De middeleeuwse romantiek in historische tuinen

Eerste aflevering uit een serie van zes, iedere woensdagavond. Radio 5, 21.00-21.30u.

In het minnespel van de beter gesitueerde middeleeuwers speelde de lusthof, met daarin de zodenbank - een tuinbank of rustbed van steen met graszoden - een belangrijke rol. Oude (buitenlandse) miniaturen laten veelal twee gelieven zien in een door hoog hekwerk omsloten tuin: “zij wandelen in de tuin en niet erbuiten, want de natuur was woest, vreemd en ledig”, zegt Erik de Jong, onderzoeker van historische tuinen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Op andere afbeeldingen leunt een schone jonkvrouw tegen 'n zodenbank, met een hond of minstreel aan haar voeten en achter haar geurige lavendelstruiken of een prachtige egelantier.

Omdat een tuin vooral wordt "beleefd' door beelden of geuren, is een radioprogramma over tuinen enigszins beperkt. Het is een gemiste kans dat in deze eerste aflevering wordt voorbijgegaan aan middeleeuwse gedichten waarin zoveel verwijzingen naar planten voorkomen, of aan de symboliek van de roos, die zo'n belangrijke rol speelde in het dagelijks leven van een jonkvrouw. Wie zich een voorstelling wil maken van deze middeleeuwse geneugten kan in het Centraal Museum in Utrecht een nagebootste binnentuin bezoeken. Op de Floriade is van deze tuin weer een kopie te zien.

De lusthof was een liefdestuin, een miniatuur-paradijs, maar de kloostertuin was een nutstuin. Hij was, net zo min als de kasteeltuin een architectonisch meesterwerk, maar kwam min of meer toevallig tot stand. De tuin was simpelweg verdeeld in vakken, beplant met verschillende soorten nuttige planten, zoals geneeskrachtige kruiden, keukenkruiden, moes- en verfplanten en was doorkruist met paden. Bij het klooster in Ter Apel (provincie Groningen) is een voorbeeld van zo'n kruidhof te vinden.

Particuliere eigenaren van landgoederen en buitenplaatsen hebben vaak moeite met de financiële kant van het beheer. Landgoederen kunnen zich nauwlijks bedruipen van de inkomsten uit pachtgelden, en buitenplaatsen waren van oorsprong al nooit bedoeld om inkomen te genereren. Heimerick Tromp van de Stichting tot Behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen (PHB) noemt een aantal oplossingen die zijn bedacht voor de instandhouding van een dergelijk bezit, bijvoorbeeld als na overlijden van de eigenaar het landgoed moet worden opgedeeld. Er zijn aandelenconstructies, of het landgoed wordt in een stichting ondergebracht met de (oud-)eigenaren vertegenwoordigd in het stichtingsbestuur. Ook krijgen sommige landgoederen nieuwe bestemmingen zoals is gebeurd met Duinrell, de Keukenhof of Arcen, maar de stichting is niet erg gelukkig met dergelijke "pretparkachtige' oplossingen.

De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten koopt landgoederen en buitenplaatsen en zoekt vervolgens een huurder. Dat kan bijvoorbeeld een opleidingsinstituut zijn, of een bedrijf, maar de voorkeur van Natuurmonumenten gaat uit naar huurders met liefde voor tuinen. Gebleken is dat op die manier huis, tuin en park het beste worden onderhouden.

Overigens is De Tuinengids van Nederland die aan het eind van de radio-uitzending wordt genoemd inmiddels - aanmerkelijk goedkoper - in de ramsj verkrijgbaar.