"Top van Landbouw zal iedereen een naar cursus sturen, behalve zichzelf'

Dr. C.F. van Beusekom, die al vele jaren op het ministerie van landbouw werkzaam is, drong vorige week in een open brief aan de Tweede Kamer aan op het vertrek van de ambtelijke top van dat departement. Daags voor de parlementaire behandeling van het rapport-Kroes over het reilen en zeilen op Landbouw, geeft hij tekst en uitleg over zijn actie.

DEN HAAG, 16 JUNI. Tot 1988 was hij directeur van Staatsbosbeheer, verantwoordelijk voor 1200 man personeel. Nu werkt hij in de marge van het ministerie van landbouw op de afdeling Natuur, Bos, Landschap en Fauna, “in een fuctie die ik op eigen initiatief ben gaan invullen daar ik geen nieuwe baan aangeboden kreeg”.

Dr. C.F. (Frits) van Beusekom (51) is op een zijspoor gezet door de ambtelijke top van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Hij is "tussen de raderen gekomen' (zoals de commissie-Kroes dat noemt) van een apparaat dat autoritair wordt geleid en dat geen ruimte biedt aan kritische geesten.

Volgens Van Beusekom is er maar één oplossing voor de problemen op Landbouw: de top moet grotendeels worden vervangen - en wel zo snel mogelijk. Hij heeft daarover de Tweede Kamer vorige week een brief gestuurd. Van Beusekom zegt te spreken in de geest van een grote groep gelijkgezinde (ex-)ambtenaren. Onder hen prominente (vroegere) collega's als ir. F. Prillevitz, oud directeur Staatsbosbeheer en nu permanent vertegenwoordiger bij de FAO in Rome, jhr. mr. F.C.M. van Rijckevorsel, zéér vervroegd gepensioneerd hoofd van de voormalige hoofdafdeling Natuur- en Landschapbescherming, dr. ir. E.A. Goewie, oud-directeur Gewasbescherming en drs. W.A. Meijer, tot twee maanden geleden hoofd Organisatie en Efficiency. En vele naamloze collega's “die prijs stellen op het behoud van hun zelfrespect”.

Oorspronkelijk was Van Beusekom van plan met een aantal van deze "Landbouw-dissidenten', die bijna allemaal voor de commissie-Kroes hebben getuigd, in de publiciteit treden. Maar ze haakten één voor één af, bang voor de consequenties. Nu doet hij het alleen. Een Don Quichotte die tegen windmolens vecht? “Nee hoor, want k ga er niet van uit dat ik zal winnen. Ik wil alleen mijn boodschap kwijt opdat de Tweede Kamer weet wat er gaande is. Zodat ze straks niet kunnen zeggen dat ze er niets van af wisten, zo van wir haben es nicht gewusst.” Hij ziet het als verplichting ten opzichte van collega's die niet in de positie zijn om hun mond open te doen. Van Beusekom, tot een jaar geleden loyaal aan de ambtelijke top, heeft zelf toch geen verdere ambities om in het apparaat te werken zoals dat nu functioneert.

Van Beusekom is tevreden met de bevindingen van de commissie-Kroes van externe deskundigen die naar aanleiding van onthullingen door NOS-Laat over wantoestanden op Landbouw negen maanden lang het departement onder de loep heeft genoemen en vorige maand tot onthutsende conclusies kwam. Tevreden is hij met de conclusie dat de managementstijl van de ambtelijke top directief/autoritair is en niet consultatief/uitnodigend. Dat de top onvoldoende afwijkende visies duldt en veel te weinig met de rest van het ministerie communiceert. Dat de natuurbelangen teveel zijn verontachtzaamd. Dat mensen zich geïntimideerd voelen.

Ingenomen als hij is met de bevindingen van de commissie, zo kritisch is hij over de aanbevelingen. “De commissie stelt dat de post van de staatssecretaris straks overbodig is geworden. Maar dat staat volkomen buiten de problematiek. Aan de orde was het functioneren van de ambtelijke top. Niet de politieke top. De commissie gaat met geen woord in op de positie van secretaris-generaal Joustra en zijn directe top-ambtenaren. Dat is een opvallend blinde vlek. Daar draait het toch allemaal om. We hebben een ambtelijke top die leiding heeft gegeven aan een stuk repressie. Nu zegt de minister dat dezelfde leiding de noodzakelijke veranderingen wel kan doorvoeren. Dat is onzin”.

