Heldere en frisse muziek van Verbey en De Leeuw

Concert door het Residentie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard, met Elena Vink (sopraan). Werken van Verbey en De Leeuw. Gehoord: 13/6 Anton Philipszaal, Den Haag. Opnamen door Wereldomroep en NCRV voor latere uitzending.

“De luisteraar kan de muziek niet anders volgen dan op de wijze waarop een slingeraap zich door de jungle werkt”, zo noteerde Jan Vriend in de tijd waarin het heel gewoon was dat jonge componisten zich wijdden aan complexe muziek. Om een voorbeeld te geven: in Elements of Logic ontwikkelen zich op bladzijde 35 van de partituur binnen drie maten veertig muzikale events. Geen wonder dat de luisteraar daarin dreigt te verdwalen.

Zaterdagavond in de Haagse Anton Philipszaal werd Theo Verbey's Whitman twee keer door het Residentie Orkest uitgevoerd, maar deze muziek is zo klaar als een klontje, daarin is van een jungle geen sprake. Whitman voor sopraan en groot symfonieorkest naar twee tekstfragmenten uit Song of myself van Walt Whitman (1819-1892), in een verzadigde instrumentatie met veel resonerende mengklanken, heeft een verhalend eerste deel, met een melancholiek lokkende fluitsolo waarvoor Tristan Keuris zich niet zou hoeven te schamen, en met een steeds dringender melodiestroom als in de kolkende koren van Peter Schats Houdini; fanfares leiden het meer beschouwelijk slotdeel in.

Lag in Whitman het eerste deel veel te laag voor de sopraan Elena Vink, gelukkig kon zij zich beter uitleven in het geschakeerder Haiku II van Ton de Leeuw, dat na een kwart eeuw nog niets aan frisheid heeft ingeboet. De sopraan loopt door de zaal en zingt op zes verschillende plaatsen, maar met al de musici die haar, verspreid door de ruimte, toespelen wordt het toch geen jungle, want De Leeuw blijft helder te volgen, wazige klankbeelden ontbreken, scherp omlijnde contouren dienen de logica.

Na de pauze klonk tenslotte De Leeuws luisterrijke Résonances uit 1986, waarin Ed Spanjaard bewees dat hij ook met deze breed ademende en ontspannen orgelende muziek - zonder één Oosterse noot, maar wel degelijk met een Oosterse timing - de nodige affiniteit bezit, stuwend em met grandeur: kortweg een belevenis.