Heftige Chinese dichters moeten concurreren met voetbal

Poetry International. Mang Ke (China), Lo Fu (Taiwan), Zhai Yongming (China), Maura Dooley (Engeland), Wiel Kusters (Nederland), Wang Jiaxin (China). 15/6 in De Doelen, Rotterdam.

Vanavond treden op: Gennadi Ajgi (Rusland), Simon Armitage (Engeland), Anna Enquist (Nederland), Durs Grünbein (Duitsland), Roland Jooris (België), Antjie Krog (Zuid-Afrika) en Tong Wei (VR China).

Bij de ingang van de Doelen werden de bezoekers van het 23ste Poetry International vast in de stemming gebracht. Chinese slagwerkers bespeelden met veel spierkracht de grote trom en de bekkens, een kleurige leeuw voerde wilde dansen uit om een kropje ijsbergsla, en vier kleine, als apen verklede Chinezen maakten salto's en radslagen. Poetry International staat dit jaar in het teken van de Chinese poëzie. In de loop van de week zullen acht Chinese dichters optreden, afkomstig van het vasteland, uit Taiwan en uit andere delen van de wereld. Andere belangrijke Chinese dichters zoals Bei Dao en Duoduo zijn in Rotterdam als waarnemer aanwezig.

De opening van het jaarlijkse poëziefestival werd verricht door Remco Campert, voorzitter van de internationale adviesraad van Poetry en dichter. Hij had, zei hij, weinig woorden nodig. Twee jaar geleden had minister Hedy d'Ancona bij de opening een uitgebreid betoog gehouden over poëzie en Campert zou niet graag in haar voetsporen treden. “Niet alleen heb ik niet van die uitgesproken opvattingen over poëzie, mijn opvattingen veranderen zo ongeveer per gedicht. Ik vind ook dat een opening kort moet zijn.” Campert wees er op dat Poetry nog altijd gericht is op het zelfde doel als toen het begon. Het gaat er om dichters uit de hele wereld bij elkaar te brengen en hun de gelegenheid te geven hun werk aan een breed publiek voor te leggen.

Met de breedte van dat publiek viel het op de eerste avond nogal tegen. Hoeveel poëzieliefhebbers Nederland misschien ook kent, het voetbal is voor velen van hen kennelijk toch nog belangrijker. De grote foyer van de Doelen was nog niet voor de helft gevuld.

Aan het programma kon het niet liggen. Dat was boeiend genoeg.

De Chinese dichters werden ingeleid door de Leidse sinologen Lloyd Haft en Maghiel van Crevel. Vier van hen lazen uit eigen werk en gaven een goede indruk van de verschillen die er tussen de Chinese dichters van nu onderling bestaan. De 42-jarige Mang Ke, de enige onofficiële dichter uit de jaren zeventig die nog altijd in China woont, kwam met harde en grillige beelden: hier groeit al geen gevoel meer / dit is een kaalgeslagen tijd / somber, koud / stil en leeg. Zhai Yongming (1955) was al even heftig maar koos een vrouwelijk perspectief. De Taiwanees Lo Fu demonstreerde hoe hij in de loop der jaren steeds meer traditionele Chineze poëzie in zijn werk heeft verwerkt, en Wang Jiaxin bracht poëzie vol angstvisioenen.

Aan de Nederlander Wiel Kusters en de Engelse Maura Dooley de taak om tussen de Chinezen, sinologen en tolken de directe verstaanbaarheid te vertegenwoordigen. Zij brachten het er goed van af. Vooral Wiel Kusters zorgde met een reeks versjes voor alle leeftijden voor een aangename, lichte toets.