Je hoort in tent op de camping de pittbulls hijgen

GOTHENBURG, 15 JUNI. Op de family-camping van Kärralund, even buiten Gothenburg, kopen Vincent en Dennis een ticket voor Nederland-Duitsland van een Zweed. Als ze zien dat het om een “ongezellige zitplaats” gaat willen ze het stukje papier snel weer van de hand doen. De twee jongens uit Langedijk voeren een levendige handel in toegangsbewijzen. De maatregel van de KNVB om slechts twee kaartjes per persoon te verstrekken hebben ze handig omzeild door “adressen van nichten, neven, vrienden en kennissen op te geven”.

De fraaie camping ligt er vredig bij. Schotten en Nederlanders staan broederlijk naast elkaar en drinken samen bier. Veel supporters hebben in Zweden voor deze vorm van logies gekozen omdat, zoals Dennis stelt, “het niet te betalen is in een hotel te verblijven. Hier zijn we 150 kronen (ruim vijftig gulden, red) per nacht kwijt voor een standplaats en dat is net te doen”. De politie houdt de camping nauwlettend in de gaten. “'s Nachts lopen er hier voortdurend zeven, acht agenten op het complex. Ze worden vergezeld door honden. Je hoort in je tent de pittbulls hijgen.”

Het complex van Kärrelund is nog een chique camping vergeleken bij Delsjö waar het merendeel van het Oranje-legioen zijn tenten heeft opgeslagen. "Vriezeveen', "Markelo', "Biddinghuizen', "Hazerswoude', "Rotterdam', vermelden de spandoeken die naast de tentjes liggen uitgespreid. 'Meisjes van dertien' van Paul van Vliet galmt over het complex bij de voormalige paardebaan. Elders klinkt house-muziek. De voetbalkampeerders genieten van de zon, slapen, luieren of koken hun potje.

In een heel andere entourage zetelt in het centrum van Gothenburg het "zenuwcentrum' van de KNVB. Een klein kantoortje ingericht in het hotel Opalen. Secretaris Jan Huijbregts zwaait er de scepter. Hij heeft zijn bureau centraal opgesteld. Huijbregts becijfert dat de interland van Nederland tegen het Gemenebest van Onafhankelijke Staten vanavond net als het eerste duel met de Schotten wordt bijgewoond door achtduizend Oranje-supporters. De KNVB hield op het laatste moment nog toegangsbewijzen over omdat enkele honderden supporters hun telefonisch bestelde kaarten niet betaalden. Huijbregts: “Dat zijn mensen die zich in een impulsieve reactie bij ons opgaven. Later krijgen ze er spijt van, maar dan rest er voor ons een te korte tijd om de kaarten nog aan de man te brengen. Voor Nederland-Duitsland hebben we dat probleem niet.”

Ook voor die beladen wedstrijd heeft de KNVB via een speciale 06-lijn zesduizend entreebiljetten verkocht. Maar volgens schattingen zullen er zich donderdag zeker tienduizend Nederlanders in het Ullevi-stadion bevinden. Er zijn derhalve andere verkoopkanalen, waar de KNVB geen grip op heeft. Dat circuit van sponsors en bedrijven, maar ook zwarthandelaren, wordt kennelijk steeds groter. Tevens heeft de voetbalbond vooralsnog geen controle op de kaartverkoop voor de finale.

Elk land dat de eindstrijd op 26 juni haalt krijgt slechts 2500 kaarten toegewezen. Zweden beschikt over dertigduizend plaatsbewijzen, maar het ligt voor de hand dat, als de Skandinaviërs worden uitgeschakeld, het merendeel via een omweggetje bij de finalisten terecht komt.

Met twee "buitenlandse' ploegen in de finale zal het scheiden van supporters een heksentoer worden. Huijbregts: “Van al onze afnemers hebben wij gegevens. De mensen moeten bij de bestelling hun naam opgeven en adres. Dat checken wij dan weer aan de hand van een bank- of giro-afschrift. Op de externe circuits hebben we geen enkele controle. Dat is in zekere zin zorgelijk. Voor de finale van '88 beschikte de KNVB slechts over vierduizend kaarten. Maar er zaten in München misschien wel twintigduizend Nederlanders op de tribune.”

