Merknaam Fokker blijft in toekomst gehandhaafd

BERLIJN, 16 JUNI. Het staat in geval van een akkoord met Dasa vast dat de merknaam Fokker ook zal voorkomen in de aanduiding van een nieuwe "familie' van regionale verkeersvliegtuigen die omstreeks de eeuwwisseling zal verschijnen.

Dat zegt een gezaghebbende bron die direct deelneemt aan het Nederlands-Duitse overleg, dat vandaag in Den Haag is voortgezet in aanwezigheid van minister van economische zaken Andriessen. Dat is volgens deze zegsman niet alleen een logisch gevolg van het feit dat Deutsche Aerospace (Dasa) als "industriële leider' de supervisie over de bouw van toestellen voor 65 tot 130 passagiers zal delegeren naar Fokker; het hangt ook samen met Fokker's naamsbekendheid. “De naam Fokker heeft grotere marketing-waarde en daarom zullen de huidige Fokker-produkten te zijner tijd een vervolg krijgen met nieuwe Fokker-Regioliner-produkten.”

De zegsman voegt daar met een wat vette knipoog aan toe: “Per slot van rekening werd Anthony Fokker tijdens de Eerste Wereldoorlog in Duitsland groot als vliegtuigbouwer, waardoor zelfs nu nog heel wat buitenlanders denken dat Fokker een Duits bedrijf is.”

Hij schat de kansen op een definitief akkoord tussen Fokker en Dasa vóór de aanstaande zomervakantie op 75 à 80 procent. Hoewel er op hoofdlijnen overeenstemming bestaat - zoals over de vorming van een Europees samenwerkingsverband, een soort "Airbus-bis', dat zich geheel zal concentreren op de bouw van kleinere verkeersvliegtuigen - resteren er nog twee geschilpunten.

Het eerste gaat over de prijs voor 51 procent van Fokker's aandelen. Een Dasa-functionaris maakte vorige maand melding van een bod van ongeveer 800 miljoen gulden. Fokker wil aanzienlijk meer geld zien.

Verder wordt nog gepraat over wat wordt genoemd “de exacte definitie van de balans tussen enerzijds Fokker's gegarandeerde voortbestaan in huidige vorm en op de huidige plaatsen, en anderzijds puur economische wetmatigheden”.

Dat is een substantieel punt, erkent de zegsman, maar ook hier is veel vooruitgang geboekt. “Je moet het ook van Duitse kant bekijken”, zegt hij. “Het is niet redelijk te verwachten dat er alleen maar Duits geld in een Nederlands bedrijf wordt gepompt om het Nederlandse industriebeleid te stimuleren. Wat centraal staat is de urgente noodzaak om de Europese vliegtuigindustrie zo te reconstrueren dat zij de concurrentie op wereldniveau aankan. Dat is Fokker geheel met ons eens. Bovendien kunnen ze in Amsterdam profiteren van de technische kennis en andere hulpbronnen die Duitse bedrijven in huis hebben.”

Toch nog een vraag over Fokker. Kan de hoogstwaarschijnlijke annulering van het European Fighter Aircraft-project, dat bij Dasa 10.000 arbeidsplaatsen zal kosten, ertoe leiden dat werkgelegenheid uit Nederland naar Duitsland wordt overgeheveld? Bestuursvoorzitter Jürgen Schrempp zei gisteren tijdens een persconferentie op de Berlijnse vliegshow dat voor zo'n veronderstelling geen enkele aanleiding is . Al knoopt hij daar aan vast: “Geen enkele particuliere firma kan de werkgelegenheid onder alle omstandigheden garanderen.”