Wouda 'n ongekend zwemtalent, tegen de stroom in

AMERSFOORT, 15 JUNI. In Los Angeles waren het er 16, in Seoul nog 12. In Barcelona zal Nederland maar met 9 zwemmers - 8 vrouwen, 1 man - vertegenwoordigd zijn. Hooguit met 11 als het Nederlands Olympisch Comité genade voor recht laat gelden. De neergang van het nationale zwemmen in nuchtere cijfers.

Bij de olympische selectiewedstrijden in Amersfoort haalden afgelopen weekeinde maar vier zwemmers de limieten voor individuele nummers. Van de twee zwemsters die tevoren waren genomineerd op basis van hun prestaties bij de laatste wereldkampioenschappen en de EK, Karin Brienesse en Inge de Bruijn, overtuigde alleen Brienesse met scherpe tijden op de 100 meter vrije slag (56.03) en de 100 meter vlinderslag (1.00.68).

De Bruijn kwalificeerde zich weliswaar op de 50 meter vrije slag voor Barcelona (26.03). Maar op de 100 meter vlinderslag, toch háár nummer waarop ze vorig jaar bij de EK in Athene nog zilver won, bleef ze achter Brienesse en boven de limiet. Daardoor viel ze ook buiten de 4 x 100 meter wisselslagploeg, waarmee ze in Athene brons veroverde. Dat viertal zal nu in Spanje bestaan uit Karin Brienesse, Linda Moes, Mildred Muis en Ellen Elzerman.

De Bruijn verloor ook haar plaats in de estafetteploeg op de 4 x 100 meter vrije slag, waarmee ze vorig jaar bij de WK in Perth nog brons won en in Athene goud. Op de 100 meter vrije slag arriveerde ze als vijfde. Achter Karin Brienesse, Mildred Muis, Marianne Muis en Diana van der Plaats, die alle vier onder de 57 seconden bleven. De 56.39 van Mildred Muis was goed genoeg om in Barcelona niet alleen te mogen uitkomen bij de estafette maar ook op het persoonlijke onderdeel.

De enige man die de limiet wist te halen, was al vrijdagavond Marcel Wouda, de 20-jarige Brabander die met steun van zijn persoonlijke trainer Rob Kennis het laatste anderhalf jaar spectaculaire vooruitgang heeft geboekt. Om zich op de 400 meter wisselslag te plaatsen voor Barcelona moest hij zijn eigen Nederlands record met bijna vier seconden verbeteren, een ondoenlijke opgaaf die hij bijna achteloos volbracht. Nadat Wouda zich vrijdagavond onmogelijk aan een vreugdefeest thuis had kunnen onttrekken, zelfs een glas champagne had genuttigd, verpulverde hij zaterdag en gisteren ook nog eens zijn persoonlijke records op de 200 meter vrije slag en de 200 meter wisselslag. Een ongekend talent, tegen de stroom in, dat Barcelona beschouwt als niet meer dan een aanloop naar de Spelen van Atlanta in 1996.

Wouda is gewend alles alleen te doen. Twaalfhonderd kilometer per week moest hij afgelopen jaar heen en weer crossen tussen de zwembaden van Eindhoven, Uden en Nijmegen om aan “voldoende zwemwater te komen”. In zijn eentje moest hij baantjes trekken, in het krachthonk met elastieken trainen. Zonder tegenstand in eigen land. Toch zou hij het op prijs stellen als hij in de aanloop naar de Spelen niet de enige man was tussen acht meiden. Hij zou graag mannelijk gezelschap krijgen. Liefst van oude ervaren rotten.

Dat is één van de redenen dat de zwembond (KNZB) het NOC verzocht heeft nog twee mannen aan te wijzen voor Barcelona, Martin van der Spoel en Casper van Dam, ook al hebben ze niet aan de limieten voldaan. Van der Spoel verbeterde afgelopen weekeinde drie nationale records, maar alleen op de wisselslag benaderde hij de limiet op 0.26 seconde.

