Wiebelig grensvlak Literatuur 1992/3. Hes, 63 ...

Wiebelig grensvlak Literatuur 1992/3. Hes, 63 blz.ƒ12. Bzzlletin 195. Bzztôh, 80 blz.ƒ12,50.

Wolf wordt nooit hond Mediterraneans 2+3. 336 blz.ƒ39,35. Didsbury Press, 7 Darley Avenue, Didsbury Manchester, M20 8XE, Engeland.

Wiebelig grensvlak

Schrijvende televisieberoemdheden: Kees van Kooten staat in en op de nieuwe Literatuur, en een soft-focus opname van een kwetsbaar kijkende Adriaan van Dis trekt de aandacht naar het omslag van Bzzlletin.

Van Kooten sierde al veel eerder het omslag van een voornaam literair blad: het NWT gebruikte zijn uitstraling al begin 1985, en interviewde Van Kooten uitvoerig en nadrukkelijk als schrijver in "Ik ben mijn eigen bananeschil geworden'. August Hans den Boef zet in Literatuur beknopt uiteen dat Van Kooten niet pas sinds 1979 (Koot graaft zich autobio) een echt "literair auteur' is maar al langer, want: “Waarschijnlijk ontstond bij Van Kooten in de zomer van 1977 het idee om persoonlijker te schrijven” en hij had bovendien “altijd al literaire ambities”. Hiermee komen we niet veel verder. Al evenmin met Den Boefs omschrijving van wat hij noemt de Van Kooten-formule: “hij vertelt - als een sympathieke anti-held - in de eerste persoon over gebeurtenissen uit zijn huiselijk leven en zijn werk, zowel in het heden als het verleden”. Het eigene van Van Kooten moet door Den Boef (docent aan een faculteit Informatie en Communicatie) toch treffender geformuleerd kunnen worden? De klemmende vraag naar het verband tussen televisie en literaire populariteit beantwoordt Den Boef niet duidelijk. Hij voert "het persoonlijke element' aan (herkenbaarheid) en de "continuïteit in zijn oeuvre' (vertrouwdheid), maar dan zou bijvoorbeeld ook de nieuwe Ton van Reen máánden hoog in de Top Tien moeten staan.

Adriaan van Dis komt in Bzzlletin zelf aan het woord. “De spanning tussen aan de ene kant het goede van de traditie en aan de andere kant het complexe van de moderne wereld. (-) dáár heeft dat reizen meer mee te maken dan dat ik het zo spannend vind om naar een vreemd land te gaan en de mensen erover te vertellen.” Van Dis beweegt zich op het wiebelige grensvlak tussen literaire fictie en journalistiek en lijkt daar zelf niet gelukkig mee te zijn. “Met mijn nieuwe boek, dat zich in Botswana afspeelt, heb ik de indruk dat ik het reisverhaal verlaat”, zegt hij, nog voorzichtig vaag. De schrijver, journalist en presentator gooide voor Bzzlletin de ijdele-kwasterigheid van zich af, en praat gemakkelijk over zijn frustraties en aspiraties. Hij zette een punt achter zijn boekenprogramma voor de VPRO-televisie om zich beter aan het schrijven te kunnen wijden. “Aan de ene kant weet ik natuurlijk dat ik meer verkoop doordat ik op de televisie ben. Dan kun je zeggen: nou, maak daar gebruik van. Maar ik ben ook een calvinist.” Als schrijver heeft hij niet alleen profijt van zijn tv-optredens gehad, vindt Van Dis: “Iedereen moest er erg aan wennen - de kritiek ook - dat iemand die op de televisie verschijnt ook kan schrijven. En niet zomaar een omhooggevallen Jos Brink is.”

Dit is geen themanummer over Van Dis. Redacteur Daan Cartens herdenkt nu pas Nico Scheepmaker (1930-1990); en verder zijn er stukken over de gedichten van Marc Reugebrink, Céline en zijn antisemitisme (“De schrijver verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn boek? Welneen. De lezer, dé is verantwoordelijk voor de daden die hij uit zijn lectuur laat voortvloeien”); Duras, Byatt, Graham Swift en Picasso; Alfred Birney en Bertien Dijkstra droegen weinig pakkende verhalen bij.

