Becht: "Naast kunst van Mondriaan ook dans, film, typografie'

DEN HAAG, 16 JUNI. Kunstverzamelaar Frits Becht wil er opnieuw geen braderie van maken. Dat wilde hij bij de Van Gogh- en Rembrandt- exposities die hij organiseerde ook niet. De tentoonstelling van het werk van Piet Mondriaan -of Mondrian, zoals hij zichzelf later noemde- zal worden omgord door een reeks andere manifestaties die aan hem worden opgedragen. “Maar het moet van niveau zijn,” zegt Becht.

Op 1 februari 1994, precies vijftig jaar nadat hij in New York overleed, opent het Haags Gemeentemuseum de grootste tentoonstelling die ooit aan de schilder en theoreticus is gewijd. De voorbereidingskosten worden mede gefinancierd uit de rente van een fonds van drie miljoen, de erfenis van de grote Van Gogh-expositie in 1990.

“Er komt een aantal nevenactiviteiten, die in de sfeer en belevingswereld van Mondriaan liggen,” zegt Becht. “Daarbij moet gedacht worden aan typografie, vormgeving en architectuur. We zijn ook in gesprek met het Nederlands Danstheater. Mondriaan hield erg van dans, deed het ook zelf. Je zou kunnen denken aan choreografieën van Kylian en Van Manen, bijvoorbeeld. Maar dat zijn ideeën die in de loop van de komende twee jaar moeten groeien. Mondriaan was ook gek op tekenfilms. Misschien kunnen we daar iets mee.”

Net als bij de Van Gogh-tentoonstelling zal ook op andere plaatsen in het land "iets' worden gedaan. In zijn geboorteplaats Amersfoort, in Domburg, waar hij zijn contacten met Jan Toorop had, maar wellicht ook in Breda, waar in 1994 een grote foto-tentoonstelling wordt gehouden. “Het zou kunnen dat we daar aan deelnemen. Er is ongelooflijk veel fotowerk over Mondriaan.”

Becht wil ook een poging doen de Franse cineast Jean-Luc Godard een film over Mondriaan en zijn werk te laten maken. Daarnaast zal er veel werk worden gemaakt van de catalogus. “Die willen we net als de Van Gogh-catalogus in Italië laten drukken. Dat is het snelst en het goedkoopst. Alle werken komen er in kleur in. Vooralsnog gaan we uit van vijf taalversies: Engels, Frans, Nederlands, Italiaans en Spaans. We zijn nog in gesprek over Duits en Japans. Die catalogus mag niet meer dan honderd gulden kosten. Daarnaast wordt een oeuvre-catalogus gemaakt, waarin een compleet en uiterst gedocumenteerd overzicht van leven en werk te vinden is. “We zoeken ook nog iets leuks voor kinderen. Met Mondriaan moet iets goeds te doen zijn. Probleem is alleen op welke leeftijdsgroep je je richt. Voor een kind van vijf moet je iets anders doen dan voor een kind van vijftien,” zegt Becht.

Voorlopig zal de Stichting Cadre, de "werktank' achter het project bezig zijn de vijftig schilderijen en honderdvijftig tekeningen bijeen te krijgen. “Van wat er in Nederland is heeft het Haags Gemeentemuseum globaal de tweederde in zijn bezit. De lacunes zitten in de jaren dertig -hij woonde tot 1938 in Parijs- en zijn laatste "New Yorkse' jaren. Vandaar ook die tentoonstelling in Washington. Dat werk kun je alleen hierheen krijgen als je er wat tegenover stelt.”

Becht gaat uit van 400.000 bezoekers. “Dat is een veilig uitgangspunt. Het aantal zou kunnen oplopen tot maximaal 800.000. Dan zit je vol met je bezoekers-blokken. Je kunt bij Mondriaan -veel minder nog dan bij Van Gogh- niet met je neus op een schilderij gaan staan. Maar bij Van Gogh gingen we uit van 600.000 bezoekers,” zegt Becht. “Dat zijn er 1,25 miljoen geworden.”