De aarde-conferentie (slot)

DE WERELD KWAM naar Rio uit zorg om de wereld van morgen. De afgelopen twee weken hebben 178 landen in Rio de Janeiro de VN-conferentie voor milieu en ontwikkeling (UNCED) bijgewoond en dit weekeinde verzamelden zich 117 regeringsleiders en staatshoofden voor het spectaculaire slot van de bijeenkomst.

Toen de Braziliaanse president, Collor de Mello, de grootste conferentie ooit gehouden afsloot hadden de hooggestemde verwachtingen plaatsgemaakt voor hoogdravende verklaringen van politici en voor honende afwijzingen van de milieu-activisten die een parallelle conferentie voor een betere wereld hadden gehouden.

Was een onomkeerbaar proces op gang gekomen om de honger uit te bannen en het milieu te redden, zoals regeringsleiders met verplicht optimisme zeiden, of was de kettingzaag het symbool van een mislukte conferentie, zoals milieugroepen beweerden? Maurice Strong, de Canadese zakenman-diplomaat die de UNCED had georganiseerd, liet niet na om aan het slot nog eens te wijzen op de onafwendbare ondergang van de wereld en op de geestelijke afgrendeling voor de boodschap van duurzame groei.

Die morele veroordeling van het heersende economische systeem heeft het in Rio niet gehaald. Evenmin heeft de koppeling van milieu en ontwikkeling wonderen opgeleverd. De aanvankelijke poging van de ontwikkelingslanden om hun natuurlijke rijkdom in te zetten als troef om meer geld van de industrielanden af te dwingen, is mislukt. Van hun kant zijn de industrielanden er niet in geslaagd om de ontwikkelingslanden te dwingen tot milieumaatregelen die zouden ingaan tegen hun economische ambities. Maar de gevreesde confrontatie tussen "Noord' en "Zuid' is uitgebleven en de UNCED is niet geëindigd in bittere verwijten zoals op VN-conferenties in de jaren zeventig gebruikelijk was.

TWEE BELANGRIJKE thema's op het gebied van milieu en ontwikkeling zijn in Rio ten onrechte buiten de orde gehouden. De UNCED heeft de bevolkingsgroei en de doodgelopen weg van het Sovjet-model van onderontwikkeling en ecologische vernietiging onbesproken gelaten. Wat de bevolkingsgroei betreft heeft het Vaticaan, met argumenten ontleend aan de radicale bevrijdingstheologie (onderontwikkeling is niet het gevolg maar de oorzaak van bevolkingsgroei) en met steun van Derde-wereldfundamentalisten, zijn lobbywerk beloond gezien. De crisis van Oost-Europa en de ex-Sovjet-Unie is in Rio onderbelicht gebleven door de eenzijdige aandacht voor de verantwoordelijkheid van de Westerse markteconomieën en de noden van de ontwikkelingslanden. Terwijl tegelijkertijd van het Westen het geld wordt verwacht om de armoede te bestrijden en het milieu op te schonen.

GEEN ENKEL industrieland durfde op de UNCED ondubbelzinnig het belang van een sterke markteconomie naar voren te brengen. De Westerse landen waren bovendien onderling verdeeld. De Europese Gemeenschap speelde nauwelijks een rol, terwijl de Verenigde Staten diplomatieke en publicitaire missers op elkaar stapelden. Japan en Duitsland konden zich aldus profileren als de meest milieu-verantwoordelijke grote industrielanden. De Amerikanen waren van meet af aan ongelukkig over de opzet van de UNCED. De VS zijn slechts in een nieuwe internationale orde geïnteresseerd als ze daaraan zelf vorm, inhoud en leiderschap kunnen geven, zoals in de opbouw van het multilaterale stelsel direct na de Tweede Wereldoorlog. Maar de laatste tien jaar koestert Washington wantrouwen jegens multilaterale instellingen, zeker als economische en politieke macht niet weerspiegeld worden in de stemverhoudingen.

Voor de Nederlandse ministers Alders en Pronk was de UNCED een perfect decor om hun voorkeur voor streefdata, doelstellingen en harde afspraken voor de toekomst gestalte te geven. Beide bewindslieden kregen dan ook prominente functies in het onderhandelingscircuit van Rio, ook al leverde dat weinig meer op dan gunstige publiciteit bij de nationale achterban.

DE WERELD kwam naar Rio, en was het de moeite waard? Het resultaat van de UNCED is afhankelijk van de invalshoek waaruit het spektakel van milieu en ontwikkeling beoordeeld wordt. De verdragen, de verklaringen en de tekst van Agenda 21 zijn zwakker dan de milieu-activisten hadden gewenst. Maar als grootste gemene deler van wat nationale staten bereid zijn aan gemeenschappelijke afspraken voor het milieu te maken, gaan ze verder dan voor mogelijk werd gehouden en vormen ze een basis voor toekomstige actie. De financiële beloftes van de rijke industrielanden zijn uitgebleven. Iets meer geld is toegezegd, maar veel maakt dat niet uit. Programma's voor de verbetering van drinkwater of de aanleg van riolering zullen niet langer een ontwikkelingsproject maar milieuproject genoemd worden.

Het blijvende belang van Rio is dat de oefening in een wereldwijde praatgroep niet in ruzie uit elkaar is gespat. De thema's waren te omvangrijk, de samenhang van de onderwerpen te groot om in één allesomvattende conferentie te behandelen. Daarom is het goed dat gekozen is voor vervolgconferenties op deelonderwerpen. Verder heeft de UNCED de aandacht van politiek en media gericht op de grote vraagstukken die de wereld in het tijdperk van na de Oost-West-tegenstelling zal moeten oplossen. In die zin is Rio nuttig geweest - en na deze eerste stap is een even grootschalige, pretentieuze herhaling overbodig.