Minister wijzigt Kunstenplan onder druk van Kamer

DEN HAAG, 16 JUNI. Minister d'Ancona (WVC) heeft gisteren onder druk van vrijwel de gehele Tweede Kamer haar voorstellen om te bezuinigen op de subsidies voor podiumkunsten goeddeels teruggetrokken.

De door de kunstwereld fel bestreden maatregel om 12,5 procent van de eigen inkomsten van de kunstinstellingen terug te vorderen gaat niet door. En de andere helft van de door haar gewenste algemene korting op de overheidssteun - een vermindering van 2,5 procent op de subsidies - zal voorlopig slechts alleen voor 1993 gelden. Wel komt er een onderzoek naar de mogelijkheden voor de kunstinstellingen meer eigen inkomsten te verwerven.

Verder zal de minister voor een aantal kunstinstellingen op verzoek van de Tweede Kamer alsnog meer geld uittrekken. Dat zijn onder andere het Noord Nederlands Orkest, het Noord Nederlands Toneel, Djazzex, de Tilburgse dansgroep RAZ, het Festival van Zeeuwsch Vlaanderen en Nieuw Sinfonietta. Ook zal de minister bezien of het Orlando Kwartet en het Schönberg Kwartet een structurele subsidie kunnen krijgen, ten laste van de pot voor incidentele projecten. Daarentegen verminderde de minister de eerder door haar beloofde 690.000 gulden subsidie voor het bewegingstheater BEWTH tot een half miljoen.

De minister zei verder goede hoop te hebben dat nog dit jaar minister De Vries van Sociale Zaken 6 miljoen gaat bijdragen aan de salarissen van dansers, die 42 procent te weinig verdienen. Minister Kok van financiën weigert echter volgens haar vooralsnog de BTW op de toegangsprijzen voor podiumkunsten van het hoge tarief te brengen op het lage tarief, zoals de EG binnenkort zal aanbevelen. Minister en Kamer blijven daarop echter hopen, omdat het zou zorgen voor 7,5 miljoen gulden extra geld voor kunst. Ook hoopt minister d'Ancona dat minister Andriessen van Economische Zaken ooit nog gaat bijdragen aan het Vormgevingsinstuut.

De bijstelling van het Kunstenplan voor de jaren 1993-'96 zal ten koste gaan van het door de minister aanvankelijk gepropageerde Afnamefonds ter stimulering van de schouwburgen (3 miljoen), de ad hoc-subsidies voor beeldende kunst (3 miljoen), het Fonds voor de podiumkunsten (1 miljoen) en de "frictiepot' voor onvoorziene uitgaven (1 miljoen). Verder zal een verhoging van de steun voor filmproduktie met 2.5 miljoen gulden worden gefinancierd uit de rente op de omroepreserves.

CDA en PvdA hadden eerder bepleit hun wensen deels te betalen door het de vestiging van het Vormgevingsinstituut in Amsterdam uit te stellen en minder te spenderen aan internationale contacten. Toen de minister daarmee niet akkoord ging stemden zij onmiddellijk in met het korten op beeldende kunst-subsidies en op het Fonds voor de podiumkunsten.

De minister werd verplicht tot het bijna geheel terugnemen van haar subsidieverminderingen - een van de hoofdpunten van haar beleid dat de kunstwereld wil dwingen meer eigen inkomsten te verwerven - door een vrijwel unanieme Kamer, onder aanvoering van de onwrikbaar gezamenlijk optredende regeringspartijen CDA en PvdA. Zij vonden, net als VVD, D66, Groen Links en GPV, de subsidiemaatregel inconsistent en contraproduktief, omdat die bestraft wat de minister juist wil bevorderen. Alleen van SGP en RPF kreeg de minister op dit punt hun hartelijke steun.

Ondanks het snelle toegeven door de minister aan de wensen van de regeringspartijen CDA en PvdA legden de woordvoerders Beinema en Niessen een aantal van haar mondelinge toezeggingen alsnog vast in moties. Dat wekte de woede op van VVD-woordvoerder Dijkstal, die furieus uitviel naar Beinema, omdat hij daarmee goede sier zou willen maken in de regio: “Ik heb zoietsnog nooit meegemaakt, nadat een minister een toezegging heeft gedaan. Dit is absoluut beneden het niveau, zelfs dat wat ik van u gewend ben.”

