Opheffing dreigt voor mensenrechtenliga Tunesië

TUNIS, 15 JUNI. De Tunesische Liga voor de Mensenrechten, een van de actiefste in het Midden-Oosten, heeft zaterdag besloten zich niet te storen aan de nieuwe wet op de verenigingen en het risico te nemen dat de regering haar ontbindt.

Volgens de nieuwe wet mogen personen die actief zijn in het bestuur van Tunesiës politieke partijen geen bestuursfuncties meer uitoefenen in openbare verenigingen. Dat geldt voor tien van de 23 bestuursleden van de Liga. Voorts hebben verenigingen voortaan de verplichting iedereen als lid toe te laten die de doelstellingen van die verenigingen onderschrijft, tenzij de aanvrager is gestraft met opschorting van zijn burgerrechten. Ballotage is dus in de toekomst verboden, terwijl fundamentalisten, die vaak met het ontzetten uit burgerrechten zijn gestraft, in de praktijk niet meer kunnen toetreden.

Een en ander betekent het einde van de Tunesische Liga voor de Mensenrechten (LTDH), zoals die op dit moment reilt en zeilt, tenzij op het allerlaatste moment nog een modus vivendi met de overheid wordt gevonden. Maar daarop bestaat in Liga-kring weinig hoop.

De Tunesische regering heeft vorige week bij monde van premier Hamed Karoui uitdrukkelijk laten weten dat de wet weliswaar niet is bedoeld om de overheid een stevige greep op de vaak zeer kritisch opererende Liga te verschaffen, maar dat de vereniging zichzelf wel degelijk moet reorganiseren. “Openbare verenigingen moeten openbaar zijn,” aldus de premier. “Zij mogen zich niet laten lenen voor verkapte politieke doelstellingen.”

Gezegd moet worden dat de overheid de wet niet alleen bedacht heeft om de Liga monddood te maken, zoals binnen kringen van de oppositie wordt gesuggereerd. Een ander resultaat van de nieuwe wet is dat de regering een betere greep krijgt op de vele en in Tunesië inmens populaire sportverenigingen. Zoals in veel Arabische landen neemt ook in Tunesië de hartstocht voor het voetbal min of meer gedwongen de plaats in van de hartstocht voor de politiek en niet zelden voor die van de religie. Fundamentalistische bewegingen in de Arabische wereld maken daar graag gebruik van door te proberen sportverenigingen op te richten of in bestaande sportverenigingen hun invloed te vergroten.

Hoe dat zij, de LTDH heeft het de afgelopen twaalf jaar herhaaldelijk met de Tunesische overheid aan de stok gehad. Vooral de arrestatiegolf onder leden van de verboden fundamentalistisch-islamitische organisatie An-Nadha heeft veel kritiek van de Liga gekregen. De Liga heeft gemeld dat gevangenen zijn doodgemarteld, dat aan andere gevangenen rechtshulp is ontzegd en dat de politie bij arrestaties onnodig hardhandig en arbitrair te werk gaat. De regering heeft toegegeven dat bij de arrestatiegolf van vorig jaar inderdaad “excessen zijn voorgekomen”, maar dat de betrokken overheidsdienaren, onder wie de directeur van het Tunesische gevangeniswezen en diverse politie-officieren, zijn ontslagen en, als er aanleiding toe was, door de rechter zijn veroordeeld.

Anderzijds is het in de Liga zelf ook verre van rustig. Nogal wat leden van de LTDH klagen over politisering van de vereniging. Vorig voorjaar brak een ernstige rel toen de voorzitter, dr. Moncef Mazrouki, in het Tunesische weekblad Réalités een felle aanval deed op de Iraakse president Saddam Hussein. Mazrouki noemde Saddams mensenrechtenpolitiek “van een onmenselijke beestachtigheid”. Diverse leden van het Liga-bestuur eisten evrvolgens Mazrouki's aftreden omdat hij “Tunesisch-Arabisch-islamitische solidariteit met Irak” zou hebben doorbroken.

Op dit moment is er slaande ruzie over het standpunt dat sommige bestuursleden innemen inzake de boycot tegen Libië. Dezen aarzelen niet in woord en geschrift de Libische kolonel Gaddafi openlijk “de beul van Libië” te noemen, wiens mensenrechtenpolitiek alleen maar ellende over Tunesiës buren heeft gebracht. Andere bestuursleden vinden ook dit weer een schandelijke doorbreking van de Arabische-islamitische solidariteit, die in deze uren van nieuw gevaar opnieuw alles met de mantel der liefde moet bedekken.

Vandaar dat sommige leden van de liga menen dat van de nieuwe wet constitutioneel weliswaar niets klopt, maar dat dit misschien toch een goede gelegenheid is binnen de eigen gelederen enigszins orde op zaken te stellen. Volgens hen heeft “dit soort interne en op de persoon gespeelde ruzies de geloofwaardigheid van de Liga ernstig verzwakt”.