IJdelheid een zwakke plek?

De zwakke plek van iedere (aspirant-)politicus is ijdelheid, aldus aspirant-politicus Ad Koppejan (29). Hij schrijft deze wijze woorden in zijn "Ad-rem'-column in het clubblaadje van de CDA-jongeren "Interruptie'. Zaterdag trad Koppejan na vier jaar af als voorzitter van de CDA-jongerenafdeling CDJA.

Zwakke plek? IJdelheid is een noodzakelijke eigenschap voor een politieke-jongerenvoorzitter. Want om goed te functioneren moet hij zich belangrijk genoeg achten om zijn partij voortdurend met kritiek te bestoken (zonder daar overigens ooit echt consequenties aan te verbinden, natuurlijk).

"Jong' moge per definitie: "kritisch' betekenen, in werkelijkheid functioneert het CDJA als kweekvijver voor gedisciplineerde CDA-politici, die er met de macht leren omgaan. Opvallend veel bestuursleden van het CDJA zijn na korte tijd Tweede-Kamerlid geworden: Johan de Leeuw, Hans Huibers, Wim van der Camp, Helmer Koetje. Toen vorig jaar aan Koppejan werd gevraagd of hij niet ook belangstelling voor die eervolle functie had, luidde zijn antwoord dan ook: “Nog niet”.

Voor het gouvernementele CDA is de "horzel-functie' van de CDJA-ers publicitair een geschenk. Want als dissident-van-dienst in een verder nogal gesloten partij kwam Koppejan net zo makkelijk in het nieuws als de Zeeuwse senator Kaland.

Over de CDA-parlementariërs zei Koppejan vorig jaar dat zij zich als “bange mensen” veel te snel conformeren aan de fractiediscipline. Dat belooft veel voor de toekomst. De parlementariër-in-spe gaat nu even bij het CNV werken, geheel volgens de CDA-carrièrelijn: eerst nog wat ervaring opdoen in de echte wereld. (HS)