Waarschuwingen uit de hel

“Als ze beginnen te schieten en de dingen doen, die ze in de zestiger jaren hebben gedaan, dan zal de hel losbreken”, aldus een presentatrice van het Amerikaanse radioprogramma "Talk of de Nation' op vrijdagmiddag 1 mei in een geëmotioneerde reactie op de orgie van geweld, plundering en brandstichting, die Los Angeles teisterde. Zij vertolkte op dat moment in feite de angst bij velen - burgers en autoriteiten - voor een nog grotere hel dan er al twee dagen woedde.

Waren de rellen voor Nederlandse managers een ver van-hun-bed-show, opgevoerd door een toch al afgeschreven onderklasse, of een ernstige waarschuwing dat ook bij ons - nu het nog kan zonder ontwrichtende chaos - het sociaal-economisch beleid aan herijking toe is? Ik houd het op het laatste en draag graag wat materiaal aan voor de ondersteuning van mijn standpunt.

Direct na de onlusten is in nogal wat commentaren de vergelijking getrokken met augustus 1965, toen gewelddadige protestacties in de negerwijk Watts, eveneens in Los Angeles, de wereld een week lang schokten. Zo'n vergelijking ligt voor de hand, maar de conclusie dat het vandaag om dezelfde soort rassenrellen gaat is misplaatst. Destijds verkeerde de samenleving in een positieve stemming van politieke hervorming en economische opbloei. De sociale protesten van toen werden gedragen door het revolutionaire elan van markante leiders uit de burgerrechtenbeweging alsook uit de neo-marxistische beweging.

Van dit alles is thans niets te zien, zelfs niet aan de verste horizon. Precies het tegenovergestelde is nu aan de orde: de politiek zakt steeds verder weg in een moeras van verwarring en schandalen, de economie verkeert in een toestand van ernstige vervuiling, zowel materieel als immaterieel. En ten slotte de mensen zelf om wie het gaat. Zij worden blijkbaar niet meer gedreven door hervormingsverwachtingen, maar door de naakte begeerte om het gevoel van maatschappelijke verwaarlozing - de ander heeft alles en ik heb niks - in één klap te doorbreken en door crimineel opportunisme. Wat het laatste betreft, was het kenmerkend dat er goed georganiseerde en bewapende jeugdbendes op straat actief waren.

Er was nog een ander opmerkelijk verschil met destijds. In de wijk Centrum-South, de plaats des onheils, richtte de woede zich niet zozeer tegen blanken, maar tegen Hispano's en Aziaten, die zo goed en zo kwaad als het gaat de rol van de traditionele middenstand hebben overgenomen. Blijkbaar is al een marginaal gunstiger situatie voldoende om massaal haat en afgunst op te wekken. Deze barre werkelijkheid verschilt hemelsbreed van de tv-reclame, die suggereert dat alle bevolkingsgroepen in de Amerikaanse samenleving vredig met elkaar verkeren en van dezelfde produkten kunnen genieten. De hel van L.A. is mijns inziens niets anders dan de slagschaduw, of liever de moreel duistere kant van de casino-economie die tijdens iets meer dan tien jaar Reagonomics en Thatcherisme kon ontstaan. Let wel, ik zeg niet dat deze leiders de onlusten rechtstreeks veroorzaakt hebben. De werkelijkheid is ingewikkelder. Ik wil echter wel staande houden dat hun sociaal-economisch beleid geen enkele bijdrage heeft geleverd aan het verkleinen van de onrechtvaardigheidsgevoelens. Integendeel, een economische strategie gericht op welbewuste fragmenten van het sociale leven en een managementstijl, die de begeerte van het korte baan individualisme tot hoogste wijsheid heeft verklaard, hebben de scheidslijn tussen degenen in en buiten de "mainstream' alleen maar verscherpt. Nederland is bepaald geen oase in de menselijke woestijn van deze casino- economie. We zijn dus gewaarschuwd.

Nu ook bij ons, ondanks alle lessen in crisismanagement, de beheersbaarheid van het maatschappelijk krachtenveld danig is afgenomen, doen leiders er goed aan om zichzelf te prepareren op de mogelijkheid dat onderschatte of verwaarloosde onrechtvaardigheidsgevoelens onverwacht en zonder redelijke verklaring tot uitbarsting komen. Met als onmiddellijk zichtbaar resultaat dat het dagelijks leven ver buiten de kring van direct betrokkenen totaal wordt ontwricht. Recente voorbeelden bij ons: vrachtwagenchauffeurs in Europa die bergpassen blokkeren, taxichauffeurs die de binnenstad afgrendelen, boeren die met tractoren massaal de weg opgaan en brandweerlieden die het Binnenhof volspuiten met schuim. Maar we kunnen ook het oog richten op recente arbeidsconflicten in de gezondheidszorg, het onderwijs, bij de NS en bij ambtenaren, waarbij looneisen een kapstok vormden om veel dieper liggende onrechtvaardigheidsgevoelens aan op te hangen. Ten slotte kunnen we nog kijken naar saneringsoperaties die langdurige frustraties en angtsgevoelens opleveren, zowel onder degenen die vertrekken als onder degenen die erin slagen te blijven. Het zijn allemaal "milde' uitingsvormen van hetzelfde L.A.-virus.

Nog één keer terug naar het strijdtoneel. Nadat de blanke vrachtwagenchauffeur Reginald Denny - voor iedereen zichtbaar op tv - uit zijn auto was gesleurd en tot bijna dood in elkaar was getrapt, werd hij - buiten beeld - door vier zwarten met gevaar voor eigen leven naar een ziekenhuis gebracht. In de chaos kunnen blijkbaar ook daden van persoonlijke moed worden geboren.

Het is te hopen, dat meer en meer managers zich aangetrokken zullen voelen tot zulke daden van moed, wanneer het gaat om de vormgeving van eigentijdse rechtvaardige arbeidsverhoudingen.

Inmiddels is het bekend geworden dat de burgemeester van Los Angeles aan topmanager Peter Ueberroth - in 1984 internationaal bekendgeworden, toen hij dank zij persoonlijke initiatiefkracht de Olympische Spelen van - alweer - Los Angeles tot een kassucces wist te maken - de opdracht heeft gegeven om de wederopbouw van de verwoeste stadsdelen te organiseren.

Het spreekt hieruit? Cynische ironie? Of vertrouwen dat een moderne, integere stijl van management te vinden is die zelfs uit chaos toegevoegde waarde weet te scheppen - in financieel en menselijk opzicht. Zo'n vertrouwen lijkt me gerechtvaardigd onder de voorwaarde dat het privilege van het leiderschap zich weerspiegelt in daadwerkelijke verantwoordelijkheid om de onrechtvaardigheidsgevoelens onder mensen te minimaliseren.

Dat is geen louter Californische aangelegenheid. Het is een universele opgave voor managers over de hele wereld. Geen angst dus, dat de geschiedenis ten einde is zoals de nieuwe goeroe Francis Fukuyama betoogt. Volgens hem is er niets meer om voor te strijden omdat de vrije-markteconomie na het ineenstorten van de communistische planeconomie zijn superioriteit bewezen heeft. Wat een bizarre onzin. De echte strijd begint nu pas en L.A. is een van de verschijningsvormen van deze strijd. Misschien is het een goed idee om deze zomer het Olympische vuur niet vanuit Griekenland, maar vanuit Californië naar Barcelona te laten overbrengen. Als signaal dat de waarschuwing is begrepen.