In Literatuur vinden we bijdragen over Anbeek en het existentialisme, Homme's hoest, en een gesprek met Frans de Rover, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde in Berlijn: “De Duitse literatuur lijkt me veel meer een boodschappenliteratuur. In de Nederlandse literatuur wordt vaker subtiel en ironisch met de fictie omgegaan.”

Literatuur 1992/3. Hes, 63 blz.ƒ12. Bzzlletin 195. Bzztôh, 80 blz.ƒ12,50.

Wolf wordt nooit hond

Uit Manchester komt het kwartaaltijdschrift Mediterraneans. De makers ervan, Kenneth Brown en Robert Waterhouse, socioloog en journalist, zijn vurig tegen elke vorm van Brits nationalisme en isolationisme. Ze citeren uit een gedicht van D.J.Enright: “That only the very worst literature is foreign; / That practically no life at all is”. De redacteuren vinden het helemaal niet vreemd dat zo'n exotisch blad nu juist in Manchester geboren moest worden. Er leven veel buitenlanders in "Cottonopolis'.

Dit nummer combineert het tweede en derde en gaat vooral over Joegoslavië, en over de Golfoorlog. De formule van het blad doet sterk aan die van het vermaarde Granta denken, dat ook aan een Engelse universiteit ontstond. Literatuur, politiek en de maatschappij, grote onderwerpen en alledaagse dingetjes behandeld door beroemde schrijvers en ervaren journalisten. Een aantal bijdragen werd overgenomen uit kranten als El Pais en Le Monde, maar anders dan Granta put dit nieuwe tijdschrift ook uit Israëlische, Arabische en Slavische bladen. Dus hoewel het terrein van Mediterraneans veel smaller is dan dat van Granta, biedt het blad wel een bredere visie dan zijn beroemde concurrent, die vrijwel alleen met westerse schrijvers werkt.

Vanzelfsprekend zijn de artikelen over Joegoslavië hier en daar achterhaald door de gebeurtenissen. Niet alles: “Serb and Croatian politicians alike have played on the crudest emotions of jingoism, ancestral grudge and religious bigotry.” Richard West, bezig met een boek over Joegoslavië, geeft een historisch overzicht van de oorzaken van de breuk tussen de Serven en Kroaten.

Ook in meer fictieve bijdragen, zoals het zomerverhaal van Mark Thompson (“Handsome Macedonian waiters flash their teeth in the cafes, posing for snaps with plump Dutch girls”), overheersen politiek geladen opmerkingen en overwegingen. Een mooi, geroerd stuk waarin een partijbons zich moet verweren tegen de waarheden van zijn oude cynische vader gaat minder over bloedbanden dan over de misvattingen van het communisme: “A wolf doesn't change just because someone tells him that he's a dog”.

Er staan, om maar gevrijwaard te blijven van elke verdenking van eilandmentaliteit, ook artikelen in het Frans in Mediterraneans. Zo werd de Albanees Kadare in het Frans vertaald, een gedicht van de Brit Gascoyne is afgedrukt in het Engels én Frans, de Griek Yannis Ritsos (1909-1991) kreeg een Franse tekst mee, sommige Arabieren lezen we in 't Engels, andere in het Frans. Het kan dan wel prijzenswaardig zijn om zoveel mogelijk lezers te willen dienen, maar nu missen Frans- én Engelstaligen een heel groot deel. Bovendien lijkt de taalkeuze totaal willekeurig.

Mediterraneans heeft veel belangwekkende teksten te bieden, maar de politiek gaat voor de literatuur, de boodschap voor de schoonheid.

Mediterraneans 2+3. 336 blz.ƒ39,35. Didsbury Press, 7 Darley Avenue, Didsbury Manchester, M20 8XE, Engeland.