Bruggehoofd voor vrede in Joegoslavië; Vredesactivisten uit Joegoslavië willen principieel geen asiel

AMSTERDAM, 16 JUNI. In de Amsterdamse huiskamer van de Kroatische Nives Rebernak (40) is de chaos permanent. Telefoons rinkelen, discussiërende mensen lopen in en uit. De muren zijn volbehangen met posters tegen de oorlog in Kroatië en Bosnië. “Alles in mijn leven is op dit moment voormalig: Joegoslavië, mijn woning, mijn privacy”, zegt ze.

Rebernak richtte samen met een aantal anderen in oktober 1991 Mi Za Mir ("Wij voor Vrede') op, een vredesbeweging van Kroaten, Serviërs en moslims. De organisatie telt nu ruim 150 leden, onder wie honderd vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië. De leden van Mi Za Mir weigeren principieel om asiel aan te vragen. “Als leden van een vredesbeweging is het belangrijk om samen te blijven en niet verspreid te worden over het hele land”, stelt Rebernak. “Bovendien willen we aangeven dat we hier tijdelijk zijn.” Het gevolg van deze houding is wel dat de groep nauwelijks financiële steun van de Nederlandse overheid ontvangt. De meesten wonen in kraakpanden en leven op het bestaansminimum.

De leden van Mi Za Mir - voor een groot deel dienstweigeraars en deserteurs - staan geregisteerd bij het ministerie van justitie. Sommigen worden formeel met uitzetting bedreigd maar in de praktijk wordt de hele groep vooralsnog gedoogd. Nergens anders in Europa bestaat tot dusver een dergelijke gemengde vredesorganisatie. Vandaar dat Mi Za Mir vanuit Amsterdam fungeert als bruggehoofd voor de diverse vredesbewegingen in het voormalige Joegoslavië.

In januari organiseerde Mi Za Mir een discussie tussen vertegenwoordigers van vredesbewegingen in Kroatië, Servië en Slovenië. Daartoe werd een live-radiobrug gevormd tussen steden die als gevolg van de oorlog niet meer met elkaar kunnen communiceren. Een lid van Mi Za mir gaf onlangs vanuit Amsterdam per telefoon informatie over de oorlog in Bosnië door, die live door het nog van tijd tot tijd functionerende radiostation van Sarajevo is uitgezonden. Mi Za Mir coördineerde per fax en telefoon ook de vredesdemonstraties die vorige maand tegelijkertijd in Belgrado, Zagreb, Pancevo (Vojvodina), Skopje, Ljubljana en Amsterdam zijn gehouden.

Mi Za Mir voorziet vredesactivisten in het oorlogsgebied waar mogelijk van actuele informatie. Dat is belangrijk, niet alleen omdat de verbindingen tussen Kroatië, Bosnië en Servië grotendeels zijn verbroken, maar ook door de repressie van de objectieve media. Toch zijn er volgens de Kroatische Serviër Slobodan Jokic (27) “nog steeds journalisten die zich in deze hel neutraal opstellen en die we af en toe opbellen om ze moreel te ondersteunen”.

Jokic is een afgestudeerde politicoloog die vorig jaar naar Nederland vluchtte. Volgens de Serviër is het in de huidige oorlogssituatie vrijwel onmogelijk om ter plaatse nog vredesactiviteiten te ontplooien. “Mijn voormalige woonplaats Zadar in Kroatië wordt al sinds september onophoudelijk gebombardeerd. Er is geen drinkwater meer en geen elektriciteit. Hoe kan een vredesbeweging dan functioneren?” Vredesactivisten lopen ook anderszins gevaar. Onlangs organiseerden inwoners van de vooral door Hongaren bewoonde steden Ada en Senta in de provincie Vojvodina een referendum over de oorlog. Nog voordat het referendum kon worden gehouden werden volgens de 28-jarige uit Vojvodina afkomstige Serviër Zoran Kusmanovic de organisatoren opgepakt en onmiddellijk naar het front gestuurd. “Ook in Belgrado hebben ware razzia's plaats om soldaten te recruteren, zelfs in restaurants.”Wie denkt dat de oorlog in het voormalige Joegoslavië in de nabije toekomst zal luwen, heeft volgens Nives Rebernak niets van de situatie ter plaatse begrepen. “We hebben precies voorspeld wanneer het in Sarajavo zou losbarsten”, zegt ze. “We schatten dat binnen drie weken de opstand in Kosovo uitbreekt, wellicht gevolgd door een burgeroorlog in Servië zelf.” Van de afgelopen week in Belgrado door de Servische orthodoxe kerk georganiseerde anti-oorlogsdemonstratie hebben de leden van Mi Za Mir geen hoge pet op. “De patriarch stond vorige maand nog pontificaal achter Milosevic”, zegt Zoran Kusmanovic.

Voor de leden van Mi Za Mir zijn hun vredesactiviteiten bijna een manier van leven geworden. “Het is een groepsproces”, zegt Nives Rebernak. “Als hier een Kroaat en een Serviër samen de afwas doen heeft dat ook met vrede te maken.” Regelmatig houden de bij Mi Za Mir aangesloten vluchtelingen rondetafel gesprekken. “We fungeren als elkaars spiegels”, stelt Slobodan Jokic. “We leren om onze emoties op een positieve manier te uiten.” Dat laatste is bij veel recent aangekomen vluchtelingen niet het geval. Steeds vaker hebben vechtpartijen plaats in de diverse asielzoekerscentra. Onlangs vlogen Albanezen uit Kosovo, Serviërs en Kroaten elkaar in een asielzoekerscentrum bij Utrecht in de haren. Mi Za Mir stuurde een Amerikaanse trainer in geweldloze weerbaarheid, vergezeld van een Serviër en een Kroaat. Gedrieën wisten zij de gemoederen weer tot bedaren te brengen.

In principe kan iedere vluchteling zich bij Mi Za Mir aansluiten, mits hij of zij zich actief voor de vrede inzet en zich van politieke activiteiten onthoudt. Twee leden werden onlangs “wegens hun nationalistische standpunten” geschorst. Nieuwkomers, onder wie steeds meer Bosniërs, wordt geleerd openlijk voor hun etnische afkomst uit te komen, iets dat in het oorlogsgebied om begrijpelijke redenen not done is. “We moeten het beeld doorbreken dat het om een etnische oorlog gaat”, zegt Nives Rebernak. “Het is veel meer een oorlog die gevoerd wordt door mensen die onderdrukt en misleid worden door politici.” Dat een gemengde organisatie als Mi Za Mir alleen in Nederland bestaat, is volgens Slobodan Jokic geen toeval. “Velen van ons kwamen hier al tijdens vakanties. Wij kennen Nederland als een land met een grote tolerantie. Vandaar dat veel intellectuelen juist hier hun toevlucht hebben gezocht.” Nives Rebernak: “Jullie zijn gewend om groepsgewijs beslissingen te nemen maar wij weten niets van democratie. Het betekent voor ons heel veel om dagelijks met Serviërs, Kroaten en moslims aan tafel te zitten en naar elkaar te luisteren. Al vind ik het nog steeds moeilijk te aanvaarden dat we de wereld niet kunnen veranderen.”

Foto: Douaniers controleren Joegoslaven die aankomen op het vliegveld Beek in Limburg. Mensen zonder retourticket of geld worden teruggestuurd (Foto NRC Handelsblad/ Rien Zilvold)