CNV wil uitbreiding werkingssfeer CAO

AMSTERDAM, 16 JUNI. De collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) moet worden uitgebreid tot “een werkelijke grondwet van de arbeid”. Dat betoogde de aanstaande voorzitter van de christelijke vakcentrale CNV, A. Westerlaken, vanmorgen op de studieconferentie “Participatie en vakbondsdemocratie” van zijn centrale in het Vakbondsmuseum in Amsterdam.

De nieuwe CAO die Westerlaken in gedachten heeft, bestaat uit twee delen. Het eerste deel, waarover elk jaar of eens per twee jaar wordt onderhandeld, behoort de primaire arbeidsvoorwaarden (onder meer de lonen) te regelen. Deel twee zou een “flexibel ontwikkelingsdeel” moeten zijn met daarin onder andere afspraken over voorkoming van ziekte en arbeidsongeschiktheid, reïntegratie, medezeggenschap en kwaliteit van de arbeid. Die afspraken omvatten een langere periode dan die van de traditionele CAO's.

Westerlaken heeft met zijn nieuwe CAO twee doelen voor ogen. In de eerste plaats wil hij de vakbeweging een andere rol toedichten dan die van “loonmachine met enige franje”. “We hebben ons de laatste jaren te veel gefixeerd op de materiële kant van het verhaal”, zei hij. De vakbeweging, en zeker de christelijke, moet de maatschappij meer bieden dan alleen de directe belangenbeharting. Zij moet, zo betoogde Westerlaken die zaterdag H. Hofstede opvolgt als CNV-voorzitter, verantwoordelijkheid dragen voor de samenleving als geheel.

Het tweede doel van de christelijke vakcentrale om de werkingssfeer van de CAO's te vergroten is om de overheid de wind uit de zeilen te nemen. Westerlaken vindt in weerwil van pleidooien van politici voor herstel van het primaat van de politiek, dat de rol van de overheid veel te groot is geworden. Die rol zou teruggebracht moeten worden tot een aantal “authentieke taken”: een beschermende taak (handhaving openbare orde, buitenlands beleid en defensie), een regelende taak (onder meer wetgeving inzake het economisch verkeer) en een bouwende taak (onderwijs, infrastructuur, industriepolitiek en cultuur).