Analyse toont verschil in uitingen RaRa aan

NIJMEGEN, 16 JUNI. Degenen die vorig jaar november bomaanslagen pleegden op het huis van staatssecretaris Kosto (justitie) en het ministerie van binnenlandse zaken zijn niet de mensen die namens de actiegroep RaRa schriftelijk die aanslagen hebben opgeëist.

Dit concluderen onderzoekers van de Katholieke Universiteit van Nijmegen na een analyse van het Kommunikee dat na de aanslag werd uitgegeven door RaRa (Radikale Anti-Racistiese Actie) en een zelf opgesteld interview dat in juni vorig jaar in het linkse tijdschrift Konfrontatie verscheen.

Het Kommunikee heeft volgens de onderzoekers een zeer rationele structuur. Zouden de opstellers daarvan ook zelf de bom hebben gelegd dan “zouden ze een meer plausibele legitimatie” voor hun handelen hebben gegeven, aldus onderzoeker drs. L. Wecke. Volgens hem lag het kommunikee over het vluchtelingenvraagstuk al klaar en is later besloten bommen te plaatsen.

Wecke meent ook dat de opstellers van het interview en die van de persverklaring niet identiek zijn. Opvallend verschil is wat Wecke de onderbroekelol noemt in het Kommunikee waarin gesproken wordt over “exploderende toiletpotten” en de serieuze toon van het vraaggesprek.

RaRa is volgens de onderzoekers niet geheel overtuigd van de eigen onfeilbaarheid. “De RaRa-auteurs zijn minder stellig in hun beweringen dan de ingezonden-stukkenschrijvers in de Volkskrant.”

Met de analyse van de teksten is niet beoogd een profiel van de auteurs te kunnen schetsen omdat, zo zegt Wecke, “we geen boeven willen vangen”. Desgevraagd zegt Wecke echter dat hij wel de indruk heeft dat de RaRa-auteurs “geletterde mensen, academici moeten zijn. Eerder sociale wetenschappers dan natuurkundigen en niet slechts malle, gesjeesde studenten zoals wel wordt gesuggereerd”.