In zijn nieuwjaarsrede kondigde Bukman dit jaar Glasnost en Perestrojka aan. Landbouw moet van een defensieve en gesloten naar een offensieve en open organisatie groeien. In dat kader is dit jaar het zogenoemde Zwaluw-projekt gestart. “Een taktische zet van de top, echt fantastisch, want het verdeelt de kritische geesten op het departement. De ene groep dissidenten gaat er mee aan de slag, de ander vindt het projekt ongeloofwaardig en houdt er zich verre van - met overigens alle mogelijke gevolgen voor hun verdere loopbaan.”

Van Beusekoms carriëre is doortrokken van liefde voor het groen en ook van argwaan tegen de landbouwlobby. Toen hij als bioloog in 1974 de overstap waagde van een anderzoeksbaan op de Leidse universiteit naar het ministerie van CRM - waar toen natuurbeheer onder viel - moest het ministerie van landbouw het meteen ontgelden. Als hoofd van de afdeling natuurgebieden bij de directie natuurbehoud en openluchtrecreatie (NBOR) van CRM kwam hij regelmatig in aanvaring met de economische landbouwbelangen van Landbouw. “Het was altijd bezig de belangen van natuur en landschap te ondergraven.”

Vijf jaar later werd Van Beusekom namens CRM aangesteld als directeur natuurbehoud bij Staatsbosbeheer, onderdeel van Landbouw. “Ik zat er als waakhond van CRM om op te komen voor natuurbehoud.” Tegen wil en dank belandde hij in 1982 zelf bij Landbouw toen NBOR, bij de kabinetsformatie van toen, van CRM naar Landbouw overging. “Zoals Prillevitz toen zei: We werden ingekwartierd bij de vijand.” De vijand heeft uiteindelijk gewonnen: Van het oorspronkelijke NBOR-kader met een "groene invalshoek' is volgens Beusekom nu nog maar een kwart over. “Velen zijn zelf weggegaan, anderen zijn op een zijspoor gezet, zoals Van Rijckevorsel en in zekere zin ook Prillevitz”.

Hij spreekt van "gelijkschakeling'. “De top van landbouw selecteert op loyaliteit en volgzaamheid. De weinige top-functies die wij hadden, zijn ons afgenomen. Er vond een geleidelijke verdringing plaats van NBOR-kader door Landbouw-kader.” In 1988 werd Van Beusekom naar eigen zeggen, zelf op een zijspoor gezet. Hij wilde ook binnen een geprivatiseerd Staatsbosbeheer - waar toen sprake van was - zijn positie van directeur kunnen continueren, maar hij belandde, volgens eigen zeggen zonder enige motivering van de zijde van de leiding, op de burelen van de directie natuur, bos, landschap en fauna. Hij creëert er zijn eigen werk, want een nieuwe baan hebben ze hem na Staatsbosbeheer niet meer aangeboden. Hij werkt er nu, alleen, aan praktijkmaatregelen tegen verzuring en vermesting van de natuur.

De enige remedie voor de problemen op Landbouw is het vertrek van de top en een ander personeelsbeleid. Een beleid waar minder geselecteerd wordt op loyaliteit en volgzaamheid en meer op kennis en affiniteit. “Met de huidige bezetting kan Landbouw de uitdaging waarvoor het gesteld is, niet aan.” Hij heeft top-ambtenaar Joustra daar ook persoonlijk over aangesproken. “Ik heb hem niet gezegd dat hij weg moet. ik heb hem gezegd: ik vind je een goede manager, maar je hebt één groot tekort: je hebt geen antenne voor wat er in je eigen organisatie leeft. De top baseert zich op de eigen perceptie en zit er daarom soms goed naast.”

“Vroeger interesseerden ze het geen bal hoe de rest van het ministerie er over dacht. Nu, gedwongen door het rapport-Kroes, natuurlijk wel. Maar ze hebben geen gevoel voor communicatie. Ze zullen iedereen naar management-cursussen sturen, behalve zichzelf. Terwijl zij het nou juist zo hard nodig hebben.” Van Beusekom gelooft er niets van dat Joustra, toen hij het kritische rapport van de commissie-Kroes onder ogen kreeg, heeft overwogen om op te stappen. “Dat is spel van hem, geen haar op zijn hoofd die er over denkt. Het is een echte vechter. Het gaat bij hen (bij Joustra en de topambtenaren in zijn directe omgeving -red) om macht. Het algemeen belang staat bij hen niet voorop. Die betrokkenheid is er niet. Er worden hele harde machtsspelletjes gespeeld. Er heerst een enorm cynisme.” Illustratief in dit verband is de uitlating die een van de hogere ambtenaren, ir. M. Heuver, zich volgens Van Beusekom ooit heeft laten ontvallen: Wat wij met lastige directeuren doen? Een lintje op de borst, een schop onder hun hol en wegwezen.