Van Dorpsstraat tot Contrabas

In de gemeente Amsterdam zijn er vijf opties voor een Nelson Mandelastraat. In Rotterdam bestond in de jaren dertig een aanzienlijk verschil in lengte tussen de straten die naar socialistische politici werden genoemd en naar politici van christelijke signatuur. Dit, en veel meer, komt donderdag in Ede ter sprake op een congres over straatnaamgeving.

Eigenlijk had het boek in 1990 klaar moeten zijn, toen Rotterdam 650 jaar bestond. Maar men had zich lelijk verkeken op de hoeveelheid werk. “We hebben toen besloten om gewoon door te gaan”, zegt C.O.A. Schimmelpenninck van der Oije, gemeentearchivaris van Rotterdam en uit dien hoofde tevens voorzitter van de straatnamencommissie.

Na drieëneenhalf jaar werk is de klus nu dan toch geklaard en het resultaat mag er wezen. De straatnamen van Rotterdam. Verklaring van alle bestaande en van verdwenen straatnamen is een prachtig boek geworden. In plaats van zoals gebruikelijk veel aandacht te besteden aan beroemde Nederlanders à la Rembrandt, P.C. Hooft en Vincent van Gogh, coryfeeën die in elk gehucht wel een straat hebben, gaat de meeste aandacht uit naar personen die je niet zo een-twee-drie in een encyclopedie opslaat. Verder is het fraai vormgegeven, heeft het een heldere inleiding en een degelijk register.

Schimmelpenninck van der Oije is donderdag een van de sprekers op het door de Vereniging van Nederlande Gemeenten georganiseerde congres over straat- en wijknamen. Het congres zal zich buigen over de historie en de hedendaagse praktijk van gemeentelijke straatnaamgeving.

De grootste autoriteit die Nederland kent op het gebied van de geschiedenis van straatnaamgeving is zonder twijfel dr. R. Rentenaar, een van de andere sprekers op het congres. Rentenaar is verbonden aan het P.J. Meertensinstituut te Amsterdam en heeft verschillende malen gepubliceerd over de geschiedenis van straatnamen. Hij is bovendien een van de weinigen die hebben geprobeerd de samengestelde straat- en buurtnamen in een theoretisch kader te plaatsen.

Grofweg onderscheidt hij drie categorieën. Zo zijn er straten die hun naam danken aan de functie van de lokaliteit, bijvoorbeeld aan het feit dat er handel werd gedreven. Dat geldt voor straatnamen als de Kalverstraat, de Schoenmakerssteeg of de Vissteeg. Een ander motief is de eigenschap, het uiterlijk van een lokaliteit. Dat leverde namen op als de Holweg en allerlei samenstelling met groot, hoog, lang en breed. En er bestaan allerlei straten die hun naam danken aan hun relatie tot iets of iemand in de omgeving of ter plaatse.

“Het lijkt of de moderne straatnaamgeving met dit alles niets meer te maken heeft”, zegt Rentenaar, “maar in feite is er sprake van een continuïteit vanaf de middeleeuwen. Natuurlijk zijn daar wel allerlei andere naamgevingsmotieven aan toegevoegd. Vanaf de 19de eeuw zie je dat straten worden vernoemd naar nationale of lokale beroemdheden. De vaderlandse geschiedenis wordt dan een belangrijke bron van inspiratie. Vanaf Emma en Wilhelmina geldt dat ook voor het koningshuis. Rond de eeuwwisseling worden straten ook opeens naar planten, bloemen, bomen en vogels vernoemd - voor die tijd zie je dat nauwelijks. Dan heb je nog een groep samenhangende aardrijkskundige complexen: bijvoorbeeld de Indische buurten, de Nederlandse rivieren en zelfs plekken in het heelal, denk maar aan de Orionstraat en de Poolsterstraat. De contemporaine buitenlandse politiek bood soms ook uitkomst; zo danken de Bothastraat en de Transvaalkade hun naam aan de Tweede Boerenoorlog. Welnu, tot aan de jaren vijftig van deze eeuw hebben we het daar grosso modo mee kunnen stellen.”

Eigenaardigheden

De categorieën die Rentenaar onderscheidt, zijn ook terug te vinden in het repertoire straatnamen van Rotterdam. Plus natuurlijk een flinke hoeveelheid lokale eigenaardigheden. Zo bestaat er onder de Rotterdamse straatnamen uit de jaren dertig van deze eeuw een opmerkelijke ongelijkheid in het formaat van de straten die naar politici van socialistische en van christelijke signatuur zijn vernoemd. Toen B en W in 1932 een klein straatje vernoemden naar de socialistische voorman Troelstra, terwijl Kuyper (ARP) en De Savornin Lohman (CHU) grote lanen hadden gekregen, ontstond hier zelfs onenigheid over. Het socialistische gemeenteraadslid Jan ter Laan beschuldigde B en W ervan een en ander opzettelijk te doen. “Ter Laan had in zoverre gelijk”, schrijven de samenstellers van "De straatnamen van Rotterdam', “dat het wel opmerkelijk is dat vrijwel alle grote lanen en straten de namen van politici van anti-revolutionaire en christelijk-historische huize dragen. De socialisten zijn in latere jaren bij de straatnaamgeving overigens ruimschoots aan hun trekken gekomen.”