Even later bleek echter dat de CDA/PvdA-motie die vastlegde dat de sterkte van het Noord Nederlands Orkest op 89 musici moet worden gehandhaafd wel degelijk zin had. De minister had aanvankelijk gezegd dat subsidie aan het NNO geen goede besteding van overheidsgeld is wegens te lage produktiviteit, te weinig publiek, te weinig eigen inkomsten en leegloop onder de musici. Toch stemde ze in met de uitdrukkelijke wens van CDA en PvdA tot handhaving van het huidige NNO.

Maar uit een door de minister overlegd financieel staatje bleek dat ze in strijd met haar toezegging van plan is op het NNO enkele miljoenen te gaan bezuinigen. Dat is ook in strijd met het Herenakkoord, dat het rijk met de noordelijke provincies heeft afgesloten en dat de Kamer integraal wil handhaven. Beinema wilde van de minister opheldering maar kreeg die niet en vroeg onmiddellijk een nieuw mondeling overleg daarover aan.

De VVD legde daarna in een motie nog eens de algemene wens van de Kamer vast om de danserssalarissen te verhogen. Eerder in het debat had Dijkstal het duo Niessen/Beinema betiteld als de nieuwe Rijkskunstmeesters van de minister. Volgens hem was het bijzondere van het debat gisteren dat de rest van de Tweede Kamer er nu eens bij aanwezig mocht terwijl Niessen en Beinema hun zaakjes regelden met de minister. Hij sprak ook van een gevoel van gêne wegens haar buigen voor de regionale lobby en de moeiteloze beleidsomslag die de minister gisteren presenteerde. Dijkstal betichtte haar van “slappe knieën.”

Minister d'Ancona hield staande dat op grote lijnen in de praktijk gebeurt wat zij in het Kunstenplan voor ogen had, dat het principe van de inkomstenverhogende maatregel overeind is gebleven en dat de Kamer voldoende instemt met het verder bevorderen van de cultuurparticipatie.

VVD, D66 en Groen Links veroordeelden de voorbereiding van het Kunstenplan door de minister als knoeiwerk en onbehoorlijk bestuur. Deze oppositiepartijen waren tegen elke subsidieverlaging en pleitten voor een structurele verhoging van het kunstbudget. De VVD, zo bleek uit een ingediende motie, wil dat betalen door een efficiëntere en goedkopere werkwijze van de omroeporkesten. Maar de minister zei dat het voor haar wettelijk niet mogelijk is zoiets af te dwingen.

PvdA-woordvoerder Niessen zei te hopen dat het in de komende vier jaren van het nieuwe Kunstenplan alsnog mogelijk is meer geld te besteden aan kunst door meevallers, een BTW-verlaging en een voor de kunst gunstiger regeerakkoord na de volgende verkiezingen. D66-woordvoerder Nuis, die had gevraagd om een radicale bijstelling van het Kunstenplan, noemde dat het “sukkelscenario”. Volgens de minister mag de kunstwereld al heel blij zijn dat het kunstbudget instand is gebleven, ondanks het feit dat het ministerie van financiën in de "Subsidiebijbel' zelfs van plan was bijna alle kunstsubsidies af te schaffen.

Dat de verscherpte eisen voor eigen inkomsten niet eerder ter discussie waren gesteld en aan de Raad voor de Kunst waren voorgelegd, kwam volgens de minister omdat het Heroverwegingsrapport van het ministerie van financiën daarvoor te laat kwam. De minister bestreed de ook in de Kamer levende opvatting dat de subsidiekortingen een noodgreep waren, nadat ze onder druk van de regio had ingestemd met het grotendeels handhaven van de provinciale orkesten.

De minister vond dat van de kunstwereld, speciaal van het toneel, een hogere inspanning mag worden gevraagd om de zalen vol te krijgen en meer eigen inkomsten te verwerven. Het rapport Berenschot, dat op verzoek van de toneelwereld werd opgesteld, had haar daarin nog gesterkt: “Als het onmogelijk is de inkomsten met meer dan één miljoen op te voeren, is het daar nog erger dan ik dacht.”

Volgens de minister moet de kunst niet worden vrijgesteld van de markt en moet er, net als in de omroep met een breed aanbod een breed publiek worden bereikt. “Ik heb er geen behoefte aan de kunst in stand te houden als een botanische tuin, terwijl daaromheen de natuur aan zijn lot wordt overgelaten. De kunst is dan nog wel te bezichtigen maar heeft geen ecologische waarde meer. De elitecultuur mag niet opstijgen buiten de gezichtskring van gewone stervelingen en de massacultuur mag niet afglijden naar puur commercieel vermaak.”