Formeel heeft het verzoek om erbarmen geen enkele kans. In het verleden hanteerde de zwembond richttijden bij de kwalificatie voor Spelen. Zwemmers die daar net boven bleven werden als vanzelf "bespreekgeval'. Maar juist om oeverloze discussies te vermijden is bij de voorbereiding voor Barcelona van deze traditie afgeweken. Het NOC gaf de zwemmers bij voorbaat een marge. Zou aanvankelijk de achtste tijd op de wereldranglijst van 1991 als richtsnoer gelden, werd die scheidslijn naar de tiende tijd verschoven. Maar voor het eerst in de historie moest die limiet dan wel tijdens speciale selectiewedstrijden worden gezwommen. En er zou niet worden gemarchandeerd.

Toch beloofde André Bolhuis, chef de mission van de olympische ploeg, gisteren dat hij zich sterk zou maken voor afvaardiging van de twee zwemmers. Voor het NOC, kampend met aandrang van de Spaanse organisatie om de afvaardiging te beperken, was het aantal van negen zwemmers dat naar Barcelona zou meegaan, toch al een meevaller, net zoals het voor de zwembond een tegenvaller was. Beide hadden op 14 zwemmers gerekend. Ron Dekker, houder van zes nationale records, ooit nog even aanvoerder van de wereldranglijst op de 100 meter schoolslag, was bij zulke calculaties automatisch inbegrepen. Een geheide olympiaganger.

Maar Dekker, die in Barcelona afscheid had willen nemen, bleef op zijn favoriete onderdeel bijna een seconde boven de limiet. Zijn tijd was zelfs niet voldoende om een olympische estafetteploeg voor de 4 x 100 meter wisselslag te kunnen formeren. Het einde van een traditie, want al zat het Nederlandse mannenzwemmen nog zo in het slop, de uitzending van een wisselslagploeg kon er altijd wel af.

De malaise van het Nederlandse zwemmen kan niet eens worden verklaard door stormachtige ontwikkelingen in het buitenland. Internationaal stagneren de prestaties bij de vrouwen. Bij de mannen wordt alleen nog maar lichte vooruitgang geboekt. Stilstand als signaal van crisis in de zwemsport.

Atletiek en zwemmen worden vaak de moeders van de sport genoemd. Maar moeder Zwemmen moet het in de concurrentieslag om sporters en sponsors steeds sterker afleggen tegen bevallige dochters met meer glamour en sexappeal. De zwemsport heeft nu eenmaal als nadeel dat ze onder water wordt beoefend, en dan nog wel in zompige zwembaden die galmen als het laatste oordeel. De vaak aantrekkelijk gebouwde beoefenaren plegen hun uiterlijk te verminken met carnavaleske waterbrillen en badmutsen, die de truttigheid van de jaren vijftig nooit te boven gekomen zijn.

Voordat Ton van Klooster ruim drie jaar geleden aantrad als bondscoach heeft hij een aantal eisen gesteld omdat hij anders niet kon werken. Zo werd hij de tweede fulltime trainer in de historie van de zwembond. Hij stelde deelname van de selectie aan grote wedstrijden veilig. Hij arrangeerde een groot zwemtechnisch onderzoek. Maar na dat eerste jaar van uitbouw heeft hij alleen maar moeten inleveren, constateert Van Klooster. “Elke verandering is een bezuiniging geweest.”

Drie jaar geleden heeft hij becijferd dat er tot aan Barcelona vier miljoen gulden nodig was om alle topsectoren van de zwemsport - van jeugd tot selectie - optimaal te bedienen. Hij heeft nog niet eens de helft tot zijn beschikking gehad: 500.000 gulden per jaar, inclusief bijdragen van het NOC. Minder dan het jaarbudget van een voetbalclub uit de eerste divisie. De nood is inmiddels zo hoog gestegen dat de steun aan bepaalde groepen sporters gestaakt zal moeten worden, voorziet Van Klooster.

Van Kloosters stokpaard: die prachtige zwemsport moet zich beter verkopen. Durven experimenteren met nieuwe wedstrijdvormen. Voor de Nederlandse afvaardiging naar Barcelona komen nieuwe impulsen in elk geval te laat.

Foto: Inge de Bruijn zwemt in Barcelona alleen de 50 meter vrije slag. (foto NRC Handelsblad/Maurice Boyer)