen, wordt gebruikt om de minderheid de kans te geven haar wil op te leggen aan de meerderheid.

Immers, door de zetelverdeling in het nieuwe parlement is het mogelijk geworden dat de Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS) van Vladimir Meciar met steun van de voormalige communisten - Tsjechen en Slowaken - en van de SNS, de nationalistische Slowaakse partij, een meerderheid in het veld brengt tegen de Tsjechen, wier politieke voorkeur overduidelijk uitgaat naar een "rechtse' politiek, getuige het derde deel van het electoraat dat stemde op Václav Klaus, de leider van de Burger-Democratische partij ODS en minister van financiën.

De afgelopen twee jaar heeft president Václav Havel verscheidene pogingen ondernomen iets te veranderen aan die in de grondwet ingebouwde patstelling, die regeren in feite onmogelijk maakt. Zijn eind vorig jaar ingediende voorstellen tot grondwetswijziging - en uitbreiding van de presidentiële bevoegdheden - werden echter systematisch geblokkeerd door vooral de Slowaakse afgevaardigden.

Op dezelfde wijze dreigt Vladimir Meciar nu ook de herverkiezing van Havel als president van Tsjechoslowakije te blokkeren. Zijn argument daarvoor is dat de Tsjech Václav Havel te weinig boven de partijen staat. Havel heeft voor de verkiezingen de bevolking van het land op het hart gedrukt vooral niet te stemmen op demagogen en populisten en Meciar heeft dat - niet ten onrechte - geïnterpreteerd als een nauwelijks verhulde zinspeling op zijn eigen persoon.

Maar er is nog meer. Meciar verdenkt Havel er - waarschijnlijk ook niet ten onrechte - van dat hij en zijn politieke, dat wil zeggen pro-federale medestanders in Slowakije de hand hebben gehad in zijn ontslag als premier van de Slowaakse regering in mei 1991. De vroegere communist Meciar, die als premier nog lid was van de VPN, het Slowaakse equivalent van Burgerforum, werd toen de politieke woestijn ingestuurd en stichtte met overweldigend succes zijn Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS).

De persoonlijke animositeit tussen de populairste politicus in Slowakije en de populairste politieke figuur in de Tsjechische landen speelt een niet te onderschatten rol in het koningsdrama dat de Tsjechoslowaakse federatie sinds de verkiezingsuitslag in haar greep heeft.

Die uitslag heeft duidelijk gemaakt dat er een definitief einde is gekomen aan de dromen van na de Fluwelen Revolutie. De partijen die toen op een golf van naïef enthousiasme in 1990 aan de macht waren gekomen en vervolgens in allerlei groepen uiteenvielen, zijn weggevaagd. De meestal baarddragende idealisten van toen zijn nu vervangen door politieke realisten in perfect gesneden kostuums.

Aan Slowaakse kant zijn de idealisten van VPN (Publiek Tegen Geweld) echter vervangen door nationalistische opportunisten als Meciar, die politieke winst en vestiging van een machtspositie heeft geroken in het bespelen van het federale thema, het verlangen om eens en voor al een eind te maken aan de achterstelling van de Slowaken.

Aan Tsjechische kant hebben nuchtere rekenaars als Klaus, die zijn linkse tegenstanders om de oren slaat met zijn cijfers, de plaats ingenomen van de romantici van toen.

In de periode vanaf 1918, toen het unitaire Tsjechoslowakije werd gesticht, was de industriële, infrastructurele en intellectuele superioriteit van de Tsjechen een zaak waarover nauwelijks werd gediscussieerd. Natuurlijk, de Slowaken hadden, onderdrukt als ze eeuwen waren geweest door de Hongaren, een grote achterstand opgelopen. Politiek legde het vooral agrarische landsgedeelte in die tijd echter nauwelijks enig gewicht in de schaal. Maar dat veranderde met de industrialisatie van na de Tweede Wereldoorlog. Die leidde ertoe dat de federale grondwet die in 1969 van kracht werd, de Slowaken, hoewel veel minder talrijk, eenzelfde aantal vertegenwoordigers in de Kamer der volkeren gaf. In een communistische "volksvertegenwoordiging', waar men toch niet het recht heeft anders te stemmen dan de regerende partij, maakte dat natuurlijk niet veel verschil. Nu echter des te meer.

Maar als Tsjechoslowakije voorgoed zijn communistische verleden wil begraven en zijn aanzien als redelijk succesvolle democratie gedurende het interbellum wil hooghouden en continuren, dan zal er toch democratisch oplossing moeten worden gevonden voor de huidige crisis, die vele Tsjechen radicaliseert naar de verkeerde kant. Want de mensen rondom het standbeeld van de heilige Wenceslas op het gelijknamige plein in Praag mogen dan wel hartstochtelijk hun handtekening zetten onder een petitie waarin steun voor Havel en Klaus wordt uitgesproken (“We geven Havel niet op”), diezelfde mensen ondertekenen daarmee ook een oproep tot een Tsjechische "Alleingang' en bespoedigen daarmee het desintegratieproces waarin de Tsjechoslowaakse staat is terechtgekomen. Slowaken zullen de handtekeningenactie bovendien opvatten als een provocatie en zullen dan straks triomfantelijk kunnen aanvoeren dat niet zij, maar de Tsjechen de oorzaak zijn van het uiteenvallen van de federatie.

De meest rationele oplossing lijkt in dit geval dan ook de suggestie van president Havel om zo snel mogelijk in de beide landsdelen parallel een referendum te houden over de eenvoudige vraag of Tsjechen, Slowaken en de honderdduizenden leden van minderheden in het land in een federale staat willen leven of niet. Pas daarna kan worden gesproken over het opnieuw inrichten van een dergelijke staat, of ook over het veranderen van de betrekkingen van de twee onderscheiden delen daarvan.

Tot dusver houdt Meciar er echter aan vast dat een referendum pas hoeft te worden gehouden nadat Slowakije zijn soevereiniteit heeft uitgeroepen en een nieuwe grondwet heeft aangenomen. Maar die eis lijkt even ongerijmd als onacceptabel. In de internationale gemeenschap zal de Slowaakse leider met dit groteske scenario in elk geval op weinig applaus kunnen rekenen.

Foto: President Havel (links) schudt de hand van Klaus, de leider van de Burger-Democratische Partij en minister van financiën. (Foto Reuter)