Stroom protesten tast positie Milosevic nog niet wezenlijk aan

LJUBLJANA, 16 JUNI. Er gaat bijna geen dag voorbij of in Belgrado verzamelen zich duizenden mensen op straat om biddend, schreeuwend, knielend danwel claxonnerend het aftreden van de Servische president, Slobodan Milosevic, te eisen. De kerk, de Academie voor Kunsten en Wetenschappen, intellectuelen, schrijvers, musici, kunstenaars, taxichauffeurs, studenten, bijna de hele oppositie en zelfs twaalf parlementsleden van zijn Socialistische Partij laten er geen misverstand over bestaan: Milosevic moet weg!

Nadat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties 30 mei besloot Servië en Montenegro hard te straffen voor de agressie in Kroatië en Bosnië en de wereld Servië de rug toekeerde, lijkt de oppositie tegen de Servische president te groeien. De man die nu al ruim vijf jaar de dienst uit maakt in Servië en die eind jaren tachtig kon rekenen op de steun van bijna alle Serviërs, verdeelt zijn volk nu meer en meer in twee kampen. Servische media meldden de afgelopen dagen dat voor- en tegenstanders van de president met elkaar op de vuist gingen.

De oppositie houdt er zelfs ernstig rekening mee dat de politieke tegenstellingen kunnen leiden tot een burgeroorlog in Servië. Want behalve de honderdduizenden mensen die de afgelopen twee weken de straat zijn opgegaan omdat ze genoeg hebben van het oorlogsgeweld, bestaat er in Servië ook een machtige "zwijgende meerderheid' die Milosevic nog steeds blind volgt. Zij wordt door de staatsradio en -televisie geïnformeerd over hoe "Kroatische Ustasi en moslim-extremisten' dagelijks Serviërs afslachten in Kroatië en Bosnië. Haar wordt dagelijks met de paplepel ingegeven dat het embargo van de VN een produkt is van een Amerikaans-Duits-complot tegen Servië.

Op het platteland, waar de aanhang van Milosevic het grootst is, is 30 procent van de bevolking analfabeet en heeft de Servische radio en televisie een bijzonder grote invloed op de opinievorming van de mensen. Deze media laten er echter geen misverstand over bestaan dat het groeiende verzet tegen Milosevic geleid wordt door lieden die Servië in deze moeilijke tijden in de rug aanvallen, door verraders van de nationale belangen en handlangers van de Kroatiërs en moslims.

Het onafhankelijke televisie station Studio B en het radiostation B52, waar vooral de oppositie aan het woord komt, kunnen slechts in Belgrado en omgeving ontvangen worden. Natuurlijk zijn er twijfelaars, mensen die er niet meer zo zeker van zijn of zij Milosevic en zijn media nog wel kunnen geloven en de mensen die liever hun mond dicht houden.

Dat veel Serviërs liever hun mond dicht houden is niet zo verwonderlijk. Milosevic' Socialistische Partij (SPS, voormalige communisten) zit politiek vast in het zadel en heeft in het parlement een tweederde meerderheid. De SPS controleert ook de directie van de bedrijven en verdeelt de baantjes bij de overheid. De SPS beslist daarom vaak wie een baan krijgt en wie niet. Met het partijboekje kun je toevallig wel de medicijnen krijgen die in de apotheek niet te krijgen zijn, krijgt je zoon of dochter een studiebeurs die anders onbereikbaar zou zijn.

Corruptie is in Servië een alledaags gegeven en in de dorpen en kleine steden bepalen lokale partijbonzen vaak het leven van mensen van de wieg tot het graf. Het zijn ook die lokale partijbonzen die de mensen naar de bijeenkomsten sturen die de afgelopen veertien dagen in Servië georganiseerd werden om steun aan Milosevic te betuigen. Zij versturen de telegrammen die dagelijks voor de radio en televisie worden voorgelezen en die de Servische president oproepen vooral niet af te treden.

De twijfelaars houden daarom liever hun mond omdat ze hun baan niet willen verliezen of de studiekansen van hun kinderen niet willen verkleinen. Daar komt bij dat de twijfelaars niet echt gemotiveerd worden met Milosevic te breken. De oppositie is zwak en beschikt niet over een consistent politiek en economisch programma dat de mensen overtuigt. Vuk Draskovic, de belangrijkste oppositieleider, baant zich een weg door het politieke oerwoud van Servië met kreten en slogans waar niemand veel wijzer van wordt. Veel mensen blijven daarom maar liever in de "veilige haven' van de SPS en Milosevic.

De oppositie lijkt de internationale druk op Servië slechts uit te kunnen buiten in de hoofdstad, buiten Belgrado is zij bijna zonder macht, wordt zij niet geloofd of niet in staat geacht Servië te leiden. Zolang dat het geval is zal, ondanks het rumoer dat de oppositie in Belgrado nu bijna dagelijks weet de maken, de positie van Milosevic niet echt worden aangetast.