EG: geen besluiten tot na "Ierland'

LUXEMBURG, 16 JUNI. Meer dan ooit was gisteren in Luxemburg een vergrootglas nodig om de voortgang van de Europese Gemeenschap te kunnen meten. Twee dagen voor het Ierse referendum, dat beslissend kan zijn voor de toekomst van de monetaire en politieke unie, was de neiging om pas op de plaats te maken nauwelijks bedwingbaar. Na het Deense debâcle had geen enkele minister van buitenlandse zaken zin om risico's te nemen. Belangrijkste resultaat van gisteren was dan ook dat geen enkele lidstaat ècht verliezen leed. Over de financiële toekomst van de EG tot 1997 werden de contouren van een compromis zichtbaar. Maar, zoals staatssecretaris Dankert zei, “we hebben het onschadelijk voor de Ieren gehouden”.

De Grieken werden gesauveerd met de mededeling van de Portugese voorzitter dat in de kwestie-Macedonië lichte beweging waarneembaar is. Voor een besluit over de erkenning van de voormalige Joegoslavische republiek-met-de-Griekse-naam, was het nog te vroeg. Volgende week tijdens de top in Lissabon dan misschien? Raadsvoorzitter Pinheiro achtte het “niet onmogelijk”. Het komt de geloofwaardigheid van de EG in de Joegoslavische kwestie niet ten goede, zo begreep iedereen. Maar Macedonië nu erkennen zou tot de val van de Griekse premier Mitsotakis leiden en dat zou de crisis in de EG, na de Deense desertie, alleen maar verdiepen.

Hetzelfde gold voor de discussie over de consequenties van uitbreiding van de EG met Scandinavische en Oosteuropese landen. Had Delors een paar maanden geleden nog een nota beloofd die een “politieke en intellectuele schok” zou veroorzaken, nu wilde hij er liefst zo min mogelijk woorden aan vuil maken. Delors bevestigde slechts dat er aan een notitie gewerkt werd. Commissaris Andriessen (buitenlandse zaken) zou het bij de volgende ministersbijeenkomst aanstaande zaterdag laten bij een "mondelinge toelichting'. Delors is er zich zeer van bewust dat recente speculaties over die "politieke schok' allemaal neerkwamen op een geringere invloed voor kleine landen bij het bestuur van de Gemeenschap. Dat heeft de Denen mogelijk een impuls gegeven om zich van Brussel af te keren. Iets dergelijks moest twee dagen voor het Ierse referendum voorkomen worden.

Bij de bespreking van het budget voor de periode tot 1997, ook wel bekend als het "pakket Delors II', was nog de meeste beweging zichtbaar.

De meeste lidstaten van de EG voelen niets voor een algemene verhoging van hun bijdrage aan Brussel in de komende jaren, zoals Delors had voorgesteld. Vorige week al uitten de EG-ministers van financiën zware kritiek op het voorstel van de Commissie om de uitgaven tot 1997 met 20 miljard ecu (zo'n 46 miljard gulden) te laten stijgen. De lidstaten zouden daardoor in plaats van 1,20 procent van hun Bruto Nationaal Produkt 1,37 procent moeten afdragen. Het geld zou ten goede moeten komen aan het zogeheten Cohesiefonds (voor investeringen in Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland), voor verhoging van de structuurfondsen (ten behoeve van de armere regio's) en voor buitenlands beleid (met name ten aanzien van Oost-Europa). De noordelijke lidstaten vinden dat het huidige niveau van 1,2 procent in ieder geval de komende twee tot drie jaren nog voldoende ruimte biedt voor nieuw beleid.

Maar ook hier gold dat twee dagen voor "Ierland' er niet al te hard rondgebazuind moet worden dat de rijke lidstaten moeite zouden hebben met een herverdeling van geld binnen de EG, ten gunste van de armere lidstaten. Dus zal er straks in Lissabon alleen gesproken worden over politieke en financiële “oriëntaties” voor de komende jaren, zonder dat daarbij al harde bedragen worden genoemd. In ieder geval zal daar gesproken worden over het cohesiefonds en het beleid ten aanzien van Oost-Europa, zo werd gisteren in Luxemburg duidelijk. Over het gehele budgetplan zal pas op de volgende Europese Raad in Edinburg, onder Brits voorzitterschap, worden besloten.

Aan de bezwaren van de rijkere lidstaten, werd gisteren voor het eerst door de Commissie tegemoet gekomen. Raadsvoorzitter Portugal en Commissievoorzitter Delors suggereerden gisteren om pas over twee jaar met de verhoging van de bijdragen te beginnen of de voorgestelde verhoging over een langere periode uit te smeren.

Maar onder andere Nederland, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en België willen daar vooralsnog niet op in gaan omdat de Commissie vasthoudt aan een uiteindelijke verhoging tot 1,37 procent. Staatssecretaris Dankert zei gisteren dat de noodzaak van een verhoging in die orde van grootte nog steeds niet is aangetoond. De meeste lidstaten hebben de Commissie-voorstellen inmiddels nauwkeurig onderzocht en zijn tot de conclusie gekomen dat veel nieuwe uitgaven nauwelijks onderbouwd zijn. Dankert gaf gisteren aan dat bijvoorbeeld de verhoging van de structuurfondsen best wat minder kan. De structuurfondsen zijn sinds 1988 in omvang verdubbeld. De ontvangende regio's hebben al moeite de geboden steun goed te verwerken. Daarvoor is overigens het aardige eufemisme "problematisch absorptievermogen' bedacht: zoveel subsidie-geld ontvangen dat een regio niet meer weet waar het aan uitgegeven moet worden. De noordelijke lidstaten worden in hun kritiek gesteund door een rapport dat de Europese Rekenkamer onlangs op Nederlands initiatief heeft uitgebracht over de werking van de fondsen.

Ook het plan om 900 miljoen uit te geven voor de zogenoemde transeuropese netwerken (wegen, spoorlijnen, informatica-lijnen) kwam menig lidstaat als slecht onderbouwd voor. Voor de verhoging van de post onderzoek en ontwikkeling was ook weinig animo bij de lidstaten. Voorzitter Delors zei na afloop dat het “meest verrassende” voor hem de “geringe steun” van de ministers was geweest voor het idee om de concurrentiekracht van de Europese industrie te versterken.

Maar al deze kritiek werd behendig afgedekt met de afspraak in Lissabon in ieder geval over de cohesiefondsen en over de financiering van het buitenlandse beleid afspraken te maken. Beide zaken vloeien immers rechtstreeks voort uit wat afgelopen december op de top in Maastricht is vastgelegd. Daarom is het logisch dat hierover nu zaken worden gedaan, zo luidt de redenering. Zo wordt de "geest van Maastricht' toch in leven gehouden en kan de Ierse regering donderdag met opgeheven hoofd de kiezer tegemoettreden.