Hoge werkdruk en slechte organisatie bezorgen jongeren vaak werkstress

Driekwart van de Nederlandse beroepsbevolking behoort tot de wereldelite, de rest is ziek of arbeidsongeschikt. Om dat te verbeteren verdienen ook arbeidsomstandigheden meer aandacht. Aflevering 5: werkstress.

AMSTERDAM, 16 JUNI. Wekelijks trekken ze aan de burelen van de artsen van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) voorbij. Jonge mensen, die aan de buitenkant gezond en sterk ogen. Maar van binnen is het misgegaan. De jongeren hebben psychische klachten, zijn overspannen of hebben last van stress. Op het werk worden hun klachten maar al te vaak niet serieus genomen. “Je bent jong en gezond, dus sjouwen maar.”

Niet bekend

Toch menen alle onderzoekers dat werkstress onder jongeren een gigantisch probleem is. Wie met psychische klachten in de WAO belandt, heeft veel meer moeite om eruit te komen dan iemand met lichamelijke klachten, zeggen Joke Harmsen en Millie Noz, beiden onderzoeksters bij het GAK. “Van jongeren wordt een grote spankracht verwacht. Zij kunnen met kerst en oudjaar wel werken, omdat ze toch geen gezin hebben. Vaak wordt niet serieus naar hun klachten geluisterd. En als ze eenmaal ziek thuis zitten, wordt de stap om weer in het arbeidsproces terug te keren moeilijker.”

De oorzaken voor stress op het werk zijn divers. Uit het onderzoek van de CNV Jongerenorganisatie blijkt dat een te hoge werkdruk op de eerste plaats staat. Slecht georganiseerd werk is een goede tweede en te hoge eisen aan nieuwe werknemers staat op derde plaats. Maar ook verveling en te weinig bevoegdheden dragen bij tot stress.

Een 25-jarige leerling ziekenverzorging omschrijft haar problemen als volgt: “De arbeidsmarkt stelt tegenwoordig zeer hoge eisen aan een vacature. Mensen moeten nog heel jong zijn, maar toch diploma's hebben èn werkervaring. Daar raak je gedemotiveerd van. En als je eenmaal werk hebt, is vaak te weinig tijd voor goede begeleiding en voor het opdoen van ervaring. Je krijgt te snel tè veel verantwoordelijkheid. Zo kan stress ontstaan.”

Dat de leerling niet de enige is, blijkt uit gesprekken met artsen van het GAK in Sloterdijk, Amsterdam. Eva Verduyn en Yvonne de Boer krijgen iedere week een groot aantal jongeren met psychische klachten langs. De Boer: “Iedereen heeft bepaalde problemen - kinderen, schulden, werk, gezondheid - die hen belasten. Als die te veel worden, is arbeid iets dat je in Nederland vrij gemakkelijk kunt wegstrepen. Je zet nu eenmaal niet je kinderen voor een tijdje de deur uit”.

De artsen constateren dat laag geschoolden vaker met stress te maken hebben dan jongeren met een hogere opleiding. Verduyn: “Maar als een hoog geschoolde uit de bocht vliegt, is het moeilijker te herstellen”. Daarnaast bestrijken de twee Amsterdamse artsen ook gebieden waar relatief veel laag geschoolden voorkomen. Problemen met migranten doen zich in deze wijken vaak voor. “Jonge meisjes met kinderen worden vaak overbelast. En bij de allochtone bevolking is die belasting verdrievoudigd. De meisjes zijn opgegroeid in Nederland, maar thuis leven ze in een andere wereld. Dat geeft cultuurbotsingen.”

Werkstress is geen verschijnsel dat ineens uit de lucht komt vallen. Vaak is het gecombineerd met problemen in het persoonlijk leven of in de vroegere jeugd. “Het werk is dan vaak de druppel die de emmer doet overlopen”, erkent De Boer. “Laatst was hier een 22-jarige vrouw, die vroeger door haar vader was misbruikt. Ze werkte via het uitzendbureau, maar is in elkaar gestort omdat ze in het bedrijf een man ontmoette die sprekend op haar vader leek.” De Boer zou in zo'n situatie “dolgraag met de werkgever willen overleggen, maar dat is onmogelijk in het uitzendwerk”.

Ook de onderzoeksters Noz en Harmsen benadrukken de combinatie tussen problemen in de persoonlijke sfeer en op het werk. Stress is volgens hen een paraplu-term, waaronder een keur aan psychische èn lichamelijke klachten valt. Daarnaast verkeren jongeren vaak in een onzekere situatie. Ze komen net van school af, gaan voor het eerst op kamers, krijgen verkering en kiezen wat ze voor de rest van hun leven willen doen. Uitzendwerk en de onzekerheid die tijdelijke contracten - veelal voor de topdrukte in spitsuren - met zich meebrengt zijn volgens de artsen Verduyn en De Boer ook belangrijke veroorzakers van stress.

“Een betere begeleiding in de beroepskeuze, dat zou al enorm helpen”, zegt Noz. “Veel jongeren doen werk dat hen niet bevalt. Ze geven een signaal af dat door niemand wordt opgepikt. En als na omscholing het nieuwe beroep ook niet leuk blijkt te zijn, gaan ze helemaal aan zichzelf twijfelen.”

Daarnaast denken de onderzoeksters dat een betere samenwerking tussen GAK, regionale instellingen voor ambulante geestelijke gezondheidszorg (Riagg), arbeidsbureau's en werkgevers soelaas biedt. Noz: “Het lijkt een open deur, maar we werken nu allemaal langs elkaar heen. Het Riagg kent een wachtlijst van vijf weken en geeft ons bovendien geen informatie om redenen van privacy. Maar het stuit de cliënt alleen maar tegen de borst als alle hulpverleners zich apart op hem storten”. (De eerdere bijdragen in deze serie stonden op 26 en 29 mei en op 3 en 10 juni in de krant.)

Foto: “Als je eenmaal werk hebt, is vaak te weinig tijd voor goede begeleiding en voor het opdoen van ervaring. Je krijgt te snel tè veel verantwoordelijkheid. Zo kan stress ontstaan”, zegt een 25-jarige leerling ziekenverzorging. (Foto NRC Handelsblad/Leo van Velzen)