Europese count-down

DE PSYCHOLOGIE van het Europese integratieproces zorgt voor verrassingen. Het publieke ongenoegen fixeert zich in het algemeen al sterk op politici en in geval van het Verdrag van Maastricht ontpoppen regio's, deelstaten en burgers zich als een calculerend collectief versus de nationale regeringen.

Als die nationale regeringen zo nodig Europese integratie à la Maastricht verlangen, dan moeten zij een politieke prijs betalen. Of, waar dat niet kan, gewoon door het stof. De Denen hebben een keer luidkeels "boe' geroepen en bij de Ieren is het afwachten. Men hoort dezer dagen Jacques Delors zelfs mopperen op de Brusselse bureaucratie en hoewel dat nooit kwaad kan, is het goed te beseffen dat de EG het amper met meer ambtenaren doet dan een middelgrote Europese stad.

De Duitse deelstaten hebben vorige week de Duitse bondskanselier fijntjes laten weten dat ze ondubbelzinnige bevoegdheden verlangen. De sociaal-democratische deelstaten zijn daar inmiddels in de meerderheid en de SPD steunt in beginsel weliswaar de Europese koers van Kohl, maar de deelstaten vragen eenvoudigweg een prijs. Vergelijkbare processen zijn in andere landen te zien en zij illustreren een verrassende kanteling van het beeld in Europa. Europa lijkt plotseling een hobby van politici geworden, niet meer een ideaal van burgers en naties. Zolang deze houding in kleine landen te registreren valt, gooit het hooguit wat zand in de machinerie. Maar als de grote landen, die toch de motor van de Europese integratie vormen, zich een langdurige kater over Europa aanmeten, wordt het menens.

HELMUT KOHL maakt zich sterk voor "Maastricht'. Hij is geen man van details en de grote lijn is bij hem steeds dezelfde geweest en gebleven: “We zouden jegens de geschiedenis falen wanneer we ons tevreden zouden stellen met de Duitse eenheid”, aldus de bondskanselier gisteren nog voor 150 partijgenoten in Bonn. Zonder Europese integratie is Duitsland op grond van ligging, machtspositie en omvang tot voortdurend politiek ongemak veroordeeld. Europese integratie is hiermee voor Kohl politiek levenswerk.

Is dat voor de generatie na hem ook nog het geval? Kohl is er niet gerust op en vreest elke tempo-vertraging als het begin van het einde van de Europese eenwording met alle spookbeelden uit de eerste helft van deze eeuw die daarbij horen. Misschien is dat overdreven en heeft de burger het alledaagse Europa al veel meer verinnerlijkt dan de bestuurlijke conceptenbouwers zich realiseren. Maar feit is dat de politieke positie van Kohl in deze fase cruciaal is voor de Europese samenhang à la Maastricht.

De Britten hebben van oudsher geen dragende functie in Europa en de samenhang staat of valt met het verstandshuwelijk tussen Frankrijk en Duitsland. Mitterrand gokt met een referendum en Kohl kampt met lastige deelstaten, met een sceptische Bundesbank en een verdeelde publieke opinie. Zo is Europa verzeild geraakt in een nerveuze count-down. Nadat de Denen al hun weekje in de zon van het wereldnieuws hebben genoten, kijkt de wereld overmorgen naar Dublin.