In 1982 kwam zelfs het socialistische gemeenteraadslid Jan ter Laan aan zijn trekken. “Hier moet echter bij vermeld worden”, aldus het Rotterdamse straatnamenboek, “dat het maar een klein straatje is, dat, hoe heeft het zo kunnen gebeuren, uitkomt op een veel grotere straat, genoemd naar de anti-revolutionaire wethouder Herman Bavinck.”

Een derde van het straatnamenboek van Rotterdam wordt in beslag genomen door verdwenen straatnamen. Maar het gaat niet allemaal om straten die tijdens het bombardement van mei 1940 zijn verwoest. “In feite geldt dat slechts voor een heel klein percentage”, vertelt gemeentearchivaris Schimmelpenninck van der Oije. Verreweg de meeste straatnamen sneuvelden in de talloze annexaties door Rotterdam van naburige gemeenten.

De grootste uitbreiding had plaats in 1941, toen de stad werd uitgebreid met de gemeenten Overschie, Hilligersberg, Schiebroek en IJsselmonde plus gedeelten van Capelle aan den IJssel en van Kethel en Spaland. In al deze gemeenten kwamen straatnamen voor die ook al in Rotterdam bestonden, zoals bijvoorbeeld de Dorpsstraat. Omdat de vers opgerichte Straatnamencommissie zich tot doel had gesteld identieke straatnamen te vermijden en verwarring te voorkomen door bijna gelijkluidende straatnamen, moesten er allerlei nieuwe namen worden verzonnen. In verschillende te annexeren gemeenten liep men alvast op de zaken vooruit en besloot men straten te vernoemen naar de op dat moment zittende burgemeesters, wethouders en gemeenteraadsleden.

Hoe ongelukkig dat kan uitpakken, merkte men later in de oorlog. De dubieuze rol die de burgemeester van Schiebroek in die jaren speelde, maakte het noodzakelijk om direct na de oorlog de naar hem vernoemde straatnaam te wijzigen. De Rotterdamse straatnamencommissie nam daarop een besluit waarvan ze sindsdien nooit teruggekomen is: nimmer vernoemen naar levende personen.

De grote golf aan nieuwe straatnamen kwam in de jaren vijftig. Dat geldt niet alleen voor Rotterdam, maar daar verrezen de nieuwe woonwijken zo snel, dat de voorraad geschikte straatnamen als eerste uitgeput raakte. De Rotterdamse gemeentearchivaris H.C. Hazewinkel stelde daarop voor om in plaats van uitgangen zoals straat, laan, weg enzovoorts, andere achtervoegsels te gaan gebruiken. Mensen die nu op een -Horst wonen, een -Rode, -Gaarde of -Stede danken dit aan Hazewinkel, die daarmee een trend zette voor heel Nederland.

Er zouden meer van dat soort modes volgen, een onderwerp dat zowel Schimmelpenninck van der Oije als Rentenaar op het congres ter sprake zullen brengen. Zo is het in de jaren zestig even mode geweest om in grote steden - dorpen deden aan deze flauwekul niet mee - straten aan te duiden met de naam van een object. Een jong gezin kon in die jaren terechtkomen op Viool, Hommel, Contrabas of zelfs Litho - namen die weinig aan een gelukkig gezinsleven zullen hebben bijgedragen.

Die modes zijn nog niet voorbij. De straatnamencommissie van Amsterdam heeft op het moment vijf opties liggen voor een Nelson Mandelastraat. In Rotterdam is men bezig de leemtes op te vullen die de afgelopen decennia zijn ontstaan. Dat geldt voor architecten, toneelspelers maar bovenal voor vrouwen, die in dit opzicht buitengewoon benadeeld zijn. Zojuist heeft de Rotterdamse straatnamencommissie 24 vrouwen uitgekozen die een straat krijgen in Prinsenland, de laatste grote nieuwbouwwijk in de havenstad. Ongetwijfeld zijn talloze andere straatnamencommissies op dit moment met hetzelfde bezig. Zodat wij onze kinderen later kunnen bezoeken in de Mien Dobbelsteenstraat, het Yvonne van Gennipplein of de Sonja Barendsteeg. Om vervolgens terug te keren naar het Steve Biko-complex.

"De straatnamen van Rotterdam' is uitgegeven door de Gemeentelijke archiefdienst Rotterdam en kost tachtig gulden. Meer informatie over het congres is te verkijgen bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 070 - 3738459.

Foto: Bladzijden uit het straatnamenboek van Naaldwijk.