Volgens Huijbregts beschikken toernooisponsors als Eurocard en JVC ook over veel kaarten en verspreiden die weer onder hun klanten. “Verder heb je te maken met mensen die in het buitenland gaan zoeken. In Schotland waren ongelimiteerd kaarten te koop. Er zullen misschien mensen zijn geweest die via vrienden en kennissen langs deze weg aan toegangsbewijzen zijn gekomen. Anders kan ik het niet verklaren dat er vrijdag groepen Nederlanders waren doorgedrongen in het vak van de Schotten. De zwarthandelaren zullen ook hun methoden hebben ontwikkeld. Ik las in een advertentie dat er zevenhonderd gulden werd gevraagd voor een zitplaats.”

Huijbregts ontkent met klem dat de wedstrijden van het Nederlands elftal steeds moeilijker toegankelijker worden voor de doorsnee-supporter omdat alle kaarten worden opgeslokt door sponsors en bedrijven. “Dat verhaal wordt nu verspreid door Cruijff II, Henny, de broer van Johan die een sportzaak heeft in Amsterdam, maar zich tegenwoordig bemoeit met supportersreizen. Volgens hem nestelt alleen de happy few zich nog op de tribune bij Oranje. Het feit dat er duizenden mensen op campings vertoeven bewijst het tegendeel. Een manager gaat daar echt niet met een tentje en een vlag staan. De ware Oranje-supporter bestaat dus nog steeds. Het barst er zelfs van.”

Namens de KNVB observeert Hans van Vlokhoven de supportersbewegingen in en rondom Gothenburg. De robuuste Eindhovenaar is tien uur per week in dienst van de bond en dertig uur als coördinator bij PSV. Hij heeft een nog enigszins gezwollen oogkas als herinnering aan een botsing met een wat al te agressieve fan. “Er waren wat supporters die elkaar onderling te lijf wilden gaan. Ik zei: leef je dan maar uit op mij. Dat gebeurde dus. Ik sla nooit terug. Dan staan er meteen tien voor je. Ik gebruik liever mijn hersens dan mijn vuisten.”

Van Vlokhoven probeert een brug te slaan tussen de KNVB en de supporter. Hij gaat de campings af of vertoont zich zo opvallend mogelijk, in sporttenue van de KNVB, in de café's om vragen te beantwoorden van supporters “want met duidelijkheid verdwijnt de helft van de agressie”.

Het incidentje waarvan hij zelf het slachtoffer werd stond overigens niet model voor de algemene situatie. “Want Schotten en Nederlanders gaan met elkaar door één deur.” Dat geldt een stuk minder voor Nederlanders en Duitsers. Wat dat betreft wordt de interland van komende donderdag weer een krachttoer. De Duitse fans worden vanaf morgen in Gothenburg verwacht. “Hun agressieve kern is harder dan die van Nederland”, aldus Van Vlokhoven. “Er zitten neo-Nazi's tussen en rascisten. Dergelijke supporters vind je ook in de Nederlandse groep, maar hun aantal is niet zo groot en minder agressief.”

Van Vlokhoven is niet erg onder de indruk geraakt van het Ullevi-stadion. De accommodatie ziet er ook wat sjofel uit. Voor de toeschouwers zijn er houten banken en geen kuipstoeltjes. De controles zijn uitzonderlijk streng. Dat leverde vrijdag voor iedere bezoeker een wachttijd op van een uur om de tribune te bereiken. De journalisten moeten over een gammele houten loopbrug naar hun plaatsen toe. VIP-ruimten kent het stadion niet. Zelfs de Zweedse UEFA-voorzitter Lennart Johansson loopt na de wedstrijd maar meteen naar zijn hotel. De belangrijkste tekortkoming is echter de geringe vakkenscheiding tussen de rivaliserende supportersgroepen.

Van Vlokhoven, die nooit wat van een wedstrijd ziet,: “Ik hoop wel dat ze daar voor Nederland-Duitsland wat aan gaan doen, want zo kan het niet. Ook op de campings verwacht ik problemen. Want Duitse en Nederlandse supporters verdragen elkaar niet meer.” De commercie heeft daar handig op ingespeeld. Er bestaat een sweater waarop afgebeeld een speler van Oranje die zijn achterwerk afveegt met een Duits voetbalshirt. Met als tekst: “Wordt het weer niet eens tijd..?”

Foto: Nederlandse fans vredig op de camping in Gothenburg. Ze genieten van de zon, slapen, luieren of koken hun potje. (Foto Michael Kooren)