Rio uiteen zonder hard bod voor meer hulp

RIO DE JANEIRO, 15 JUNI. De VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro is gisteren afgesloten zonder harde toezeggingen van de rijke landen hun hulp aan ontwikkelingslanden te verhogen.

Verhoging van de hulp is nodig om Agenda 21, het in Rio vastgestelde "actieplan voor duurzame ontwikkeling', te kunnen financieren. De onderhandelingen over het belangrijkste onderdeel van de financiële paragraaf, die werden geleid door de Nederlandse minister voor ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk, hebben dagenlang in een impasse verkeerd, omdat de rijke landen het niet eens konden worden over een verhoging van de hulp tot 0,7 procent van het bruto nationaal produkt (BNP), de norm die de VN twintig jaar geleden hebben vastgesteld.

In het nu bereikte compromis worden de rijke landen onderscheiden naar de inspanning die zij nu leveren. De landen die hebben toegezegd te zullen streven naar "0,7', zoals Japan en Groot-Brittannië, verklaren hun best te doen dat percentage “zo snel mogelijk” te bereiken. Sommige landen, zoals Frankrijk, beloven dit percentage in het jaar 2000 te bereiken. De landen die dat al bereikt hebben - de Noordse landen en Nederland - worden geprezen en aangemoedigd verdere stappen te nemen. De Verenigde Staten hebben de "0,7'-norm nooit erkend. Zij vallen daarom buiten het bereikte akkoord.

Diplomaten in Rio de Janeiro spreken vooralsnog van “een ongedekte cheque”. Volgens een schatting van het UNCED-secretariaat kost uitvoering van Agenda 21 de rijke landen, die nu 55 miljard dollar aan ontwikkelingshulp besteden, 125 miljard dollar per jaar. Wanneer alle rijke landen zich tot de norm van 0,7 zouden verplichten, zou dat een bedrag van 110 miljard dollar per jaar opleveren.

De Nederlandse delegatieleider, minister Hans Alders (VROM) zei gisteren dat niveau “niet voor de eeuwwisseling” te verwachten. “Als het er in 1993 zou zijn, zouden we niet weten hoe we het moesten uitgeven.”