JEGOR GAIDAR; Zendeling van de vrije markt

MOSKOU, 16 JUNI. Na driekwart jaar heeft Rusland eindelijk weer een premier, een post die sinds het vertrek van minister-president Ivan Silajev vorig najaar vacant is geweest.

Het was niet toevallig dat president Boris Jeltsin hem gisteren vlak voor zijn vertrek naar de Verenigde Staten benoemde. Met Jegor Gaidar als eerste minister moet het Westen namelijk weer het gevoel worden gegeven dat er niets aan de hand is met het hervormingsbeleid van de Russische regering. Want daarover bestaat twijfel sinds dezelfde Jeltsin vorige week allerhande voorzichtiger lieden als vice-premier, eigenlijk als mandekkers, om Gaidar heen heeft neergezet. En dat is gevaarlijk. Het IMF heeft die 24 miljard dollar immers nog altijd niet overgeboekt.

Anders dan zijn nieuwe waakhonden is Jegor Gaidar (36) niet een typische politicus. Hoewel ook hij zijn carrière min of meer in het apparaat van Komsomol en partij is begonnen - zoals alle bestuurders van het democratische Rusland was ook Gaidar lid van de CPSU, mocht hij ten tijde van de perestrojka opmarcheren als columnist van het theoretische maandblad Kommoenist en later zelfs als redacteur van het centrale orgaan Pravda - mist hij bijna alle kwaliteiten die zeker een Russische politicus dient te bezitten. Gaidar valt altijd aan, verdedigt zelden. Zelfs zjn dreiging half april om af te treden, toen het veel conservatievere parlement hem op de knieën wilde dwingen, was niet echt gemeend, maar een gambiet waarmee hij het offensief wilde heroveren. Gaidar houdt geen rekening met de gevestigde economische belangen, maar voelt zich veeleer de zendeling van de vrije markt. Daaraan ontleent hij het recht om de bevolking te onderwerpen aan zijn "shock-therapie'. En dat alles wordt geaccentueerd door zijn presentatie: een hoog-frequente stem die in het tempo van een mitrailleur over de toehoorders wordt gelegd.

Maar juist omdat hij met dit tekort kampt, heeft Jeltsin hem nu nodig. Aanvankelijk zag de president in Gaidar niet veel meer dan een interessante econoom, die hij kon gebruiken als beheerder van de schatkist. Want dat de roebel aan een forse sanering toe was, dat zag het staatshoofd vorig jaar ook wel. Gaidar werd daarom benoemd tot minister van financiën.

Gaidar wist zich echter onmiddellijk tot het centrum van het hervormingsbeleid te promoveren. Vanuit zijn theorie dat het herstel van de Russische economie staat of valt bij een enigszins stabiele roebel, die alleen via een strak monetaristisch beleid en steun van het IMF op peil zou kunnen worden gebracht, was dat logisch. Jeltsin zelf moest eind november niettemin fors onder druk worden gezet door zijn eigen coalitie Democratisch Rusland, voordat hij zover was om Gaidar vervolgens ook tot vice-premier te benoemen. Feitelijk werd hij daarmee hét gezicht van het hervormingsbeleid, ook al bleef Jeltsin als "regeringsleider' formeel uiteraard de eerste man.

In die prominente politieke rol is Gaidar zich steeds beter gaan thuisvoelen. Niet alleen omdat zijn arrogantie hem daarbij helpt, maar ook omdat Gaidar niet louter en alleen namens zichzelf spreekt. Hij is vooral de vooruitgeschoven pion van een hele groep, of beter, van een generatie: de generatie '55-'56. Bijna al zijn bondgenoten (zoals minister Pjotr Aven van economische zaken, privatiserings-minister Anatoli Tsjoebais en de onlangs oververmoeid opgestapte staatsraad Sergej Sjachrai) zijn geboren in 1955 of 1956 en gedragen zich als een club van mid-dertigers.

En dat nu is ook precies de reden waarom Jeltsin zijn nieuwe premier op gezette tijden flink kort houdt. Want zijn eigen politieke vrienden, allemaal van dezelfde generatie als de politieke elites in het Westen, hebben veel te verliezen. Voor menig oudere ex-communistische politicus is het bewind-Jeltsin een uitgelezen kans om bovenal de oude nomenklatoera door een nieuwe te vervangen. En die belangen sporen niet naadloos met de ambities van het team-Gaidar.

Vorige week, toen de president Jegor Gaidar om die reden plots opzadelde met een aantal conservatievere vice-premiers die tot taak hebben om het industriële complex te beschermen tegen de nu aan het licht komende consequenties van het monetarisme, zat Gaidar er op de televisie dan ook als een geslagen hond bij. Nu is hij dank zij Jeltsin echter weer het heertje en mag hij zelfs mee op staatsbezoek naar de Verenigde Staten.

Hoe lang dat zal duren, is onvoorspelbaar. Dat zal nog even de paradox van Gaidar als politicus blijven: hoe hoger hij klimt, hoe meer bijlen er op zijn nek loeren. Want uiteindelijk is zelfs Gaidar niet meer dan het uithangbord dat Jeltsin speciaal voor het IMF heeft opgehangen.