"Nu zie je wat hier een bloedspoor getrokken is'; Ter Beek op inspectie in Kroatië bij zijn militairen

NOVSKA, 15 JUNI. Opeens dringen vrouwen door het cordon van de Jordaanse veiligheidspolitie en komen het schoollokaaltje binnen. Minister Ter Beek van Defensie wordt daar op de hoogte gebracht van de militaire situatie in Zone West in Kroatië tegen de grens met Bosnië. De vrouwen brengen hem een in cellofaan verpakte granaatscherf waarop in rood koperdraad een levensboom is gevlochten. “Breng ons vrede” vragen ze de Nederlandse bezoeker.

Ter Beek, zelden verlegen om een antwoord, zoekt naar woorden. “Wij steunen de inspanningen van de Verenigde Naties en Nederland draagt daartoe van ganser harte bij”. De vrouwen houden aan. “We vragen om vrede. Kunt u die ons bezorgen”? Na de koffie en eigen gebakken cake gaat majoor Smeets door met zijn situatierapport en trekken de vrouwen zich terug. Ze wachten buiten onder het scheefgezakte dak. Om de paar huizen is een woning volkomen weggevaagd. Daar woonde dan een Serviër. En vlak over de grens dezelfde puinhopen maar dan voormalig bezit van Kroaten.

In de huizen die nog overeind staan zit militie. Aan een bonenstaak op een gevechtskoepel van een oude tank is een kruisbeeld bevestigd. Naast de rupsbanden staan witte lelies. Eind deze week moeten de troepen zich terugtrekken onder leiding van de VN-troepen. De Jordaniërs patrouilleren al een beetje. Aan de andere kant van de grens staan nog batterijen veldartillerie opgesteld. De mortieren kunnen ieder moment opnieuw begonnen. Het Joegoslavische Nationale Leger heeft de Servische soldaten, vrijwilligers en reservisten, in deze grensstreek van veel wapens voorzien en vóór de meeste huizen zitten groepjes militie vrij vroeg aan het bier.

In drie weken moeten de wapens worden ingezameld: te beginnen op 20 juni. De grote gevechtsstukken en tanks moeten op veilige afstand van de grens in depots worden ondergebracht. De strijders dienen terug te keren naar hun dorpen. Maar majoor Smeets van het Nederlandse Verbindingsdetachement, dat alle VN-bataljons van verbindingen voorziet, moet het nog zien gebeuren. “Tientallen jaren hebben de wapens hier op geheime plaatsen gelegen om te gebruiken tegen een externe vijand. Het ongelofelijke geweld van vorig jaar was mogelijk omdat er zoveel wapentuig voor handen was. De haat is sindsdien alleen maar gegroeid. Ik zie die mannen dan niet braaf naar de loketten gaan om hun geweren en mitrailleurs en eigen gemaakte handgranaten in te leveren. Maar we doen ons best.” Ter Beek kijkt rijdend in zijn jeep met VN-vlag naar de puinhopen. “Hier zie je pas echt wat voor een spoor van bloed er is getrokken. De oorlog kan weer oplaaien. Het is goed dat de VN dat wil voorkomen en dat wij daar bij zijn.”

Dit weekend bezoekt hij zeven posten van Nederlandse verbindingseenheden. Met Sarajevo, waar nog zeven Nederlanders achterbleven op het voormalige VN-hoofdkwartier en nu versterking krijgen vanuit hun eigen verbindingsbataljon, heeft hij telefonisch contact. De rest van de 340 Nederlanders stuurt hij per fax een persoonlijke boodschap en iedereen krijgt meer soldij omdat de onkosten in het voormalige Joegoslavië tegenvallen. “Ik ben trots op deze mannen en vrouwen. Het zou goed zijn als Kamerleden en belangenorganisaties eens zouden zien wat hier gepresteerd wordt”. Aan politiek wil hij niet doen. Geen afspraken met lokale leiders. Het ministerie van buitenlandse zaken liep niet warm voor zijn reis omdat er een diplomatiek signaal uit gelezen kon worden. Ter Beek wilde kort na zijn belofte om te komen bij de jongens zijn. “Dat recht heb ik en dan kun je hoog of laag springen, maar dan ga ik ook.”

Stram staan de Nepalese ghurka's in de houding voor de Nederlandse minister. Het exercitieveldje met gravel is de nacht tevoren aangelegd. Ze zijn net een week binnen in de omgeving van Daruvar en krijgen rij-instructies in de oude Oostduitse vrachtwagens die nu voor de VN-taak zijn ingezet. Kroatiërs bedienen zich van Nederlandse drietonners, door Duitse opkopers bij Domeinen gekocht. “Prachtig materieel. Jullie hebben goed onderhoud gepleegd,” zeggen de chauffeurs dankbaar. Op kleine vrachtwagens zijn punt 50 mitrailleurs gemonteerd. Aan weerskanten hebben de Kroatiërs staalplaten gelast. Zo reden ze in december nog schietend door de dorpen met een overwegend Servische bevolking. Nu staan de voertuigen bij het VN-hoofdkwartier. Museumstukken?

De Nederlandse karavaan rijdt door Pakrac. Verwoestte straten. Bomkraters, mijninslagen in de weg, vliegtuigbommen in de zijgevel van het ziekenhuis. Het wordt stil in de bus met bezoekers. Pakrac: 16.000 inwoners. Niemand meer te bekennen. “In zo'n uitgestorven stadje kan je heel gemakkelijk wapens verbergen en munitie opslaan. Dat gebeurt ook. Dat weten we.”, zegt een van de Nederlandse officieren. “Kam zo'n puinhoop maar eens uit.”

Zo'n uitzichtloze taak, levert dat geen spanningen op? Overste W. Martens is als psycholoog met het bataljon meegereisd. Volgens hem vallen de problemen mee. “We hebben een goede voorselectie gemaakt. En hier proberen we moeilijkheden in een vroeg stadium te onderkennen. Veel praten dat helpt. Sport en op tijd een dagje eruit. De toestand in Sarajevo dat was niet misselijk maar een aantal mensen die er zijn geweest willen al weer terug als vrijwilliger.”

Tot nu toe zijn acht militairen naar Nederland teruggestuurd. Zij gebruikten drugs, hielden zich bezig met de koop van wapens of verkoop van goederen.

René Gijselhart is uit Sarajevo gevlucht maar is bereid deze week terug te gaan. “Ik ben niet bang maar je moet wel zinnig werk hebben. Kijk, je gaat voor die mensen en als je je dan schuil moet houden in het hotel dan kan je niets voor die mensen doen. Dan is het zinloos. Als dat weer zo is dan ga ik dus niet.” Op de vraag waarom ze met plezier in Kroatië dienen, hebben de meeste solaten niet direct een antwoord. Drieduizend gulden netto is mooi maar na even aarzelen komen ze ook met een andere reden. Lyanne Paskamp: “Je hebt iets meegemaakt. De problemen in Nederland lijken opeens heel anders, een stuk minder. Waar hebben ze het daar over? Je leert hier veel. Wat de mensen hier overkomt, ik had dit niet willen missen.”