Beleggen volgens het boekje (3)

Een serieuze belegger springt niet zo maar in de beursvijver, maar zet de zaken eerst op een rijtje: bekijkt zijn totale vermogen, bepaalt dan wat er belegd moet worden, bepaalt wat hij wil bereiken met die belegging, selecteert verschillende vormen om het doel te bereiken en maakt dan een definitieve keuze - of juist niet als de tijd niet rijp is - na bestudering van de voor- en nadelen die aan een beleggings kleven. Over die procedure ging Beurszaken in de krant van woensdag 10 juni.

Ervaren beleggers gaan niet voor iedere beslissing achter hun bureau zitten om uit te dokteren wat ze zullen gaan doen. Ze doen dat op gevoel. In hun hoofd hebben ze de meest gebruikte vormen van belegging gerangschikt van eenvoudig naar moeilijk te begrijpen, risicoloos naar risicovol, weinig tijd vragend naar tijdrovend, rustig naar vol emoties, enzovoort.

De verschillende soorten beleggingen vormen een soort ladder: op de onderste sport met de spaarvormen kan je niets gebeuren en vanaf de bovenste trede, waar ook een Van Gogh van 24 miljoen gulden thuishoort, kan je heel diep en heel pijnlijk vallen. Tussen die sporten zitten allerlei tussenstapjes en treedjes voor liefhebbers, kenners en fijnproevers.

Welke hoofdtreden heeft een ladder? Van onder naar boven deze: 1. spaarrekeningen 2. obligaties Nederlandse Staat 3. in aandelen converteerbare obligaties 4. beleggingsfondsen in aandelen 5. aandelen 6. aandelen in combinatie met geschreven call-opties 7. opties op aandelen en andere waarden 8. warrants op aandelen en andere waarden 9. kortlopende claims en andere rechten 10. termijncontracten Er zijn nog andere lijstjes te maken: met beleggen in kunst, antiek, auto's en dergelijke of in edele metalen als goud en zilver, vreemde valuta, levensverzekeringen op basis van aandelen en onroerend goed. Ook de volgorde is ten dele een kwestie van persoonlijke smaak. De Financiële Termijnmarkt in Amsterdam vindt haar producten (op nummer 10) van een schone eenvoud en ziet deze liever op sport 2. Dat zij zo.

Beleggers kunnen afhankelijk van hun ervaringen een keus maken uit het aanbod. Op de sporten 7, 8, 9 en 10 staan vormen met een meestal korte looptijd, die je goed moet begrijpen om succes te hebben. Op 1,2,3,4 en 5 staan beleggingen met een lange of onbeperkte looptijd. Daarmee kan je nog eens poosje verkeerd zitten zonder dat het direct tot verliezen leidt.

Een ladder met tien sporten is natuurlijk een grove verdeling van het totale aanbod aan producten. Kijk maar eens naar de vele spaarvormen. Je kan kiezen uit verschillende looptijden, opname mogelijkheden en inleg-drempels. Ook verschillende vreemde valuta. De obligaties kunnen onderverdeeld worden in laag- en hoogrentende, bedrijfsobligaties, premie-obligaties en dergelijke. De aandelen in internationals, hoofdfondsen, die van de officiële markt en de parallelmarkt.

Wie voor zichzelf of met anderen in een beleggingstudieclub (een nuttig studie-doel) de ladder verder wil onderverdelen construeert een handig hulpmiddel.Die sub-klassering gaat uit van kenmerken als koers- , opbrengst- en wisselkoersrisico, rendement, kosten, tijd nodig voor beheer, vereiste visie, timing en looptijd.

Er is nog een ander punt waar je op moet letten. Het lukraak kopen van aandelen, obligaties, opties en andere waarden leidt niet zelden tot een portefeuille die nergens op lijkt. De samenhang ontbreekt.

Het doel van de belegging moet de samenstelling van de portefeuille bepalen, tenzij dat doel heel simpel is. Wie voor een periode van 5 jaar obligaties met een lage rente wil kopen, en een hoog onbelast aflossingsdeel, moet gewoon obligaties kopen en verder niet ingewikkeld doen. Ben je niet ter zake kundig en wil je toch profiteren van bepaalde voordelen, zoek dan het meest geschikte (obligatie)beleggingsfonds, want die houden de portefeuille voor je bij.

Grote portefeuilles die aan meer dan een doel moeten voldoen (groei, hoog inkomen, niet te veel risico) eisen een bepaalde mix van waarden. Dan betrek je misschien alle sporten van de ladder in de samenstelling. Om dat goed te doen, heb je hulp van een ervaren belegger of van de bank of commissionair nodig. Een goede opzet is het halve werk.