VVD wil meer informatie over Hollandia Kloos hebben

DEN HAAG, 15 JUNI. De VVD-fractie in de Tweede Kamer wil alsnog van minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) weten of Hollandia Kloos, het familiebedrijf van premier Lubbers, reglementair met andere ondernemingen heeft geconcurreerd bij de gunning van vier vervolgorders voor verkeersbruggen in Indonesië.

Bij deze orders, verleend tussen 1982 en 1992, week het ministerie voor ontwikkelingssamenwerking af van haar hoofdregel dat aan de gunning van dergelijke orders een openbare aanbesteding vooraf moet gaan. De minister antwoordde op eerdere vragen van de VVD dat via een alternatieve procedure (een door de Indonesische autoriteiten uitgevoerde internationale prijsvergelijking) op “aanvaardbare” wijze was voldaan aan het beginsel van vrije concurrentie. Met de vier vervolgopdrachten was 130 miljoen gulden overheidsgeld gemoeid (111 miljoen van Ontwikkelingssamenwerking, de rest van Economische Zaken).

In nieuwe schriftelijke vragen willen de VVD-Kamerleden Terpstra en Weisglas weten wat het resultaat was van de door Indonesië uitgevoerde internationale prijsvergelijkingen. Zij wijzen op een vorig jaar door het ministerie ingewonnen advies van het Nederlands Economisch Instituut. Dat instituut suggereerde het departement toen bij een mogelijke nieuwe Hollandia Kloos-leverantie aan Indonesië alsnog een openbare aanbestedingsprocedure te verrichten. Terpstra en Weisglas vragen of het NEI betwijfelde dat Hollandia Kloos bij de voorgaande orders inderdaad de goedkoopste leverancier was. Ook willen ze weten waarom het ministerie het NEI-advies niet meteen heeft opgevolgd; eind vorig jaar werd Hollandia Kloos nog een order gegund zonder dat er een openbare aanbestedingsprocedure plaats had. De VVD-Kamerleden verwijzen eveneens naar het in 1990 door Pronk gepubliceerde repport "Hulp of Handel?', dat meldde dat in Indonesië twee lokale leveranciers bestaan die bruggen van dezelfde kwaliteit kunnen bouwen voor ene prijs die twintig tot vijfentwintig procent lager ligt. Ze vragen waarom niet voor deze leveranciers is gekozen.