Wennen aan gasmarkt

Noodkreet van het bedrijfsleven: volgend jaar, en wellicht ook de jaren daarna zit een deel van de grote ondernemingen zonder industrieel gas. Er is bij de Gasunie begin dit jaar zoveel van dit zogeheten hoogcalorische gas ingekocht, dat sommige bedrijven het nakijken hebben. Zij zullen de boer op moeten gaan om elders het noodzakelijke gas duur in te kopen. Dat is reden voor een oproep van de brancheorganisatie van grootgebruikers VEMW (Vereniging voor Energie, Milieu en Water) aan de Tweede Kamer om minister Brinkhorst van Economische Zaken te vragen in te grijpen. Consumenten hoeven zich overigens geen zorgen te maken, want die gebruiken een andere soort gas.

Het is treffend dat het pleidooi van het grote bedrijfsleven voor liberalisering en marktwerking soms verstomt zodra de eigen belangen in het geding komen. Een paar handige spelers hebben kennelijk tijdig op grote schaal gas ingekocht in de verwachting dat de prijs duurzaam zou stijgen. Andere bedrijven, waaronder DSM en Nuon, maken zich nu zorgen. Terecht, maar in elke andere zakelijke discussie zou hun zijn verweten dat ze simpelweg hebben zitten slapen. Moet er plotseling een minister aan te pas komen om de zaken recht te zetten?

Gas voor de industrie is altijd te koop, en sinds een paar jaar zijn op de geliberaliseerde markt ook in Nederland leveringscontracten verhandelbaar. Er zijn in Europa meer van dergelijke markten, waarvan de Britse National Balancing Point de grootste is. In de Verenigde Staten is de markt, de zogenoemde ‘Henry Hub’, het meest volwassen. Geen grootverbruiker hoeft dus zonder gas te zitten – als er maar genoeg wordt betaald.

De veranderde situatie zal voor het Nederlandse bedrijfsleven, dat de vriendelijkste gasprijzen van alle grote Europese landen betaalde, wellicht wennen zijn. De nieuwe gasmarkt is nog niet getest onder extreme omstandigheden. Die omstandigheden bestaan nu, want 2006 kent records voor de energieprijzen en de leveringszekerheid is mede door het Russische kat-en-muisspel met Oekraïne aangetast. Dat heeft zijn weerslag op de gasmarkt, waar de beweging in volle gang is om de prijs niet langer te koppelen aan olie, maar in plaats daarvan een eigen leven te laten leiden.

De vraag moet dus zijn of de relatief jonge vrije gasmarkt in Europa, ook in Nederland, al voldoende functioneert. Mocht het zo zijn dat één of enkele partijen in staat zijn geweest de markt in hun greep te krijgen (te corneren, zoals dat heet) en de prijs op te drijven, dan is het een goed idee om dit te onderzoeken. Blijkt dat niet het geval, dan hebben de bedrijven die nu kritiek leveren zich kennelijk onvoldoende voorbereid op de nieuwe situatie. Dat geeft reden tot klagen, zeker. Maar dan vooral door hun eigen aandeelhouders over de leiding van de onderneming.