Energieraad wijst regulerende energieheffing af

DEN HAAG, 16 JUNI. De Algemene Energieraad is tegen de invoering van een regulerende energieheffing zoals is onderzocht door de stuurgroep-Wolfson. De energieraad vindt dat het beleid zoals dat is neergelegd in het Nationaal Milieubeleidsplan en de Nota energiebesparing “met kracht moet worden voortgezet”.

Dit schrijft de AER in een advies aan de regering. In de raad zitten deskundigen en vertegewoordigers van maatschappelijke belangenorganisaties. Behalve de AER moet ook de Sociaal-Economische Raad en de Centrale Raad van de Miliehygiëne het kabinet nog adviseren over het rapport van de stuurgroep-Wolfson.

Het kabinet had Wolfson gevraagd de mogelijkheid en wenselijkheid van een regulerende energieheffing te onderzoeken. Het kabinet zou de opbrengst van de energieheffing aan burgers en bedrijven terug willen geven om te voorkomen dat de collectieve lastendruk - de optelsom van belastingen en sociale premies - toeneemt. De baten van de energieheffing zouden moeten worden gebruikt voor voor verlaging van de arbeidskosten. Uit het rapport van de stuurgroep-Wolfson blijkt dat een heffing meer effect heeft naarmate het gebied groter is; bij invoering in de Oeso, de club van 24 Westerse industrielanden, zijn de negatieve effecten op de economsiche groei zeer groot als de energie-intensieve industrie niet wordt uitgezonderd van de heffing.

De energieraad ziet de huidige, lage energieprijzen als een barrière om te investeren in energiebesparing. Als na verloop van tijd blijkt dat het huidige beleid geen vruchten afwerpt, dan kan naast een intensivering van het huidge beleid “het invoeren van een vorm van een regulerende energieheffing” worden overwogen, aldus de AER. Daarbij zou moeten worden gestreefd naar een heffing op het “beïnvloedbare deel” van het energieverbruik en waarbij voor elke gebuikersgroep een “heffingsvrije voet” in het energiegerbuik zou moeten gelden.