Rechterlijke uitspraak over kunstsubsidies in VS; "Onfatsoenlijke' kunst mag

NEW YORK, 16 JUNI. Een federale rechter in Los Angeles heeft geoordeeld dat de National Endowment for the Arts bij het toekennen van subsidies aan kunstenaars in de VS zich niet door fatsoensnormen mag laten leiden. De uitspraak in de rechtszaak, aangespannen door vier performance-kunstenaars uit Californië, betekent verwerping van een wet uit 1990 die eist dat door de staat gesubsidieerde kunst moet voldoen aan algemene fatsoensnormen.

Rechter A. Wallace Tashima vond de formulering van de wet te vaag. Verder zei hij dat “het recht van kunstenaars om te morrelen aan het gezond verstand en conventionele waarden een hoeksteen is van artistieke en academische vrijheid”. De vier kunstenaars, Tim Miller, Karen Finley, John Fleck en Holly Hughes, staat het nu vrij om via de rechter alsnog subsidie te eisen van het Endowment, de instelling die de kunstsubsidies in de VS verdeelt.

De uitspraak betekent een klap voor het Endowment, dat sinds dit voorjaar wordt geleid door Anne-Imelda Radice. Zij weigerde elk commentaar. Radice is iemand van de harde lijn en geniet het vertrouwen van het Congres.

Het afwijzen van susidieaanvragen op grond van fatsoensnormen heeft in de afgelopen twee jaar al tot talloze protesten van kunstenaars geleid. Vorige week accepteerde de toneelschrijver Jon Robin Baitz een beurs van 15.000 dollar maar maakte tegelijkertijd bekend dat hij uit eigen middelen schenkingen van elk 7.500 dollar zou doen aan twee galeries wiens aanvragen niet waren gehonoreerd, omdat de exposities volgens Radice expliciet seksueel werk bevatten.

Bij volgende beoordelingen van subsidieaanvragen mogen alleen artistieke argumenten worden gebruikt. De discussie over fatsoenlijke kunst kan hiermee op politiek niveau opnieuw beginnen. In 1989 ontstond tumult op hoog niveau toen door het Endowment subsidies werden toegekend aan foto-exposities van Robert Mapplethorpe en Andreas Serrano. Toen het jaar daarop de zittingstermijn van de Endowment-leden verstreek gingen in zowel Senaat als Huis van Afgevaardigen stemmen op om het hele Endowment maar af te schaffen.

Als compromis werd besloten dat het instituut het nog eens drie jaar mocht proberen met inachtneming van “algemene fatsoensnormen en respect voor de overtuigingen en waarden van het Amerikaanse publiek”. De adviserende National Council besloot dit vaag geformuleerde decreet terzijde te schuiven en stelde voor zichzelf vast dat de adviserende leden uit hoofde van hun achtergrond en diversiteit die algemene fatsoensnormen al vertegenwoordigen.

De vier kunstenaars die een rechtszaak begonnen treden regelmatig naakt op en maken daarbij opmerkingen over seks. Karen Finley smeert zich op het toneel in met namaakpoep en van John Fleck is bekend dat hij tijdens optredens doet alsof hij masturbeert. Tim Miller zegt in zijn optredens zijn identiteit als homoseksueel te onderzoeken.

De vier hebben een aanvraag lopen voor een subsidie van 15.000 dollar voor een podiumproject getiteld 'The Warrior's Council'. Hierover heeft de National Council for the Arts al een positief advies uitgebracht. Een besluit van Radice wordt in de komende weken verwacht.