Als iedereen achter de tralies moet, krijg je altijd celtekort

DEN HAAG, 17 JUNI. “Drie cellen heb ik vandaag in de aanbieding. Voor het hele westen van Nederland.” Rayon-assistent A. van Popering kan zich er niet over opwinden. Uit Amsterdam heeft hij op maandagochtend al 27 "preventieven' binnen, arrestanten in voorarrest voor wie in de komende dagen een cel moet worden gevonden.

Het bureau penitentiair consulenten, rayon West, zetelt in een bijgebouw van de antieke strafgevangenis de Kantelberg in Scheveningen. Hier wordt bijgehouden hoeveel celruimte er is en hoeveel arrestanten in voorarrest zitten. Van Popering, die het dagelijkse telefoonwerk voor zijn rekening neemt, is wel eens een makelaar in cellen genoemd. “Iemand zat? Bel Ad”, hebben collega's op zijn kast geschreven. Zijn kantoor is gedecoreerd met een antieke dwangbuis met enkelboeien van de beruchte "alleseter' P., die scheermesjes, gordijnroeden en houten pollepels verzwolg tot hij eraan bezweek. Diens zoon, behept met dezelfde afwijking, zit momenteel ook achter de tralies.

Het zoeken naar celruimte voor "preventieven' is grotendeels een taak van het parket, dat rechtstreeks zaken doet met de plaatselijke huizen van bewaring. Bij een overschot aan preventieven wordt Van Popering er bij geroepen. Of bij moeilijke gevallen, zoals momenteel een “volstrekt onhandelbare” jongen die een meisje van zeventien met een mes aanviel. Soms ook grijpt de makelaar eigenhandig in. Zo heeft hij het verblijf geregeld van een ex-gedetineerde, die kort na zijn vrijlating in Maastricht een bewaarder neerstak.

Het systeem dat Van Popering hanteert bij de verdeling van cellen is vrij eenvoudig. Het plaatselijke parket heeft voorrang bij het huis van bewaring in zijn regio. Voor het overige geldt volgens Van Popering “wie het eerst belt, wie het eerst maalt”. In het ressort Amsterdam mag een arrestant zes dagen van zijn voorarrest in de politiecel doorbrengen. In het ressort Den Haag geldt een "nul-tarief': na hun voorgeleiding moeten de arrestanten onmiddellijk uit de politiecel naar een huis van bewaring.

Daarom is het voor dit ressort belangrijker dat van tevoren celruimte wordt gereserveerd. Van Popering moet zich vaak met gespierd taalgebruik de officieren van het lijf houden, die allemaal vinden dat hun preventieven voorrang moeten krijgen. “Ik krijg wel eens te horen: als je deze man niet eens kan plaatsen, hang ik mijn toga aan de wilgen. Dat moet zo'n man dan maar doen, want op is op.”

Het bureau penitentiair consulenten selecteert ook de kandidaten voor de gevangenissen. De rayonbureaus Zuid en Noord ontfermen zich over de kort- en langgestraften, West richt zich op de plaatsing van vrouwelijke gedetineerden. Vrouwen zijn momenteel niet Van Poperings grootste probleem. De celruimte voor deze categorie gedetineerden is onlangs uitgebreid met 110 plaatsen, waarvan een deel soms leegstaat. “Vroeger had je een gestage stroom Zuidamerikaanse cocaïne-koeriersters. Daar is de laatste maanden de klad in gekomen.” Maar het kan ook plotseling storm lopen, zoals tijdens de vangst van de veelbesproken "Ghanezen-bende' toen Van Popering plotseling acht vrouwen verspreid moest onderbrengen. Het meeste werk zit evenwel in de overplaatsingen van problematische gedetineerden tussen gevangenissen - gemiddeld vijftig per maand. Een “schuifpuzzel” die vele uren telefoneren kan vergen.

Van Popering, een oud-verkoper van sportartikelen, is inrichtingwerker geworden nadat zijn baas met de noorderzon was vertrokken. “Bewaarder word je nu eenmaal niet uit roeping.” Na acht jaar te hebben gewerkt in de Kantelberg is hij bij het bureau consulenten terechtgekomen. “Ritselen”, noemt hij zijn dagelijks werk. De meeste zaken worden nog steeds op papier afgehandeld, want een geautomatiseerde cellen-administratie is er niet. Van Popering heeft uit wanhoop over de automatisering “op zijn Justitiaans” maar een eigen, eenvoudige voorgeleidingen-administratie gemaakt. Zijn databestand, in werking vanaf februari 1990, bevat momenteel 10.735 voorgeleidingen.

Daaruit blijkt dat Amsterdam, dat met een brandbrief van hoofdcommissaris Nordholt en burgemeester Van Thijn de huidige discussie over het cellentekort voor "preventieven' aanzwengelde, er een handje van heeft om ook grote aantallen verdachten in de (relatief lichte) B-categorie in voorlopige hechtenis te nemen. “Ze gillen het hardst in Amsterdam”, zegt Van Popering. “Maar je krijgt natuurlijk een celtekort als je iedereen achter de tralies wilt krijgen.”

Volgens Van Popering hebben gedetineerden zo hun eigen manieren om op het cellentekort in te springen. Zo zegt hij onlangs een nieuwe truc op het spoor te zijn gekomen. Gedetineerden uit de Randstad, die in gevangenissen in de rest van het land zijn geplaatst, maken zich daar in de laatste maanden van hun straf vaak met opzet schuldig aan wangedrag. Ze worden dan weer naar het huis van bewaring in de Randstad teruggestuurd in afwachting van een overplaatsing naar een nieuwe gevangenis. Omdat ze in de laatste fase van hun straf zitten, besluit de lokale wegzendofficier meestal de gedetineerde maar te laten lopen om zodoende ruimte te scheppen voor een gevaarlijke verdachte. “Maar nu heb ik ze door”, zegt Van Popering. Sinds enkele weken plaatst hij ze in gevangenis de Kantelberg. “Sindsdien krijg ik geen enkele herplaatsing meer uit de rest van het land.”

Van Popering belt verder. Voor hem ligt het lijstje ongeplaatste preventieven van die dag, waar hij nauwelijks nog naar kijkt. De volgende dag is er voor de 27 voorgeleidingen van Amsterdam één cel gevonden. Die morgen levert de hoofdstad weer acht nieuwe preventieven.