Zwakke score van Nederlandse roeiers in Rotsee Regatta; Machtige sprint olympische vier

LUZERN, 15 JUNI. Achterstand is een betrekkelijk begrip voor Niels van der Zwan, roeier uit de Nederlandse olympische vier zonder stuurman. “Het viel best mee”, zei hij droog over de bijna hopeloze vijfde plaats, die zijn ploeg op 500 meter voor de finish in de finale van de Rotsee Regatta bezette. Op dat moment begon de lange Nederlandse eindsprint. Eerst verdrong de vier twee Duitse ploegen, daarna haalde Van der Zwan en de zijnen de Amerikaanse nationale vier in. De Australische wereldkampioenen wisten wel uit de greep van Oranje te blijven, zij het met een magere voorsprong van achttienhonderdste seconde.

De Rotsee Regatta is de grootste en belangrijkste roeiwedstrijd voor de Olympische Spelen. De Nederlandse equipe was met alle zeven boten ter plaatse, maar hun olympische vuur flakkerde onregelmatig. Vier ploegen misten zelfs de finale. “Als je naar een wedstrijd gaat moet je wel je best doen”, bromde Van der Zwan met Rotsee-zilver om de stevige nek bestraffend. “Anders heb je er mentaal meer aan gewoon thuis te blijven.”

Bondscoach René Mijnders sprak van “minieme wedstrijdvoorbereiding”. Hij geeft, nu de selectie voor Barcelona achter de rug is, de voorkeur aan een “gestandaardiseerde basistraining”, zonder een trainingspiek voor de Rotsee Regatta. Dat is gevaarlijk spel, zeker omdat veel landen in Luzern wel op scherp hun selectieraces varen. “Wij hebben het NOC al gewaarschuwd dat ze zouden schrikken van de resultaten in Luzern”, meldde bondsbestuurder Sipke Castelein rustig.

Geheel hopeloos was de Nederlandse score niet. Aan het zilver van de vier zonder werden nog twee medailles toegevoegd. Nico Rienks, Rotsee-winnaar in 1990 en houder van het baanrecord, roeide zich met partner Henk Jan Zwolle eenvoudig de finale in. De wereldkampioenen in de dubbeltwee struikelden daar over het agressieve Duitse koppel Handle en Uhrig. Halfweg reageerden Rienks en Zwolle nauwelijks op de aanval van hun voor de Spelen belangrijkste tegenstanders. De Duitsers ontsnapten met goud, het Australische duo Antonie en Hawkins met zilver. Het brons kon Rienks niet verontrusten: “Dit doet geen pijn”, merkte de olympisch kampioen ontspannen op. “Met een beetje extra motivatie op de Spelen is dat gat te dichten.”

Ook brons was er voor de vrouwen dubbelvier, achter Duitsland en Rusland. Een uitstekende prestatie, want de ploeg roeide zonder Marjan Pentenga, die normaal aan boord de commando's geeft. De ervaren Pentenga kampt met een licht geïrriteerde ribspier. Vorige week werd op een trainingskamp nog laconiek dubbeldrie geroeid, maar in Luzern werden de krachten van de reserve Irene Eys benut. De ploeg handhaafde moeiteloos haar olympische vorm.

Het internationale geweld werd wel de mannen dubbelvier te veel. De ploeg sneuvelde in de halve finales en moest gisteren al vroeg uit de veren voor het roeien van hun kleine finale. Daar werd de vier, medaillekandidaat voor Barcelona, nog eens verslagen door Australië. Coach Jan Klerks erkende dat het team met problemen kampt. “Na de kwalificatie in Essen hebben we twee weken onze boot gemist voor reparatie. Ik had niet verwacht dat dat zoveel moeilijkheden zou opleveren. In de topsport ontglipt je dan gauw een bepaald stuk verworvenheid. Je komt terecht in een grauw gebied waar je geen vat op hebt.” Zijn roeier Ronald Florijn verhaalde van problemen met de afstelling van de boot en een gemis aan scherpte. “Maar we hadden toch minstens die finale moeten halen”, aldus de olympische kampioen. “We zijn goed met de training bezig, misschien te goed. We hebben als ploeg alles voor elkaar over.”

De jonge Nederlandse twee zonder stuurman Compagner en Van Iwaarden werd eveneens naar de kleine finale verwezen, maar won daar overtuigend. Van Iwaarden: “We hebben het vertrouwen dat ze in Barcelona rekening met ons moeten houden.” Dieper was de val van de vrouwen dubbeltwee. “Het is moeilijk de concentratie te vinden”, zei Rita de Jong. “Plus nog eens die stomme fout van José in de halve finale. Zij liet een slag te vroeg lopen.” Uitgeblust bleef de ploeg vervolgens steken op een broodmagere elfde plaats.

Olympisch skiffeur Frans Göbel, voormalig wereldkampioen in de lichte skiff, kampt met moeilijkheden in het zwaar bezette skiffveld. “Mijn eindsprint is het probleem”, zei de oude meester over de gemiste finale. “Het zware roeien is een andere wereld”, meldde hij tegen zijn gewoonte in. “In het lichte veld kon ik een vlakke race varen. Hier gooit iedereen zijn kilo's nog eens in de eindsprint en komen ze me voorbij. Het wordt een vicieuze cirkel. Ik ga denken dat ik het niet meer kan. Ik moet me niet laten imponeren door alle die grote lijven.” Göbel zal zich nog anderhalve week aan krachttraining wijden. “Als ik de eindsprint kan verbeteren zitten er vijf, zes plaatsen winst in. Het is een compact veld.”

Göbels troonopvolger in het lichte roeien, Pepijn Aardewijn, voer op de kristalheldere Rotsee een indrukwekkende race. Als enige Nederlander nam hij op het ereponton een zware gouden medaille in ontvangst.