Internationaal theaterschoolfestival in Amsterdam; Shakespeare met reacties

AMSTERDAM, 15 JUNI. Tussen de uitvoering in de open lucht van een compositie van Francis Poulenc door het Coda-orkest en de premières van de vier eerste voorstellingen opende gisteravond op een overvol Nesplein minister van WVC Hedy d'Ancona officieel het derde Internationale Theaterschoolfestival. Verwijzend naar een zojuist verschenen rapport, waarin de theateropleidingen "bravig' genoemd worden, sprak de minister de hoop uit dat studenten zich zullen mengen in het publieke debat over de richting die het theater gaan moet. Zij herinnerde haar gehoor aan de Aktie Tomaat en de Notenkrakers-actie waartoe het initiatief volgens haar ook in studentenkringen genomen werd.

Haar woorden waren het startsein voor een twee weken durend festival, dat volgens de organisator (de nauw met de Amsterdamse Theaterschool verbonden Stichting Theaterschool Bedrijf) in het teken staat van "het engagement van de theatermaker in zowel Oost- als West-Europa'. In de drie co-producerende theaters in de Nes zijn t/m 28 juni dertig toneel-, musical-, dans-, mime- en cabaretvoorstellingen te zien van opleidingen uit elf steden. Behalve uit Amsterdam zelf, Maastricht, Arnhem en Rotterdam komen de deelnemers uit Moskou, Parijs, Madrid, Warschau, Berlijn, Londen en Sussex.

Een dagprogramma voorziet in workshops door binnen- en buitenlandse docenten, lezingen, publieksgesprekken na de voorstellingen en interviews. Voor de Nes zelf ontwierpen studenten van de Academie voor Beeldende Vorming toegangspoorten, wandschilderingen en straatmeubilair. Er is een speciale, in de theaters verkrijgbare festivalkrant uitgegeven.

Een van de premières gisteravond was een enscenering van Shakespeare's Richard II door regisseur Jan Joris Lamers met studenten van de Arnhemse Toneelschool. De voorstelling, een afstudeerproject, is een mengeling van Shakespeare's tekst en "spontaan' commentaar daarop door de uitvoerenden. De rol van de koning gaat van hand tot hand. Hij zit als enige in het licht, in het midden van een uit gordijnen, oude stoelen en planten bestaand decor. De overige spelers zitten in het duister en praten op aanwijzing van de koning. Regelmatig wordt het spel doorbroken door discussies over de motieven, de handeling, de karakters, hun familiebanden en de betekenis van het stuk.

Dat levert aardige momenten op. “Er wordt volop gekankerd in het land”, stelt een edelman en/of de acteur die hem speelt. Het volk mort volgens hem, omdat de koning geld confisqueert voor het voeren van zijn oorlogen. “Ja”, zegt de koning, gespeeld door een actrice: “maar als ik gewonnen heb, krijgen ze het geld terug”. En dan, definitief uit haar rol stappend, voegt zij eraan toe: “Oorlogen leverden nu eenmaal geld op in de tijd van Richard. En dat is trouwens volgens mij nu ook nog zo.”

Lamers' procédé dwingt de tegenwoordig kennelijk "bravige' studenten tot voortdurende bezinning op het stuk en hun eigen spel. Dat is zinvol - een nadeel is dat de spontane reactie niet steeds de beste is en dat de verrassing van de enscenering beperkt blijft.

Behalve deze Shakespeare is er later nog een bewerking van Macbeth en Midzomernachtsdroom te zien, beide van de Theaterschool Amsterdam. Andere gespeelde schrijvers zijn Horvath, Judith Herzberg, David Mamet, Molière (De mensenhater), en Kathy Acker. Van S.I. Witkiewicz worden twee stukken uitgevoerd: de Madrileense Real Escuela Superior de Arte Dramático brengt De gek en de non en de toneelacademie uit Warschau De Waterhoen. De Berlijnse academie, vernoemd naar de Brecht-vertolker Ernst Busch, voert Joshua Sobols Die Palästinenserin uit. Het stuk heeft een voor de schrijver typerende dubbele bodem. Een joods-Arabische groep werkt aan een film over de liefde tussen een Palestijnse en een Israëli en op de set spelen de zelfde conflicten als in de film.

Om de met het festival beoogde internationale samenwerking ook ter plekke gestalte te geven brengen de dansopleidingen van Sussex, Amsterdam en Arnhem een gezamenlijk programma uit. Naast een aantal Nederlandse choreografieën dat al eerder in première ging (van o.a. Conny Janssen, Karin Post en Dries van der Post, Suzy Blok en Christofer Steel) zijn er speciaal voor het festival gemaakte werken van Shusaku Takeuchi en van de Amerikaanse jazz-danser Rick Odums, in samenwerking met studenten van de opleidingen Moderne Theaterdans en Jazztheater- en Showmusicaldans van de Amsterdamse Theaterschool.

Internationaal Theaterschool Festival in de Nes t/m 28 juni. Inl. 020-6266866